Vijf vragen over landjepik

16-12-2011
Door: Thomas Durlinger
Bron: OneWorld
landbouw in Malawi

Om de landbouw in Afrika en Azië vooruit te helpen, is geld nodig. Maar niet elke investering leidt tot ontwikkeling. Wanneer kleine boeren van hun land worden verdreven om het veld te ruimen voor grootschalige plantages spreken we van landjepik of land grabbing. Maar wat is dat precies? 

Wat is landjepik?
Ontwikkelingslanden verkopen of verhuren landbouwgrond aan buitenlandse partijen. De kopers zijn vaak kapitaalkrachtige landen met voedseltekorten. Voorbeelden van investerende landen zijn Saudi-Arabië, China en India. Het zijn meestal niet de regeringen zelf die investeren in landbouwgrond in ontwikkelingslanden, maar investeringsmaatschappijen die banden hebben met de overheid. Landbouwgrond wordt meestal verpacht, maar overeenkomsten kunnen een contractduur hebben tot wel 99 jaar. Boeren en nomaden worden plotseling verdreven als er een overeenkomst tot stand komt tussen regeringen in ontwikkelingslanden en investeerders. Maatschappelijke organisaties noemen dat land grabbing, landjepik Ze willen met deze term benadrukken dat het land wordt gestolen van de mensen die er generaties lang op hebben geleefd.

Waar vindt landjepik plaats?
De meeste land grabs vinden plaats in landen die de Food an Agricultural Organization (FAO) van de Verenigde Naties kwalificeert als ‘kwetsbaar voor voedselonzekerheid’. Sudan, Ethiopië, Mali, Kenia, Uganda, Cambodja en Myanmar zijn enkele van deze landen.
Grootschalige landacquisities (het kopen of huren van landbouwgrond) vinden vooral in Afrika plaats, maar ook in Azië en Zuid-Amerika investeren buitenlandse partijen in landbouwgrond. Zo worden Cambodjaanse rijstboeren van hun land gejaagd om plaats te maken voor rietsuikerplantages en raken indianen in de Amazone hun grond kwijt omdat ze het veld moeten ruimen voor landbouw. Toch schat de Wereldbank dat 70 procent van de land grabs op het Afrikaans continent plaatsvindt. Veel landen in Afrika hebben grond waarop niets verbouwd wordt of grond waar de boeren minder uit halen dan er mogelijk is. Ontwikkelingslanden hebben geld nodig om de landbouw te ontwikkelen, maar beschikken daar niet over. Dus kijken regeringen in ontwikkelingslanden buiten de eigen landsgrenzen om investeringen aan te trekken die de landbouw vooruit kunnen helpen.  Concurrentie tussen ontwikkelingslanden om investeerders en dus geld binnen te slepen, zorgt ervoor dat er deals worden gesloten met gunstige voorwaarden voor investeerders, maar waar de plattelandsbevolking niet van profiteert.

Zijn investeringen in de landbouw niet juist gunstig voor ontwikkelingslanden?
Investeringen in de landbouw zijn noodzakelijk voor ontwikkelingslanden om de koopkracht van de bevolking op het platteland te verhogen. De ‘Asian Tigers’ ontwikkelden zich, met ontwikkelingshulp op deze manier. Maar voor zulke investeringen is geld nodig. Olivier de Schutter, speciaal rapporteur voor het recht op voedsel van de Verenigde Naties, ziet dat veel regeringen in ontwikkelingslanden voelen dat ze maar twee keuzes hebben: “Regeringen voelen dat ze moeten kiezen uit niets doen of hun grond aanbieden aan buitenlandse partijen. Maar meerdere opties zijn mogelijk. Boeren die op kleine schaal landbouw bedrijven kunnen geholpen worden om hun productiviteit te verhogen, maar regeringen zijn hier sceptisch over. Ze vinden dat de eigen boeren niet in staat zijn om de bevolking te voeden. Buitenlandse investeerders kunnen hierbij helpen, aangezien ontwikkelingslanden zelf niet het geld hebben voor investeringen.” Investeringen zijn dus nodig, maar alleen gunstig voor ontwikkelingslanden als de bevolking er qua werkgelegenheid en voedselzekerheid van kan profiteren. Niet als buitenlandse investeerders de gehele productie exporteren naar de thuisbasis en geen gebruik maakt van lokale werkkrachten.

Wat zijn de oorzaken van landjepik?
De toenemende frequentie, het aantal hectare grond en de aandacht die land grabbing opeist is het resultaat van enkele mondiale processen. Een toenemende wereldbevolking vereist een hogere voedselproductie. Een hogere voedselproductie voor dezelfde eetgewoonten is alleen mogelijk door meer grond te verbouwen. Omdat veel landen te weinig landbouwgrond hebben om de bevolking te voeden wenden ze zich tot ontwikkelingslanden om voldoende voedsel te produceren. Gevolg is dat landbouwgrond schaarser wordt. Dit betekent dat het in de toekomst meer waard zal worden. De financiële sector en grote internationale investeerders zoeken na het instorten van de huizen- en aandelenmarkt nieuwe investeringsmogelijkheden en kiezen voor landbouwgrond. Landbouwgrond wordt interessanter door de voedselcrisis. Rijst, maïs en graan zijn in 2007 en 2008 enorm in prijs gestegen. Er wordt dus meer verdiend met landbouw. Ten slotte verandert het dieet in opkomende economieën als China en India. De vraag naar vlees wordt groter. De productie van vlees eist wereldwijd 80 procent van de landbouwgrond op, terwijl het slechts 15 procent van de totale voedselconsumptie beslaat. Meer vraag naar vlees zal leiden tot meer vraag naar landbouwgrond.

Wie zijn de belangrijkste spelers bij landjepik?
Slachtoffers zijn kleine boeren die het veld moeten ruimen voor investeringen in het land waar zij van leven. Een voorbeeld: in de Ugandese regio Mubende werden in 2001 400 boerengezinnen, 2.041 inwoners, op geweldadige wijze van hun land verdreven om plaats te maken voor de Kaweri Coffee Plantation Ltd., een dochteronderneming van het Duitse Neumann Kaffee Gruppe (NKG). Inwoners werden door het leger verdreven, een aantal werden in elkaar geslagen, vijf overleden als direct gevolg hiervan en de voormalige bewoners hebben tot op heden geen enkele compensatie gekregen en leven in armoede. Niet elke landacquisitie heeft zulke dramatische gevolgen, maar de Mubende-zaak is een voorbeeld van het effect dat land grabbing kan hebben op de levens van een grote groep mensen.
Landen die producten verbouwen op landbouwgrond van ontwikkelingslanden, investeringsmaatschappijen, corrupte overheidsfunctionarissen en lokale elites die zichzelf verrijken verdienen aan land grabbing. De plattelandsbevolking in ontwikkelingslanden kan ook profiteren van landacquisities en investeringen. Maar dan moeten misstanden voorkomen worden met regelgeving en toezicht. Investeerders moeten verantwoord ondernemen en rekening houden met mensenrechten en milieu-effecten. Ontwikkelingslanden kunnen profiteren als investeringen leiden tot een hogere productiviteit van lokale boeren en er meer werk komt voor de bevolking.
Andere spelers als actiegroepen, NGO’s en media proberen misstanden aan de kaak te stellen en druk uit te oefenen op regeringen en investeerders om ontwikkeling door landacquisities mogelijk te maken.

Foto: (cc)
 

 

 

Reacties