“Geven om de ander, daar gaat het om”

16-12-2011
Door: MyWorld
Bron: OneWorld
Achtergrond – Hoogleraar Mirjam van Reisen over het katholieke engagement Het lijkt alsof wij ons minder verantwoordelijk voelen voor de armen elders in de wereld. Dat signaleert psycholoog en ontwikkelingsexpert Mirjam van Reisen, die afgelopen oktober haar oratie uitsprak aan de universiteit van Tilburg. Maar de kersverse hoogleraar ziet ook een kentering. “Vooral jongeren lijken het egocentrisme voorbij.” Door Ralf Bodelier Met de dag leken we asocialer te worden, de afgelopen jaren. Sympathie voor ontwikkelingssamenwerking daalde fors, migranten werden gelijkgesteld aan problemen. Toch, constateert Mirjam van Reisen, die sinds oktober de Marga Klompé-leerstoel aan de Tilburgse Universiteit bezet, begint er iets te veranderen. De Occupy-beweging die uit de VS overwaaide, ziet zij als eerste signaal. Net als de Indignados-beweging in Zuid-Europa. "Het engagement keert terug. En dat werd tijd ook.” In uw oratie zegt u dat onze ‘internationale sociale verantwoordelijkheid’ onder druk staat. Waar leidt u dat uit af? "Overal in Europa draait het om het behoud van de eigen identiteit en om het belang van de markt. De vraag hoe we verantwoordelijk kunnen zijn voor elkaar, raakt steeds meer op de achtergrond. Ook in de politiek is er nog amper een debat over sociale kwesties, terwijl net dit debat de kern van de politiek uitmaakt. Laat staan dat de politiek zich afvraagt hoe we verantwoordelijkheid kunnen nemen voor mensen in ontwikkelingslanden. In 2012 bezuinigt de Nederlandse regering bijna één miljard op ontwikkelingssamenwerking."
Wie is Mirjam van Reisen? Prof. dr Mirjam van Reisen (1962) studeerde psychologie van cultuur en religie en ontwikkelingsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2009 promoveerde ze aan de Universiteit Maastricht op een proefschrift over Europese ontwikkelingssamenwerking na de val van de Berlijnse muur. Aan de Universiteit van Tilburg bezet Mirjam Van Reisen de Marga Klompé Leerstoel. De katholieke politica Klompé (1912-1986) is een grote inspiratiebron voor Van Reisen. “Als minister voerde ze onder meer de Algemene Bijstandswet in. Hoewel Klompé gelovig katholiek was, kwam zij ook op voor de rechten van vrouwen. Ook leverde ze kritiek op de rijkdom van het Vaticaan. Tijdens de oorlog zat ze in het verzet tegen de Duitsers. Ze maakte zich erg druk over het feit dat de armen steeds armer werden en de rijken steeds rijker. Haar ideeën leven voort.
Zegt u dat we steeds rechtser worden? "Nee. Het is geen kwestie van links of rechts. Waar je in het politieke spectrum ook staat, alle mensen moeten aan de samenleving kunnen deelnemen. Niemand mag worden uitgesloten, bijvoorbeeld op grond van armoede, een geloof of een andere achtergrond. Die zorg gaat iedereen aan en kan daarom niet met deze of gene stroming worden geassocieerd. Het debat tussen links en rechts zou moeten gaan over de vraag hóe we ervoor zorgen dat alle mensen op een fatsoenlijke manier aan de samenleving kunnen deelnemen." Internationale sociale verantwoordelijkheid komt voor een belangrijk deel neer op meer en betere ontwikkelingssamenwerking. Daar bent u dan ook duidelijk voorstander van. Toch uit u ook forse kritiek op de hulp. “Ik constateer dat de hulp is verzand in een enorme bureaucratie. In een oeverloos invullen van formulieren en heen en weer schuiven van papier. Ook ben ik niet gelukkig met de huidige gedachte dat we hulpgelden vooral moeten gebruiken om in arme landen economische groei mogelijk te maken. Het is lang niet zeker dat armoede afneemt wanneer landen economisch groeien. De opbrengsten van deze economische groei kan ook volledig terechtkomen bij een kleine toplaag of bij buitenlandse investeerders. Economische groei correleert niet per se met armoedebestrijding." Dus… "Een van de mogelijkheden is een terugkeer naar het kleinschalige. Terug naar initiatieven van concrete mensen die met andere concrete