Tussen hoop en angst

02-05-2011 Bron: Isonline
Fatma Wakil

Ze vluchtten op jonge leeftijd uit Afghanistan en bouwden hier hun leven op. Nu zijn ze net als hun landgenote Sahar, die onlangs in het nieuws kwam omdat de IND haar na tien jaar procederen terug wilde sturen naar Afghanistan, zwaar verwesterd. IS sprak met drie Afghaanse Nederlanders, die hier bijna allemaal geneeskunde studeren en vastbesloten zijn hun kennis in te zetten om hun vaderland te ontwikkelen. Hun ouders houden hun hart vast, maar de nieuwe generatie Afghanen ziet mogelijkheden. ‘Afghanen zijn extreem. Extreem in oorlog, maar ook in studeren. En dus staat ons land over vijftien jaar op de kaart.’

Wie: Farhang Dehzad (26)
Is: Voorzitter van studentenvereniging MayhanStudents en lid Medisch Comité Afghanistan
Studeert: Geneeskunde
In Nederland sinds: 1992

“Vorig jaar wilde ik ineens terug. Mijn vader lichtte mijn familie in dat ik zou komen, en boekte zelf ook een ticket. Mijn moeder vond het maar niks. Een week voor vertrek liep ik een ernstige blessure op tijdens een potje voetbal met mijn vrienden, waardoor ik mijn reis moest afzeggen. Nieuwe plannen zijn er nog niet, ik twijfel. Buiten de hoofdstad is reizen gevaarlijk, dus ik zou mijn hele verblijf bij familie in Kabul zitten. Mijn vader vindt dat heerlijk, want hij is een familiemens. Al twee keer is hij teruggeweest. Zonder mijn moeder overigens, want door de oorlog heeft ze te veel nare herinneringen aan Afghanistan. Haar familie woont in Duitsland, Canada en Finland, dus er is voor haar ook geen reden om terug te gaan.
In Kabul waren mijn ouders allebei docent aan de universiteit. Mijn moeder heeft filosofie gestudeerd, mijn vader politicologie. In Nederland konden zij hun beroep niet uitoefenen, omdat ze de taal niet goed genoeg spraken. Nu werkt mijn vader bij Bureau Jeugdzorg, mijn moeder bij een instelling voor gehandicapten. Zij heeft veel Nederlandse vrienden. Mijn vader spreekt liever met Afghanen af.
Ik ben een Afghaanse Nederlander. Niet een van beide, maar ertussenin. Dat besef geeft rust. Op basis van die identiteit kan ik mijn eigen keuzes maken. Zo mag ik bijvoorbeeld van mezelf wel uitgaan, maar geen alcohol drinken. Het Nederlandse studentenleven botst met de Afghaanse cultuur. Toch proberen we de Afghaanse studenten een leven naast de colleges en tentamens te bieden. Met acht vrienden heb ik de studentenvereniging MayhanStudents opgericht. Mayhan betekent Vaderland. We organiseren lezingen, sportactiviteiten en chai-borrels. Dan leggen we matrassen op de grond en drinken we thee.
Zodra ik klaar ben met mijn studie wil ik naar Afghanistan. Ik wil meer zijn dan alleen arts door een goed functionerend gezondheidsstelsel op te zetten. Op een hoger niveau kan ik meer mensen bereiken. Mijn vader waardeert het dat ik me wil inzetten voor Afghanistan, maar waarschuwt me wel: ‘Ga met een internationale organisatie, Afghanen kun je niet vertrouwen.’ Tegelijkertijd is hij positief over de toekomst van Afghanistan, hij ziet dat zijn land zich ontwikkelt. Daar kan ik soms nog aan twijfelen. Toen ik de demonstraties naar aanleiding van de koranverbranding op televisie zag, had ik echt een rotdag. Ik wil de Afghanen graag helpen, maar dan moeten zij ook wel meewerken.”
www.mayhanstudents.nl

Wie: Fatma Wakil (27)
Is: Voorzitter van de Afghaanse jongerenstichting KEIHAN en lid Medisch Comité Afghanistan
Studeerde: Politicologie en conflictstudies
In Nederland sinds: 1993

