“Zeg niet dat hulp niks uithaalt”

18-06-2012
Door: Stijn Hustinx
Bron: OneWorld

Joke Brandt (54) verruilde haar baan als directeur-generaal Internationale Samenwerking bij het ministerie van Buitenlandse Zaken voor die van onderdirecteur bij Unicef in New York. “Door de inzet van technologie krijg je zaken effectiever en goedkoper voor elkaar.”

1. Hoe zijn de wittebroodsweken bevallen?
“Ik ben tot nu toe vooral op reis geweest en ik vergader wat af. Mijn kantoor is nog steeds niet helemaal ingericht. Het was wel wennen aan een andere cultuur. Bij Buitenlandse Zaken kende ik alles en iedereen, de rechten en de procedures, de hele handel. Hier heb ik nog geen netwerk opgebouwd. Natuurlijk ken ik de VN wel, maar dan van het werken mét de organisatie.”

2. U bent voor Unicef net op reis geweest naar de Sahel, waar voor 1,7 miljoen kinderen een voedseltekort dreigt. De vergelijking met de hongersnood in de Hoorn van Afrika in 2011, waar de grootste droogte sinds zestig jaar tijd heerste, dringt zich op.
“Er is een belangrijk verschil. Nu zijn de alarmbellen veel eerder gaan rinkelen. Dat gebeurde al in januari, toen duidelijk werd dat er een crisis dreigt. Toen ik er was, kon je goed zien dat er grote problemen zijn. Droogte, de oogst is mislukt, een insectenplaag. Wel zijn er goede voorbereidingen getroffen  om klaar te zijn voor het ergste. Maar uiteindelijk is wat je kan doen ook maar beperkt. Ze zitten er nu in het moeilijke seizoen. De boeren hadden nu eigenlijk moeten oogsten, maar er valt niets te oogsten. Eigenlijk is het allemaal nog maar net begonnen. Je ziet er nu al serieuze ondervoeding. Gelukkig kan er iets aan gedaan worden en is er nog geen sprake van massale ellende.”

3. Grijpt het u aan?
“Vaak gaan kinderen dood door gebrek aan voedsel en slecht drinkwater waar ze ziek van zijn geworden. Dat is wat daar nu aan de hand is. De regering van Niger heeft er goed op ingespeeld, dat gaat ook wel eens anders. Er zijn complete voedingscentra ingericht voor kinderen die ondervoed zijn. Dat is een verschrikkelijk gezicht. Al die kinderen die niet genoeg te eten hebben. Maar, er is tenminste een centrum waar ze naartoe kunnen voor voeding en voorlichting. Alleen de balans dreigt nu om te slaan. Er is te weinig extra voedsel, te weinig water, te weinig van alles. En dan ga je in een glijdende schaal naar beneden.’’

4. In uw vorige functie bij Buitenlandse Zaken was u verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking, waarop veel landen nu bezuinigen. U moest dat ook.
“Het is op zich legitiem dat er overal bezuinigd wordt. Maar je moet niet zeggen: we bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, omdat het toch niks uithaalt. Ik ben niet blij met de bezuinigingen, maar dat het allemaal wat minder moet omdat we het economisch zwaar hebben is wel te begrijpen.’’

5. Wat vond u, als oud-ambassadeur in Uganda, eigenlijk van de YouTube-hit over krijgsheer Joseph Kony?
“De filmmaker heeft voor een nogal simplistische benadering gekozen, anderzijds heeft hij in een mum van tijd voor enorm veel aandacht gezorgd voor rebellenlegers die niets ontziend kinderen rekruteren en meisjes tot seksslaaf maken. Het laat zien dat er wel degelijk een hoop mensen zijn die zich om dit soort zaken druk maken. Het laat ook zien dat je als organisatie mensen heel anders moet benaderen. Het zijn de jaren zeventig of tachtig niet meer, het is 2012. Mensen hebben geen zin om een rapport van dertig pagina’s te lezen. Ze willen YouTube-filmpjes. Unicef is al erg actief op Facebook en Twitter. Maar we kunnen nog veel innovatiever nadenken over hoe je mensen bereikt, maar ook hoe je dingen in het veld gaat doen. Neem Ethiopië, waar vrouwen in plaats van hele afstanden te moeten lopen per sms met een gezondheidscentrum kunnen communiceren. Het zijn van die simpele dingen. Door de inzet van technologiekrijg je zaken effectiever en goedkoper zaken voor elkaar. Daar valt nog een wereld te winnen.’’

Reacties