Hoe vind je je Robin Hood?

16-12-2011
Door: MyWorld
Bron: OneWorld
Achtergrond – Lange tijd leken het bedrijfsleven en ontwikkelingsorganisaties twee tegenpolen. Het cliché van de gulzige geldverdiener versus de nobele wereldverbeteraar is allang achterhaald, maar hardnekkig. Nu de overheid snijdt in subsidies, ontdekken steeds meer particuliere initiatieven dat het goed zaken doen is met bedrijven. Maar hoe pak je dat aan? “Met zware verhalen kun je het schudden”. Door Brigitte Ars Libresse en Edet die samenwerken met Oxfam Novib aan hygiëne op scholen in Soedan. Ikea dat Unicef sponsort.  IJsjesmerk Ben & Jerry’s dat War Child steunt. Het maatpak en het linnen tasje blijken elkaar steeds beter te vinden. Vooral de grote ontwikkelingsorganisaties weten hoe ze een voet tussen de deur moeten krijgen bij het bedrijfsleven. Ondernemers kunnen aan het publiek laten zien dat ze niet alleen voor het grote geld gaan en ontwikkelingsorganisaties liften mee op hun expertise. Maar hoe kom je bij bedrijven binnen als je geen War Child of Unicef bent? En hoe ontstaat een vruchtbare samenwerking of, om in zakelijke termen te blijven, een win-winsituatie? Neem de Max Foundation. Deze stichting, die kindersterfte bestrijdt door het aanleggen van waterputten, sanitatie en het geven van hygiënevoorlichting in Bangladesh, draait op een zevenkoppig bestuur. Alle bestuursleden hebben zelf ervaring in het bedrijfsleven, onder meer bij Heineken, Unilever en in de consultancy. De Max Foundation ademt ‘het bedrijfsleven’ en wordt bestierd als een bedrijf, vertelt bestuurslid Joris van Liebergen, in het dagelijks leven projectmanager bij wegen waterbouwkundige projecten, voor Max verantwoordelijk voor de fondsenwerving. “Koude acquisitie, het bellen van bedrijven waarmee je nooit eerder contact hebt gehad, werkt niet als je sponsors zoekt. Wij maken gebruik van het zakelijke netwerk van onze bestuursleden. Die kennen ieder ook weer vijftien, twintig personen die onze stichting een warm hart toedragen. Zij zijn bereid om als ambassadeurs op te treden en een beroep te doen op bedrijven waarmee ze in hun dagelijks werk om de tafel zitten. Daardoor gaat de deur open. Niet dat de ambassadeurs altijd actief op zoek zijn, maar als het onderwerp ter sprake komt, zeggen ze: ‘Waarom denk je niet eens aan de Max Foundation?’” Sponsorloop De vrijwilligers van de Max Foundation zijn gepokt en gemazeld in het bedrijfsleven, maar dat is zeker niet bij elk kleinschalig initiatief het geval. Veel actieve wereldburgers weten best geld op te halen met een sponsorloop op de buurtschool of een donatie binnen te slepen via familie. Maar ze hebben geen idee hoe ze ondernemers moeten benaderen. “Spreek de taal van het bedrijfsleven”, adviseert Van Liebergen. “En trek dat door naar je werkwijze in het Zuiden. De negen Bengaalse organisaties waarmee we samenwerken, zijn kostenefficiënt en transparant. We vergelijken de kostenraming met andere projectvoorstellen die we in de loop der jaren hebben gekregen. Zo hebben we nauwkeurig inzicht in hoe duur een meter pvc-buis kost in Bangladesh.” Deze zakelijke aanpak spreekt het bedrijfsleven aan, is de ervaring van Van Liebergen. “Rendement moet geen vies woord zijn binnen ontwikkelingssamenwerking.”

“Ondernemers staan niet te kijken van een gecompliceerd verhaal. Dat zijn ze gewend”

