Duurzame dilemma's

03-06-2013
Door: MyWorld
Bron: OneWorld
Achtergrond – Brecht Gerbrandy 4Support Yayème 5Solar Cooking 1Aandacht voor duurzaamheid en milieu, hoe krijg je dat voor elkaar in een kleinschalig ontwikkelingsproject? Drie actieve wereldburgers gingen aan de slag. Brecht Gerbrandy van Stichting Yasap experimenteert met duurzame landbouw op West-Timor; Jean Claessens van Stichting Support Yayème bracht een ontzilter naar Senegal en Henk Crietee van Stichting Solar Cooking kookt met de zon in Ethiopië.  TEKST: Marc van der Sterren / BEELD: Peter Boer
Brecht Gerbrandy 4 Wie: Brecht Gerbrandy, Stichting YasapWat: biologische rijst voor een weeshuis en schoolWaar: West-TimorTip: Hanteer twee methoden tegelijk, zodat je het verschil goed ziet
'BIORIJST LEVERT HOGER RENDEMENT' Brecht Gerbrandy van stichting Yasap ziet hoe boeren op West-Timor gebukt gaan onder de hoge prijzen van zaaizaad, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Stichting Yasap Kupang, de Indonesische partner, wil het daarom anders aanpakken. Ze verbouwen zelf voedsel voor hun weeshuis en kleuterschool, aan de rand van een gezamenlijk rijstcomplex van ruim vijf hectare. Het tehuis bezit hiervan één stukje van 10 tot 12 are. Biologisch telen is midden in zo’n landbouwcomplex geen optie. “Het watersysteem is gezamenlijk geregeld”, vertelt Gerbrandy. “Kunstmest drijft gewoon met het water mee. En gebruik je geen pesticiden, dan komen alle insecten uit omliggende percelen op jouw stukje af.” Daarom werd vorig jaar bij het tehuis een biologisch rijstperceel aangelegd, dat bewerkt wordt met organische mest. De kinderen uit het tehuis, vooral de oudere groep van zestien tot achttien jaar, helpen mee op het land. Twee vaste krachten, ‘ongeschoold maar zeer gemotiveerd’, doen het zwaardere werk zoals ploegen en onkruid wieden. De mest bestaat uit compost gemaakt van bladeren, GFT-afval en dierlijke mest die in de omtrek wordt verzameld. De stichting verwachtte dat de oogst in het begin nog niet zo hoog zou zijn, omdat de bodemhuishouding nog niet balans was. Daarom hielden ze ook het perceel in het gezamenlijke rijstcomplex nog in gebruik. Maar een jaar na de start zijn de resultaten verbluffend. Met organische mest komen er inmiddels zes tot acht scheuten aan een rijstplant, met kunstmest is dat twee tot drie. het zwaardere werk zoals ploegen en onkruid wieden. De mest bestaat uit compost gemaakt van bladeren, GFT-afval en dierlijke mest die in de omtrek wordt verzameld. gewoon met het water mee. En gebruik je geen pesticiden, dan komen alle insecten uit omliggende percelen op jouw stukje af.” De opbrengst is voldoende voor de maaltijden op de kleuterschool, maar het rijstveld dient ook als voorbeeldbedrijf voor de ouders en de rest van het dorp. “Kunstmest en pesticiden worden alleen maar duurder”, zegt Gerbrandy. “Op termijn zullen boeren zien dat deze methode meer oplevert.” Eigenlijk vindt Gerbrandy het wel wrang dat haar Nederlandse stichting nu biologische teelt promoot: “Kunstmest is vanuit het Westen geïntroduceerd. Nu komen wij weer vertellen dat ze de grond vergiftigen.”  
Support Yayème 5 Wie: Jean Claessens, Stichting Support YayèmeWat: Waterzuivering voor 5000 bewoners van drie dorpen Waar: SenegalTip: Vraag alle betrokkenen wat ze willen
'DE ONTZILTER WAS TE DUUR' In het kustdorp Yayème in Senegal staat al vier jaar een ontziltingsinstallatie van 35.000 euro werkloos te kijken. De bedoeling was om de vijfduizend inwoners van drie dorpen van water te voorzien, zowel om te drinken als voor de tuinbouw. Maar het apparaat heeft slechts enkele weken gedraaid. De ontzilter werd betaald met donateursgeld van Support Yayème, een kleine stichting die al meer dan twintig jaar wordt gerund door twee echtparen. Voorzitter Jean Claessens vertelt dat ze grootse plannen hadden met de ontzilter, die vanuit Nederland naar Senegal werd verscheept. Een watercomité zou het water verkopen en de opbrengst zou ten goede komen aan het dorp. Claessens: “Bij de productie van één liter drinkwater komt ook één liter afvalwater vrij. We wilden een leiding aanleggen van 600 meter om het water terug te laten vloeien naar zee.” De dorpsbewoners waren heel tevreden over de kwaliteit van het drinkwater, maar de milieuvriendelijke afvoer kwam niet van de grond. “Ze lieten het zoute water gewoon over het terrein lopen. Dat is heel vervuilend.” Nog voor er een oplossing kon worden gevonden, zette het watercomité de ontzilter stil. Ze vonden de elektriciteitsrekening te hoog. Claessens denkt echter dat onderlinge jaloezie een rol speelde.De drie dorpen zouden beurtelings op de ontzilter worden aangesloten. Het watercomité bestond uit inwoners van de dorpen die niet meteen aan de beurt waren en dus niet direct van het project profiteerden. “Wat er zich precies heeft afgespeeld, daar hebben we nooit de vinger achter kunnen krijgen.” Groot probleem, erkent Jean, is dat ze vanuit Nederland maar twee keer per drie jaar een bezoek aan Yayème brengen. “Communiceren op afstand is moeilijk. We hebben destijds alleen gesproken met het plaatselijke bestuur en het waterbedrijf, en die waren enthousiast. Maar we hadden misschien ook de gemeente en dorpsbewoners moeten polsen.” De ontzilter is inmiddels overbodig, want het dorp is aangesloten op het waterleidingnetwerk. Claessens: “We hopen een ander dorp te vinden waar de installatie alsnog van pas komt.”  
Solar Cooking 1Wie: Henk Crietee, Stichting Solar Cooking Wat: kooktoestellen op zonne-energie Waar: Uganda en Ethiopië Tip: Geef gebruikers langdurige begeleiding
‘ZONNE-ENERGIE VERKOOPT ZICH NIET VANZELF’ Wie kookt op zonne-energie, heeft geen brandhout nodig. De Cookit bestaat een stuk karton met aluminium binnenwerk en in het midden een zwartgeverfde pan. Wanneer je de schotel naar de zon richt, ontstaat er genoeg warmte om eten te koken. De voordelen zijn enorm: vrouwen zijn geen tijd en geld meer kwijt aan het kopen of verzamelen van brandhout. Bovendien zijn ze verlost van de schadelijke rook die voor oog- en longproblemen zorgt. Zonnekokers krijgen in heel Afrika steeds meer voet aan de grond. Henk Crietee van Stichting Solar Cooking is aangesloten bij een wereldwijd netwerk. Zelf werkt hij met lokale organisaties in Uganda en Ethiopië aan de introductie van de Cookit. “Dat slaagt alleen als de gebruikers intensief begeleid worden, zo leert de ervaring van andere organisaties. Het is niet zo dat het zich wel verkoopt wanneer je het in de winkel legt”, zegt Crietee. “Er is echt gigantisch veel training nodig.” De Cookit vraagt een andere manier van koken dan vrouwen gewend zijn. Zo duurt het wel een paar uur voor de maaltijd gaar is. Deskundigen van lokale organisaties demonstreren de apparatuur daarom eerst tijdens publieke bijeenkomsten. Daarna worden in de dorpen vrouwen geselecteerd die als promotor fungeren. “Zij organiseren kooksessies met andere vrouwen”, zegt Crietee. “De trainingen blijven doorgaan tot de vrouwen de werking van de cookit onder de knie hebben. En dat kan wel een jaar duren.” Voor de continuïteit van het project is het essentieel dat de Cookit niet gratis weggegeven wordt, legt Crietee uit: de kostprijs moet worden terugverdiend en vrouwen die de cookits ter plekke produceren moeten er een inkomen uit halen. Ook de allerarmsten betalen. Een eenvoudige kartonnen cookit kost tien euro. Die kosten heb je er binnen twee maanden uit, zegt Crietee.“En hoe schaarser en duurder het hout, hoe sneller het zich terugverdient.”

Reacties