Wereldbank zoekt oplossing klimaatproblemen in Zuiden

13-04-2006
Door: Emad Mekay
Bron: IPS

Het 'Investment Framework for Clean Energy and Development' (Investeringskader voor Schone Energie en Ontwikkeling) van de Wereldbank is het antwoord op een vraag van de G8, de groep van de grootste industrielanden. Op de G8-top in het Schotse Gleneagles kreeg de Wereldbank vorig jaar de opdracht een plan te ontwikkelen om de wereldwijde energievoorziening op een duurzame leest te schoeien zonder de doelstellingen van economische groei en armoedebestrijding tekort te doen.
 
Het interne document, dat op 30 maart werd goedgekeurd door de directie van de Bank en op 22 april op tafel komt op de gezamenlijke lentevergadering van de Wereldbank en het IMF in Washington, lekte via het niet-gouvernementele International Rivers Network.
 
De Wereldbank heeft een tijdschema opgesteld voor de nodige investeringen in projecten rond schone energie en de aanpassing aan de nu al onvermijdelijke klimaatverandering. De instelling vindt ook dat het onderzoek naar nieuwe technologieën de komende twee tot vijf jaar moet worden opgedreven, net als de evaluatie van de economische, sociale en ecologische gevolgen van de opwarming van de aarde.
 
Met al die plannen is veel geld gemoeid. De Wereldbank schat bijvoorbeeld dat er in de nabije toekomst 10 tot 40 miljard dollar (8 tot 33 miljard euro) per jaar nodig zal zijn om de gevolgen van hogere temperaturen, veranderende neerslagpatronen en zwaardere stormen binnen de perken te houden.
 
Nog veel meer geld hebben de ontwikkelingslanden en de transitielanden nodig om hun groeiende energiebehoefte te blijven dekken. Volgens de Wereldbank ontbreekt in die landen bijvoorbeeld de helft van de investeringsmiddelen die nodig zijn om de elektriciteitsproductie voldoende op te voeren.
 
Voor de meest dringende maatregelen wil de Wereldbank tegen september meer gedetailleerde voorstellen uitwerken. Die maatregelen zouden gefinancierd moeten worden via de bestaande kanalen, zoals de Global Environment Facility (een fonds dat ontwikkelingslanden helpt projecten op te zetten die de klimaatverandering tegengaan), en via nieuwe instrumenten.
 
De ontwikkelingslanden zullen er vooral zelf voor moeten zorgen dat er meer geld naar de energiesector stroomt. Daarvoor moeten ze hervormingen doorvoeren die de eigen overheid efficiënter maken en buitenlandse investeerders aantrekken, zegt de Wereldbank. Verder pleit de instelling voor de afschaffing van algemene subsidies die de verbruikersprijzen van brandstof laag houden. Het zijn adviezen die de Wereldbank al lang herhaalt.
 
Critici verwijten de Bank dat ze meer aandacht besteedt aan wat de arme landen kunnen doen om de klimaatverandering tegen te gaan dan aan maatregelen die de grote vervuilers in de geïndustrialiseerde wereld zouden aanmoedigen het roer om te gooien. De Wereldbank geeft toe dat de rijke landen verantwoordelijk zullen blijven voor het grootste aandeel in de uitstoot van broeikasgassen, maar wijst er op dat de grootste bijkomende groei in de ontwikkelingslanden zal plaatsvinden.
 
Ook de stelling van de Wereldbank dat grote waterkrachtcentrales en kerncentrales een belangrijke bijdrage kunnen leveren om onze energievoorziening in de toekomst veilig te stellen, krijgt tegenwind. Die projecten brengen volgens de tegenstanders grote sociale en ecologische problemen met zich mee.
 
De Wereldbank legt ook nadruk op het belang van hernieuwbare energiebronnen zoals de wind, de zon en biomassa. Maar ze maakt geen aanstalten om zelf haar investeringen in de energiesector te heroriënteren van fossiele energiebronnen naar die milieuvriendelijke bronnen. "De Bank moet eerst voor eigen deur vegen", stelt het International Rivers Network in een kritiek op het Wereldbankplan.

Reacties