Ondernemers willen bovendien graag iets terug doen voor de samenleving. Uit onderzoek van ING onder mkb’ers van begin dit jaar blijkt dat vier van de vijf ondernemers van zichzelf vinden dat ze maatschappelijk betrokken zijn. Ze identificeren zich meer met Robin Hood dan met Dagobert Duck. Bedrijven die goed doen, spreken van betere teamprestaties, nieuwe zakelijke contacten en verbetering van het imago van het bedrijf. Zo werkt biotechnologiebedrijf Crucell, dat vaccins en antistoffen tegen infectieziekten ontwikkelt, produceert en verkoopt, sinds twee jaar samen met de Max Foundation. “Max verricht fantastisch werk”, zegt Annet Eijkelkamp, manager marketing en maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Crucell: “Het was een voor de hand liggende keuze om samen te werken met een goededoelenorganisatie die onze missie deelt. We zetten ons allebei in voor een gezonde toekomst voor kinderen. Crucell doet dat met vaccinaties, de Max Foundation met schoon drinkwater en hygiënische voorzieningen. Een situatie waar alle partijen beter van worden.” Crucell wil niet zeggen hoeveel geld er precies naar Max gaat, maar inmiddels zijn er ook Crucellmedewerkers afgereisd naar Bangladesh om projecten te bezoeken en kennis te delen. Nieuwe contacten Ga niet bij de pakken neerzitten als er een keer een deur in je gezicht dichtslaat. Geloof in je verhaal en ga door. Zo ontstaan er vanzelf nieuwe contacten en ideeën. Dat is de ervaring van The Hunger Project, een organisatie die investeert in de zelfredzaamheid van mensen, zodat zij zelf een einde kunnen maken aan chronische honger. Ooit begonnen als kleine stichting heeft The Hunger Project dankzij het bedrijfsleven de slag naar een professionele organisatie gemaakt. Ondernemers hebben geïnvesteerd in personeel en een pand, en hielpen met het opzetten van een bedrijfsplan en een netwerk. De organisatie haalt nu 1,5 miljoen euro per jaar binnen. Maar wat krijgen die bedrijven van The Hunger Project terug voor hun betrokkenheid? Evelijne Bruning, directeur van The Hunger Project: “Afhankelijk van wat een bedrijf wil, kunnen wij inspirerende netwerkbijeenkomsten bieden met andere bedrijven, of trainingen, of een zogeheten pubquiz op maat voor hun medewerkers. Moderne ondernemers – én hun klanten en werknemers - vinden het belangrijk om te kunnen laten zien dat ze ook maatschappelijk relevant zijn. Niet iedereen heeft de tijd om zelf een binnen het bedrijf een afdeling op te zetten die zich bezighoudt met maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ook die kennis kunnen ze bij ons inkopen.” Denken in kansen De medewerkers van The Hunger Project zijn inmiddels zelf ook steeds meer ondernemer geworden, heeft Bruning gemerkt. “Dat hebben we van het bedrijfsleven geleerd. We zien sponsorgeld ook niet zozeer als een donatie, maar als investering in maatschappelijk rendement. We organiseren reizen naar bijvoorbeeld Benin om deelnemers het rendement van hun investeringinvestering te laten zien. Overigens wel op eigen kosten. Ze zien dan zelf wat goed gaat, maar ook wat (nog) niet goed is en dat het een gecompliceerd verhaal is. Maar daar staan ondernemers niet van te kijken. Ze zijn  gewend te denken in investeringen op lange termijn. Met overheidsgeld kan zo’n opstelling niet, daar heb je altijd te maken met een korte politieke cyclus.” De ontmoeting tussen investeerders en zuidelijke partners werkt aan twee kanten inspirerend, is Brunings ervaring. Zo werd het idee van een sponsorloop in Nederland overgenomen in Benin, en liepen boeren daar tegen notarissen. “Het is een feest om met het bedrijfsleven samen te werken, zeker wanneer ik denk aan de soms zurige, moeilijke manier waarop je bij instanties en organisaties subsidies krijgt. Een term als winst maken is in ontwikkelingsland toch al snel verdacht. Dat is onzin. Je moet als partner van een groep ondernemers wel een beetje een hybride ziel hebben. Je moet ontwikkelingsprocessen begrijpen, maar ook in kansen kunnen denken.”  
Vier tips voor goede zaken
  1. Wees duidelijk over wat je nodig hebt. “Vraag geen 4000 euro voor een project als je 6000 euro nodig hebt”, zegt Joost van Dam van Viafrica,dat zich onder meer inzet voor ICT in Afrika. “Neem geen oude spullen aan als je die niet kuntgebruiken. Geef duidelijk aan wat je wél nodig hebt. Neem jouw vraag als uitgangspunt, in plaats van hetaanbod. Zo sluit je perfect aan bij de manier waaropbedrijven denken en opereren.”
  2. Laat zien waar het voordeel zit. “Onderzoek hoe je een bedrijf kunt helpen met het bereiken van zijn bedrijfsdoelen”, adviseert Annet Eijkelkamp van Crucell. “Laat het bedrijfslevenzien welke resultaten je hebt behaald en kijk ookwat voor ‘voordeel’ het bedrijf kan halen uitsamenwerking.”
  3. Kijk of het echt klikt. “Kijk goed of de missie, cultuur en waarden vaneen bedrijf aansluiten op je eigen werkwijze”, zegt Joris van Liebergen van Max Foundation. “Niet elk bedrijf is geschikt om mee samen te werken.”
  4. Vermijd zware verhalen. “Een sombere houding is taboe”, zegt Evelijne Bruning van The Hunger Project. “Met zware verhalen kun je het schudden. Ondernemers zijn bij voorbaat optimistisch, anders waren ze geen ondernemer. Pas je uitstraling en taalgebruik aan. Jargon is taboe.”

Tekst: Brigitte Ars, Beeld: Douwe van der Molen

Reacties