“‘Als ik klaar ben met mijn bachelorstudie, ga ik terug naar Afghanistan’, riep ik altijd tegen mijn vader. Hij snapte dat niet. ‘Je kan daar niets doen, je bent een vrouw en kan niet eens de straat op.’ Maar ik regelde toch vrijwilligerswerk in Kabul. ‘Je houdt dat nog geen drie weken vol’, beweerde mijn vader. Volgens hem ging ik terug naar de Middeleeuwen, maar omdat ik bij mijn oma zou logeren, liet hij me wel gaan.
Ik bleef elf maanden. Via Facebook hield ik contact met vrienden en familie. Ze zagen op foto’s hoe ik het hele land doorreisde, naar de markt ging en alleen de taxi nam. Ze werden verliefd op het land dat ze tot nu toe alleen als oorlogsgebied kenden. Iedereen kwam langs, ook mijn ouders, broers en zusje. Ze waren trots, maar mijn vader nam me apart. ‘Ik heb mijn leven in Afghanistan niet opgegeven om jou hier nu achter te laten. Er is hier geen verzekering, geen zorg, geen rechtssysteem. Leuk dat je een fijne tijd hebt gehad, maar wij kunnen niet verder leven als jij hier bent.’
Toch ben ik een jaar later, na mijn master conflictstudies, weer teruggegaan. Ik kan daar zo veel betekenen! Ik heb onderzoek gedaan naar de behoeften van de Afghanen op het gebied van gezondheidszorg. Met onze stichting KEIHAN organiseren we in september een conferentie waarbij Afghanen, Nederlanders en bedrijven bij elkaar komen om te bespreken of wij in die behoeften kunnen voorzien. We gaan ook een database maken van alle Afghanen in Nederland die iets voor hun vaderland willen doen. Jongeren zien mogelijkheden, de ouderen zien alleen de teloorgang van hun land. ‘Vroeger stonden hier mooie huizen en bomen’, zei mijn vader toen we in Kabul samen over straat liepen. “Nu is alles verwoest of overgenomen door internationale organisaties.” Het is zijn land niet meer. Veel gevluchte Afghanen hadden een goed leven in Afghanistan. Een eigen huis, een goed betaalde baan en een eigen chauffeur. Hier in Nederland moesten ze opnieuw beginnen en een baan op een lager niveau accepteren.
Mijn moeder houdt echt van Nederland. Ze werkt in de kinderopvang en fietst overal naartoe. Ze is wel teruggeweest naar Afghanistan, maar werd gek van alle etentjes met familie. Toen ik haar vroeg of ze deze zomer mee wilde naar Afghanistan, schrok ze. ‘Nee, ik heb echt vakantie nodig!’”
Vanwege veiligheidsredenen willen de ouders van Fatma liever niet op de foto.
www.keihan.org

Wie: Parweez (28)
Is: Voorzitter van stichting Paymaan
Werkt als arts in ziekenhuis Rijnstate, Arnhem
In Nederland sinds: 1998

“Mijn ouders vonden het moeilijk dat ik terug wilde naar Afghanistan. Na heel veel zeuren kreeg ik vorig jaar toestemming om drie weken naar Kabul te gaan. Stiekem boekte ik voor vijf weken. Ik gaf en volgde hoorcolleges op de medische universiteit (KMU) en probeerde studentenverenigingen op te zetten. Typisch Nederlands, maar zeer effectief om Afghaanse jongeren te leren bijdragen aan de samenleving. Studenten tandheelkunde gaven bijvoorbeeld tandenpoetsworkshops aan kinderen, geneeskundestudenten voorlichting over de schade van roken.
Ik had zo veel te doen dat ik mijn verblijf steeds verlengde. Ik ging heel voorzichtig te werk: ik logeerde niet bij familie en bracht slechts weinig mensen op de hoogte van mijn komst.
Er is een aanslag gepleegd op een van de scholen waar we een bibliotheek bouwden. Ons werk werd blijkbaar niet door iedereen gewaardeerd. Ik was gelukkig net weg, maar veertig leerlingen en docenten moesten naar het ziekenhuis. Uiteindelijk overleefde iedereen het. Ook vlakbij een school voor blinden en slechthorenden was er een aanslag. Ik had daar eigenlijk die dag een afspraak, maar was een dag ervoor al gegaan. Mijn ouders zagen de aanslag op televisie en waren zeer ongerust. Na tweeëneenhalve maand in de stress te hebben gezeten, vroegen ze me terug te komen.
Vanuit Nederland werken we, acht vrienden en ik, nu met onze stichting Paymaan (‘belofte’) aan onderwijs voor 35 wees- en straatkinderen in Kabul. Ook hebben we al negen mediatheken met boeken en computers gerealiseerd. Het succes kwam niet vanzelf, we werken er hard voor. Soms hebben we zelfs al om vijf uur ‘s ochtends een skypevergadering met ons team in Kabul.
Mijn ouders spreken redelijk Nederlands en zijn goed ingeburgerd, maar van een baan is het niet gekomen. In Afghanistan was mijn vader militair, nu heeft hij een tuintje waarin hij wat tuiniert. Ik heb veel aan zijn tips over de omgangsregels in Afghanistan. Mijn moeder is huisvrouw. Ze denken nog elke dag aan vroeger. Als het veilig is, hopen zij voorgoed terug te keren.
Weet je, de oude generatie kan Afghanistan niet meer opbouwen. Daarvoor dragen ze te veel baggage met zich mee. Ze zijn te pessimistisch geworden. Komende zomer ga ik weer naar Kabul. Mijn ouders zijn trots op wat ik doe. Ook al zitten zij straks weer weken in de stress.”
www.paymaan.nl

Hanna Hilhorst

Hanna Hilhorst werkt als programmamaker bij de NCDO, het centrum voor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties