Wereldbank-geld moet Aralmeer redden

10-04-2007 Bron: de Wereldomroep

Roestende schepen in een eindeloze zoutwoestijn, dat is het beeld dat de naam Aral al tientallen jaren oproept. De vissersboten zijn te vinden buiten vroegere kustplaatsjes als Aralsk en Moynaq, stille getuigen van het ooit zo levendige visserijbedrijf waarmee de bewoners hier eeuwenlang in hun levensonderhoud voorzagen.

 

De zee is verdwenen, heeft zich teruggetrokken tot ver over de horizon, tot soms wel honderd kilometer. Wat resteert is een levenloze vlakte waar een straffe wind vrij spel heeft, zout en zand oprakelt en tot honderden, soms duizenden kilometers in de omtrek verspreidt, met alle negatieve gevolgen voor de volksgezondheid van dien.

 

Katoen

 

Het Aralmeer, ooit zo groot als Nederland en België samen, leek ten dode opgeschreven. Sinds de jaren zestig is het totale wateroppervlak met driekwart afgenomen en is de binnenzee gereduceerd tot enkele grote meren. De afname begon in de jaren zestig, toen de Sovjet-Unie besloot dat Centraal-Azië katoen moest produceren. Alles werd daaraan ondergeschikt gemaakt.

 

Water uit de rivieren Syr-Darja en Amoe-Darja, de levensaders van het Aralmeer, werd op grote schaal gebruikt voor omvangrijke irrigatieprojecten. De gevolgen waren funest. Doordat onvoldoende water het Aralmeer bereikt, daalde het waterpeil. Tegelijkertijd trad een scherpe verzilting van het meer op, waardoor economisch belangrijke vissoorten uitstierven.

 

De bevolking van het gebied heeft te kampen met toenemende armoede en besmettelijke ziekten als tyfus en tuberculose. Niet voor niets heet de Aral-catastrofe de grootste door mensen veroorzaakte milieuramp in de geschiedenis.

 

Eigenbelang

 

Valt er nog iets te redden? Een eenvoudige rekensom leert dat het oorspronkelijke Aralmeer niet meer terugkomt. Om de daarvoor benodigde instroom van water te herstellen zou de landbouw in heel Centraal-Azië gereorganiseerd moeten worden en de irrigatie drastisch moeten worden teruggebracht. Miljoenen mensen zouden daardoor worden getroffen.

 

De landen in het stroomgebied van de Amoe-Darja en de Syr-Darja werken formeel wel samen aan pogingen het Aralmeer te redden en de waterhuishouding te coördineren, maar in de praktijk prevaleert het eigenbelang.

 

Aan irrigatie wordt niet getornd, en landen die verder stroomopwaarts liggen, zoals Tadzjikistan en Kirgizië, gebruiken het water voor de opwekking van energie wanneer hun dat goeddunkt. De waterverspilling in dit droge gebied waar water steeds schaarser wordt, is enorm. De perspectieven voor het Aralmeer zijn daarom somber.

 

Kinderkamer

 

Wel kan een deel van het meer worden gered. Begin jaren negentig is Kazachstan begonnen met de bouw van een dam, die het Kazachse deel van het Aralmeer, de Kleine Aral, scheidt van de rest van het meer. De dam was aanvankelijk van slechte kwaliteit en is in het verleden meerdere malen doorgebroken. Het geld van de Wereldbank is bestemd om de dam te verstevigen.

 

Tegelijkertijd is veel werk verricht om de doorstroom via de Syr-Darja te verbeteren. De resultaten zijn al zichtbaar: het waterpeil in de afgesloten noordelijke Aral is veel sneller gestegen dan verwacht en dat biedt perspectieven voor de lokale bevolking. In het mondingsgebied van de Syr-Darja zijn wetlands aangelegd die moeten dienen als kinderkamer voor diverse vissoorten.

 

Op de korte termijn betekent dat werkverschaffing voor de werkloze vissers, op de lange termijn kan die vis weer de nu nog te zoute delen van het Aralmeer gaan bevolken.

 

Dit artikel is, met toestemming, overgenomen van de Wereldomroep.

Geert Groot Koerkamp

Geert Groot Koerkamp is Rusland correspondent. Hij doet sinds 1992 verslag...

Lees meer van deze auteur >

Reacties