Krachtbedrijf ondersteunt overlevenden van geweld bij ondernemen

23-05-2017 Bron: OneWorld
Talitha en Josette
Talitha Koffeman (links) en Josette Dijkhuizen (rechts) in het kledingruilatelier
Achtergrond – 

Ex-prostituees, vluchtelingen en vrouwen uit de blijf-van-mijn-lijf huizen starten met behulp van Krachtbedrijf een eigen onderneming. Josette Dijkhuizen, honorair hoogleraar Entrepreneurship Development, begon met dit initiatief. “Mensen verklaarden mij voor gek.”

Samen met zo'n honderd andere ondernemers uit de creatieve industrie zit Dijkhuizen in het Klokgebouw in Eindhoven. Met Krachtbedrijf ondersteunt ze overlevenden van geweld bij ondernemen en dat is uniek. “Ik was de eerste binnen Europa die de thema's geweld en ondernemerschap met elkaar combineerde. Iedereen verklaarde me voor gek, maar mensen die uit een gewelddadige situatie zijn gestapt, hebben vaak goede ondernemerskwaliteiten. Ze hebben durf en doorzettingsvermogen, want je laat immers niet zomaar huis en haard achter.” Dijkhuizen kwam op het idee om deze thema's te combineren toen ze in 2013 vrouwenvertegenwoordiger voor de Verenigde Naties was. “Het thema van dat jaar was eliminatie en preventie van geweld tegen vrouwen en meisjes en mijn eigen thema was vrouwelijk ondernemerschap.” Krachtbedrijf richtte zich in eerste instantie dus op vrouwen. “Maar nu ook op mannen, want niet alleen vrouwen maken geweld mee.”

PrijzenMet Krachtbedrijf won Dijkhuizen verschillende prijzen, zoals de Joke Smit Aanmoedigingsprijs in 2013, uitgereikt door (inmiddels demissionair) minister Jet Bussemaker. In 2017 won Krachtbedrijf de Highly Commended Award van AMBA Innovation.

Deelnemers kunnen bij Krachtbedrijf een ondernemersprogramma van acht maanden volgen. Opvang- en hulporganisaties dragen mensen aan. “Iemand die net uit een opvang komt kent niemand, heeft geen enkel netwerk en weinig zelfvertrouwen. Maar de wil om een nieuw leven op te bouwen en het geweld achter te laten is bij iedereen aanwezig", zegt Dijkhuizen. Van tevoren bedenken mensen zelf een idee. Vervolgens krijgen ze workshops, online trainingen, bedrijfsbezoeken en begeleiding van een coach om hun idee vorm te geven. "Door mensen zelf de regie in handen te geven en in ze te geloven, bloeien ze helemaal op.”

Vooraf kijkt Dijkhuizen eerst naar de haalbaarheid van de ideeën en de stabiliteit van de deelnemers. “Een opleiding of in ieder geval aansluitende werkervaring is daarnaast een vereiste. Ik kan mensen opleiden tot ondernemer, maar niet tot kapper of programmeur.” Ze kent de persoonlijke achtergrond van de deelnemers niet. “Anders zou het veel te dichtbij komen en raakt het me teveel.” Na de intake blijft er een groep van ongeveer twintig mensen over. Na het basisprogramma van twee maanden kijkt Dijkhuizen wie er klaar is om verder te gaan met het vervolgprogramma van zes maanden. “Ik gun het iedereen, maar als het niet lukt, ben ik daar eerlijk in. Voor sommige mensen is het nog te vroeg. Ze komen er gaandeweg achter dat ondernemen ingewikkelder is dan verwacht of hebben toch nog teveel om te verwerken.”

#Awesome kledingruilatelier

Kledingruilatelier

Een medewerker van het kledingruilatelier sorteert kleding die net is binnengekomen in de sorteerruimte.

 

 

Het #Awesome kledingruilatelier van Talitha Koffeman begon als project en bloeide met behulp van Krachtbedrijf op tot een professionele stichting. In het atelier wordt gedoneerde kleding verkocht, geruild, gemaakt en opgeknapt. Mensen die niks te besteden hebben, kunnen via een hulpinstantie elke maand vijf gratis kledingstukken per gezinslid krijgen. “Zo zonde dat er zoveel wordt weggegooid”, zegt Koffeman. "Zeker als je er bij stilstaat dat sommige mensen geen geld hebben om kleding te kopen." Het atelier draait op ongeveer veertig vrijwilligers onder wie mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.  “Een van de werknemers kon alleen maar functioneren als we hem specifieke opdrachten gaven. Hij had in het begin veel sturing nodig, maar inmiddels werkt hij zelfstandig als huismeester.”

Ik moet hiermee stoppen, want dit wordt mijn dood


Door haar lastige thuissituatie ging Koffeman op haar achttiende al het huis uit. “Ik kreeg verschillende relaties die niet goed voor me waren en heb toen ook voor een tijdje op straat geleefd. Om mijn gevoelens te onderdrukken, gebruikte ik drugs waar ik uiteindelijk verslaafd aan raakte.” Koffeman volgde therapie, stopte met de drugs en kreeg een baan. Het ging een stuk beter totdat ze een terugval kreeg. “Ik moet hiermee stoppen want dit wordt mijn dood, dacht ik op een gegeven moment. Rond mijn dertigste kreeg ik er genoeg van. Ik ontmoette ondertussen de man waarmee ik nu nog steeds een relatie heb. Hij geloofde in mij waardoor ik uiteindelijk met alles kon stoppen.”

Koffeman kwam daarna via de gemeente met haar idee bij Dijkhuizen terecht. “Josette wist een sfeer te creëren waarbij iedereen zich op zijn gemak voelde. Tijdens het programma heb ik geleerd om me zakelijker op te stellen en vertrouwen in mezelf te hebben. Dat laatste had ik absoluut niet, waardoor ik me niet besefte dat ik daadwerkelijk iets kon betekenen.”

Ondernemers in vluchtelingenkampen

Ondernemer in vluchtelingenkamp

Vrouwelijke ondernemer met lingeriewinkel in het Palestijnse vluchtelingenkamp Shatila (Libanon).

Dijkhuizen: "Dat ze een lingeriebedrijf heeft, verbaasde ons in eerste instantie. Maar ook daar in het kamp trouwen mensen en zijn ze intiem." Foto: Jeroen Berkhout.


Dijkhuizen wil met haar programma naar Syrië. Ze gelooft dat mensen overal – en dus ook daar – een eigen bedrijf kunnen opstarten. “Er zijn geen banen, dus mensen zoeken naar een andere manier om te overleven. Ik heb dat ook gezien in vluchtelingenkampen waar vrouwen eigen bedrijfjes startten.” Samen met fotograaf Jeroen Berkhout reisde Dijkhuizen naar kampen in Libanon en Jordanië, waaronder Al-Za’atari (Zaatari), het op twee na grootste vluchtelingenkamp ter wereld. Daar zag ze hoe creatief mensen kunnen zijn als ze willen overleven. “De grote winkelstraat in het kamp bestaat uit winkels die de vluchtelingen zelf hebben opgezet. Door zo min mogelijk voedselbonnen uit te geven en de overgebleven bonnen te verhandelen, sparen ze geld voor bijvoorbeeld garen. Daar maken ze dan nieuwe producten van die weer verkocht worden. Daarnaast hebben ze soms spaargeld mee kunnen nemen dat ze in hun bedrijf steken.”

Dijkhuizen en Berkhout spraken en fotografeerden vrouwelijke ondernemers in de vluchtelingenkampen. Uit hun reis ontstond de foto expositie ‘Selling Strength’, die onlangs nog in Maastricht te zien was en door heel Nederland gaat reizen. Bovenstaande foto is in de expositie te zien. 

Geen subsidieKrachtbedrijf draait op dit moment – naast Dijkhuizen – op twee vrijwilligers en is nu nog afhankelijk van donaties. De overheid geeft Dijkhuizen geen vaste subsidie voor haar initiatief. “Gemeentes denken vaak dat overlevenden van geweld weinig kunnen, omdat ze te gebroken zijn of alleen werkervaring en geen diploma’s hebben. Uit de praktijk blijkt juist dat ze tot een heleboel in staat zijn. We moeten veel meer kijken naar wat er wel kan. We willen meer bedrijven en ondernemers verbinden aan het initiatief.”

Merel de Koning

Merel de Koning is freelance journalist en tekstschrijver. Het liefst...

Lees meer van deze auteur >

Reacties