Wie is wie in Darfur en waarom?

17-03-2009
Door: Marianne Nolte
Bron: IS Online
Darfur

Ook bij IS zien we soms door de bomen het bos niet meer: al die verschillende rebellengroepen in Darfur die vechten tegen de regering in de Sudanese hoofdstad Khartoum. Hoog tijd dus voor een wegwijzer in rebellenland, met een chronologisch overzicht van gebeurtenissen.

Verdeelheid is altijd de norm geweest in de geschiedenis van Darfur. Verschillende rebellenbewegingen kwamen voort uit diverse etnische groeperingen in Darfur. Deze opereerden altijd naast elkaar, totdat zij zeven jaar geleden besloten om de
handen ineen te slaan en het regime in Khartoum samen militair te lijf te gaan. De drie meest bepalende etnische groepen daarbij zijn de Fur, de Zaghawa en de Massalit.

De Fur: al eerder doelwit
De Fur vormen de grootste Afrikaanse groep in Darfur. Zij waren het doelwit van de regering en Arabische groepen al ver voordat de huidige oorlog begon in 2002. In 1987 brak er een conflict uit tussen de Fur en Arabische groepen met als inzet het gebruik van grond. De regering in Khartoum moedigde Arabische groepen uit Sudan en buurland Tsjaad aan om land van de Fur in te pikken. En in 1992 trok Daoud Bolad, een militaire leider van de Fur, het zuiden van Darfur binnen om daar een derde front te openen voor de Sudan People’s Liberation Army (SPLA), de Zuid-Sudanese rebellenbeweging die toen nog in een oorlog verwikkeld was met Khartoum. De regering in de Sudanese hoofdstad reageerde met grootscheepse aanvallen op burgerdoelen van de Fur.

De Zaghawa: treitercampagne
In 1999 kwamen grote spanningen naar buiten die de regerende partij in Sudan (het National Islamitisch Front) verscheurden. President Omar al Bashir haalde zijn grote rival Hassan al Turabi weg uit het politieke centrum door hem te ontslaan als leider van het Sudanese parlement, dat tegelijkertijd ontbonden werd. Turabi vormde toen een eigen partij, de Nationale Volkspartij (NPP, National Popular Party). Dat politieke gekibbel had zijn uitwerking in Darfur zelf. Turabi had vele volgelingen onder de Zaghawa, een van de belangrijkste groepen die daar wonen. Het regime van Bashir begon de Zaghawa te omschrijven als ‘anti-regering’, ‘een Vijfde Colonne’ en er kwam een treitercampagne tegen hen op gang. De volgelingen van Turabi onder de Zaghawa verzamelden zich later in de JEM, de Justice and Equality Movement.
De Zaghawa, die gesteund worden door de Tsjadische president en stamgenoot Idriss Déby, hebben dus vooral om politieke redenen de wapens opgepakt: een directe respons op de vijandigheid vanuit Khartoum.
 
De Massalit: repressie
Ook dit volk heeft last gehad van repressie vanuit Khartoum. Ook in hun geval werden Arabieren aangespoord om land van de Massalit te bezetten en plaatsen in te nemen in de tribale hiërarchie.

Gewapende groep
Er is dus een combinatie van factoren in het spel die het conflict in Darfur bepalen. Er is de etnische en politieke discriminatie vanuit Khartoum enerzijds, en Arabische acties tegen traditioneel grondgebruik en andere rechten van de Afrikaanse bevolking anderzijds. De Fur, Zaghawa en Massalit hadden verschillende motieven en agenda’s, maar zeven jaar geleden kwamen jonge vechters van deze drie groepen bij elkaar in het Jebel Mara-gebergte in Darfur, waar militaire trainingskampen waren opgezet. In 2002 verscheen een gewapende groep ten tonele met een nieuwe naam: Darfur Liberation Army (DLA). Echter, tot een gemeenschappelijke politiek of militair raamwerk leidde het niet.