mensen in gesprek gaan om hun situatie te verbeteren. Een andere mogelijkheid is dat we ontwikkelingsorganisaties onafhankelijker maken van de bureaucratische overheid, die meent dat alleen dát van waarde is, wat in harde cijfers meetbaar kan worden gemaakt." Waarmee u waarschijnlijk voorstander bent van het particuliere initiatief (PI) in de ontwikkelingshulp? "O, absoluut. Mensen in het Westen die zich direct voor mensen in het Zuiden inzetten, doen veel goed. Zij zijn praktisch ingesteld en in staat om veranderingen door te voeren. Zij herinneren ons eraan waar het uiteindelijk allemaal om draait: geven om de ander. Al hebben ook de PI’s hun valkuilen. Veel kleinschalige initiatieven richten zich heel concreet op hún school, hún kliniek, hún landbouwproject. Maar de bredere context hebben ze vaak niet in beeld. Dat het in een bepaald land aan scholen, klinieken of fatsoenlijke landbouw ontbreekt, komt natuurlijk ergens vandaan. Daar zijn politieke, economische, historische en culturele redenen voor aan te wijzen. Wanneer je in zo’n land aan de slag gaat, zul je je daar rekenschap van moeten geven. Doe je dat niet, dan is de kans groot dat je inspanningen niets opleveren of dat je mensen zelfs schade toebrengt. Het zijn de grote ontwikkelingsorganisaties die de kleintjes op dit punt bij de hand moeten nemen en ze op die bredere context kunnen wijzen." In Tilburg bezet u de Marga Klompé-leerstoel, genoemd naar een katholieke minister uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Hoe katholiek zijn uw opvattingen? "De sociale leer van de katholieke kerk stelt de menselijke waardigheid en onze individuele verantwoordelijkheid centraal. Mensen mogen niet in ellende leven en het is aan ons allemaal om daar iets aan te doen. Dit uitgangspunt spreekt me bijzonder aan. Aan het einde van de negentiende eeuw formuleerde de kerk daarmee een antwoord op armoede, slechte arbeidsomstandigheden en onderontwikkeling. Wat mij betreft is die nadruk op individuele verantwoordelijkheid en de waardigheid van de mens nog even actueel als in 1890. Ook voor niet-gelovigen." Toch associëren we de kerk steeds vaker met hardvochtige pastoors, seksueel misbruik van kinderen en halsstarrig verzet tegen vrouwenrechten. De kerk lijkt eerder deel van het probleem in plaats van de oplossing. "Ja, vreselijk. Seksueel misbruik van kinderen en vrouwen door geestelijken heeft helaas een lange geschiedenis. De kerk moet zich voor deze schending van mensenrechten verantwoorden. Maar er is ook een andere kant. Zo speelt de katholieke kerk nog steeds een belangrijke rol in het onderwijs en de gezondheidszorg van ontwikkelingslanden. Zonder de kerk zouden vele miljoenen mensen veel slechter af zijn. De kerk heeft tweehonderdduizend scholen waarop bijna 60 miljoen kinderen zitten. Ze beheert een kwart van alle gezondheidsinstellingen wereldwijd, en dat zijn bijna 120 duizend ziekenhuizen, klinieken, apotheken en weeshuizen. Hier blijkt hoe particuliere organisaties zich verantwoordelijk kunnen tonen." Desondanks schetst u in uw oratie een somber beeld van onze betrokkenheid. "Ten dele, want de tegenkrachten manifesteren zich steeds krachtiger. Van onderop groeit de weerstand. Een fascinerend voorbeeld zijn de Indignados in Spanje. Deze ‘verontwaardigden’ gaan met tienduizenden de straat op en roepen om democracía real ya, om ‘echte democratie nu’. Sommigen spreken al van de Spaanse Revolutie. Je kunt echter ook denken aan de tentenkampen die Israëlische burgers afgelopen zomer optrokken in Tel Aviv. In protestmarsen, waar meer dan driehonderdduizend mensen aan deelnamen, eisten zij niet minder dan sociale rechtvaardigheid. En zie hoe mensen zich vandaag organiseren in de Occupy-beweging. Dit antwoord op het navelstaren van de Tea Party begon in New York en heeft zich inmiddels uitgebreid over heel de westerse wereld. Vooral jongeren lijken het egocentrisme voorbij. Zij vragen opnieuw om een rechtvaardige wereld."   ”

Reacties