Eerste overwinningen
In eerste instantie werden de opstandelingen in Darfur steeds zekerder van hun zaak. De leiders van de DLA kwamen uit alle drie de hoofdgroepen (Fur, Zaghawa, Massalit), een poging om representatief te lijken. Het nieuwe rebellenleger kwam onder invloed te staan van de zuidelijke rebellenbeweging SPLA, in een tijd dat deze Zuid-Sudanese gewapende beweging vredesonderhandelingen voerde met Khartoum. Die invloed is erg schadelijk gebleken. De DLA zelf had namelijk nauwelijks enige organisatie en ook geen uitgesproken politiek programma. Men had wapens nodig, militaire training en logistieke ondersteuning. De SPLA wilde een instrument dat ze kon gebruiken tegen Khartoum, terwijl de vredesonderhandelingen al aan de gang waren. Het eindresultaat was: meer verdeeldheid tussen de leiders van de Darfur-beweging. Sommige wilden dichter tegen de SPLA aanschurken, anderen vreesden dat SPLA de koers in de strijd om Darfur zou bepalen. De DLA veranderde intussen van naam. Het werd de Sudan Liberation Movement/Army, een naam die wel erg leek op die van de SPLA.

Vliegveld
De rebellie verplaatste zich van Jebel Mara naar Dar Zaghawa in Noord-Darfur, dichter bij de grens met Tsjaad. Daar was een vliegveld, waar wapens konden worden ingevlogen die afkomstig waren van de SPLA. De eerste overwinningen van de SLM/A waren snel en spectaculair. De beweging haalde het internationale nieuws met een aanval op Al Fashir, ook in Noord-Darfur. In februari 2003 hield de beweging het vliegveld van die stad een aantal uren bezet. De regering in Khartoum voelde zich vernederd en een antwoord liet niet lang op zich wachten. Er kwamen systematische luchtbombardementen op dorpen en stadjes waar de rebellerende volken vandaan kwamen. De bommenregen werd gecombineerd met Arabische grondacties. Arabische milities, die Janjaweed werden genoemd, vielen zojuist gebombardeerde stadjes en dorpen binnen en brandden de rest plat. Ze vermoordden burgers, verkrachtten vrouwen, vernielden akkers, doodden het vee en gingen ervandoor met wat er aan persoonlijke bezittingen overbleef. Die acties begonnen in 2004 en gaan tot op de dag van vandaag door.

Internationale bemoeienis
Onder druk van wereldwijde verontwaardiging over de acties van de Janjaweed werd de regering in Khartoum gedwongen onderhandelingen te beginnen met de SLM/A. Beide partijen tekenden in februari 2004 een staakt-het-vuren, in de stad Abeche in Tsjaad. Maar een maand later begonnen de gevechten weer. In augustus van hetzelfde jaar werd opnieuw een staakt-het-vuren getekend, terwijl de internationale bemoeienis met Darfur steeds sterker werd. Om te zorgen dat het vuren ditmaal echt zou ophouden werd een vredesmissie ingezet namens de Afrikaanse Unie: AMIS, de Missie van de Afrikaanse Unie in Sudan (African Union Mission in Sudan).

Barsten in de eenheid
In 2005 werd de crisis in Darfur groter en dieper. Ook werd duidelijk hoe politiek onervaren de leiders van de rebellenbeweging waren. Het gebrek aan gemeenschappelijke politieke visie begon de eenheid te ondermijnen. Er werd nog altijd geëist dat Darfur, als regio, moest delen in de welvaart en macht van het hele land. Maar deze eisen werden gaandeweg ondermijnd door eisen die meer te maken hadden met het eigen volk. De Fur bijvoorbeeld eisten dat het traditionele hakura systeem van landbezit in ere werd hersteld, omdat hun land onteigend werd door Arabieren. Voor de Zaghawa was dat van geen belang, want ze hadden nooit een dergelijk systeem gekend. Onder de hoofdleiders van de SLM/A maakten dit soort etnische overwegingen de reeds bestaande spanningen erger. Het zijn spanningen die altijd in rebellenbewegingen bestaan – maar ze leidden wel af van de strijd die men tegen Khartoum aan het voeren was.

Splitsing
In november 2005 vergaderde de Darfur-beweging om de problemen rond leiderschap en strategie op te lossen. Hier splitste de SLM/A zich in feite in twee groepen: de factie geleid door Minni Minawi en de factie onder leiding van Abdul Wahid Nur. De eerste was een factie waar vooral de Zaghawa in vertegenwoordigd waren; in de tweede zaten vooral de Fur en de Massalit. De politieke meningsverschillen over de richting die de beweging in moest slaan, sloegen om in persoonlijke wedijver tussen deze twee leiders. Dezer werd alleen maar erger totdat in maart 2006 de Massalit en de Fur binnen Abdul Wahid’s factie het oneens werden over de besluitvorming binnen hun beweging. Zo kwam er opnieuw een splitsing. De Massalit en een paar Zaghawa strijders keerden Wahid de rug toe en begonnen hun eigen beweging. En zo waren er, drie jaar nadat de Darfur-beweging was opgericht, ineens drie verschillende groepen: de SLA (Sudan Liberation Army)- de MM van Minni Minawi, de SLA-AW van Abdul Wahid, en de SLA-G19 van degenen die zich van Wahid hadden afgescheiden.

Vredesakkoord van Darfur
Intussen waren er in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja al geruime tijd vredesonderhandelingen aan de gang tussen regering en rebellen. De internationale gemeenschap oefende enorm veel druk uit op de uiteenvallende Darfur-beweging om als geheel het vredesakkoord te tekenen. Uiteindelijk lag er in mei 2006 inderdaad een vredesakkoord. Met naast die van regering in Khartoum maar één handtekening: die van Mini Minawi, namens zijn factie. De andere SLA-facties, plus de prominente andere rebellengroep, de JEM, tekenden niet. Wel ontstonden er allerhande nieuwe groepen die plotseling kwamen met ‘verklaringen van aansluiting bij het Darfur Vredesakkoord’. De meesten bestaan alleen in naam en hebben geen troepen op de been. In juni 2006 waren er niet minder dan acht groeperingen die zich allemaal tooiden met de naam SLA.

Tegelijkertijd was nog een nieuwe ontwikkeling gaande: Arabische groepen die het opnamen tegen de regering in Khartoum. Zo ontstonden het Sudanese Revolutionaire Front in West-Darfur en het Front van de Democratische Krachten, een groep die werd geleid door een voormalige Janjaweed-leider, Mohamed Hamdan. Het was een reactie op de pogingen vanuit de regering in Khartoum om zich te ontdoen van enkele van de Janjaweed-milities die ze in een eerder stadium juist had bewapend, betaald en georganiseerd.

Stoelendans
Allerlei internationale pogingen om de rebellen gezamenlijk aan tafel te krijgen, onder andere in de Libische stad Sirte, mislukten daarna. Geheel zonder internationale bemoeienis kwamen in februari 2008 in Umrahik, een stad in Noord-Darfur, vijf groepen bij elkaar die allemaal een troepenmacht hebben. Het betrof twee facties van de Sudan Liberation Army, twee van de Justice and Equality Movement en één groep uit het Arabische kamp. De alliantie noemt zichzelf Verenigd Verzetsfront (United Resistance Front, URF). Echter, nadat de rebellenbeweging een paar eenvoudige militaire overwinningen had behaald tegen de Sudanese regering, stortte de eenheid aan rebellenzijde als een kaartenhuis in elkaar. Men had verzuimd een stevige politieke eenheid op te bouwen met een heldere structuur, strategieën en interne regels. Het bindmiddel voor de beweging was ‘de gemeenschappelijke vijand’ tegen wie elk van de drie hoofdgroepen (Fur, Zaghawa, Massalit) een grief had. Maar ze waren niet rijp voor een strategie op langere termijn en de leiders van de beweging verloren zich in een stoelendans om de macht.

Een politiek vredesakkoord met een paar gewapende groeperingen brengt geen blijvende oplossing voor de 59 verschillende etnische groepen en sub-groepen. De internationale gemeenschap zal leiders moeten stimuleren die voldoende kennis en sociale scholing bezitten om het weefsel van de Darfuri gemeenschap te herstellen. Om daar te komen moet je investeren in gemeenschappen, met scholen, beroepsopleidingen, alfabetisering voor vrouwen, gezondheidszorg. Daarmee kun je voorkomen dat het sociale weefsel helemaal uiteenvalt. Doe je dat niet, dan ontstaat er een groep van duizenden kindsoldaten, ongeletterd, gereed om uitgebuit te worden door naburige krijgsheren of anderen met giftige politieke agenda’s.

Marianne Nolte hield zich van 2003 tot 2007 als ´political officer´ voor onder meer de Nederlandse abassade in Khartoum bezig met Darfur. Ze was regelmatig in door de rebellen beheerst gebied en bezocht Darfur-rebellen in omringende landen. Ze heeft een MA International Relations van de Johns Hopkins University in de VS. Sinds 1980 werkt ze af en aan in Sudan, voor de EU, VN Buitenlandse Zaken en USAID.

Reacties