Trots Thailand zet Westerse gelukszoekers het land uit

07-08-2014
Door: Jos Campman
Bron: OneWorld
Met enige trots zet Thailand tienduizenden Europeanen en Amerikanen het land uit. Het vreemdelingenbeleid van het ‘land van de glimlach’ is vanaf nu net zo meedogenloos als dat van de door de Thai vaak bewonderde westerse landen. De regels worden streng toegepast en er komt geen generaal pardon voor Nederlanders en andere westerse gelukzoekers. Ook niet als ze na tientallen jaren helemaal zijn ingeburgerd.
NIEUWS – 

‘Nu weet ik hoe een ongewenste vreemdeling zich in Nederland voelt’, zegt de 57-jarige Nederlander Ben in een Bangkokse koffiebar. Ben woont tien jaar in Thailand. Hij spreekt de taal een beetje, heeft een Thaise vriendin en woont in huurhuisje in het noorden van het land. Ben kan rondkomen met het geven van bijles Engels en het helpen van een rijke Amerikaan bij het runnen van zijn café. Hij heeft niets meer met Nederland: vrienden en familie heeft hij er nauwelijks. In Thailand is hij gelukkig. Hier is hij thuis.‘Maar op korte termijn komt een einde aan mijn leven als god in Thailand’, zegt hij met tranen in z’n ogen. ‘Alles wat ik lief heb moet ik achterlaten. Maar waar kan ik heen? Voorlopig heb ik niet eens geld voor een ticket naar Amsterdam.’

Waar kan ik heen? Voorlopig heb ik niet eens geld voor een ticket naar Amsterdam.

Toerist blijven in Thailand meer dan welkom. Langer blijven kan ook, maar door de nieuwe wet moet je aantonen dat je in Thailand een goede baan hebt. Of dat je vijftigplusser bent met minimaal 20.000 euro op de bank, dan wel een pensioen hebt van minimaal 1.600 euro per maand. Maar voortaan kun je het schudden als je op de vlucht bent voor het gejaagde westerse leven en probeert in het voormalige Siam een eenvoudig bestaan op te bouwen.

Sinds de jaren zestig is Thailand een toevluchtsoord voor mensen die zich in de Oriënt meer thuis voelen dan in de Amerika of Europa. Het begon met Amerikaanse soldaten die in de regio bleven hangen na de Vietnamoorlog. In hun kielzog kwamen de hippies. Daarna de toeristen die steeds vaker terugkwamen en ten slotte niet meer weg gingen – vaak na een mislukte liefde, een verloren baan en financiële problemen.

Rob, 45, is een van de Nederlanders die vrij recent naar Thailand kwam. Na een scheiding bleef hij er hangen. Rob werkte als verhuizer en werd afgekeurd op zijn rug. Met zijn uitkering kan hij redelijk rondkomen op het platteland in het noordoosten van Thailand, waar hij de familie van zijn Thaise vriendin helpt met de verkoop van schoenen op boerenmarkten.

Het militaire regime maakt radicaal een eind aan alle vormen van corruptie

‘Ik zag mijn verblijf hier als een soort sabbatical. Wilde hier lekker bijkomen en de boel voor mezelf eens goed op een rijtje zetten. Dat kan nu niet meer. Een goede baan is hier niet voor me weggelegd, ik heb geen 20.000 euro en mijn uitkering is te laag. Trouwen met een Thaise wil ik voorlopig niet, want dan trouw je haar hele familie. Dat wordt dus terug naar een appartementje op drie hoog ergens in koud Nederland…’

Dat het militaire regime Ben, Rob en tienduizenden andere buitenlanders het land uitzet, is volgens juntaleider Prayuth ‘niet persoonlijk’. Maar de wet is de wet. En ambtenaren dienen wetten nu, na het afzetten van de verschillende falende burgerregeringen, strikt na te leven.

Het militaire regime maakt radicaal een eind aan alle vormen van corruptie. Ook die bij de douane, die decennialang profiteerde van westerlingen die niet voldeden aan de regels en toch in Thailand wilden wonen.

Ben was zich, zoals veel anderen, van geen kwaad bewust. Hij kwam het land binnen met een toeristenvisum en kon dat elke drie maanden verlengen. Via een bemiddelingsbureautje. Dat verzorgde dagtrips naar plaatsen net over de grens. ‘Gezellig’, zegt hij. ‘Met tien man in een busje. Biertje drinken in Cambodja. En dan kwam de gids terug met nieuwe visa.’

Dat wordt dus terug naar een appartementje op drie hoog ergens in koud Nederland…

Behalve gezellig vonden Ben en zijn medereizigers het ook een omslachtige manier om het verblijf in Thailand te regelen. Ze hebben vaak gelachen om die bureaucratische rompslomp. ‘Nu weet ik dat een toeristenvisum drie maanden geldig is en je het eigenlijk maar eenmaal mag verlengen. Die trips waren nodig om de wet te omzeilen en alle betrokkenen verdienden er aan.’

Vanaf nu hebben mensen die keer op keer een toeristenvisum halen in een buurland een onoverkomelijk probleem: ze kunnen Thailand wel uit, maar komen er niet meer in.

En denk niet dat je nog zonder vergunning in ons land kunt rondlopen, waarschuwt het leger. Als je wordt gesnapt krijg je een boete van 20.000 euro en kun je die niet betalen – en dat zit er dik in – dan wacht een langdurig verblijf in een allesbehalve aangename Thaise gevangenis. Overleef je die, dan wordt je alsnog uitgezet en kom je het land nooit meer in.

Veel buitenlanders haalden de schouders op toen de militairen het nieuwe vreemdelingenbeleid aankondigden. Zo’n vaart loopt dat in Thailand niet, dachten velen ten onrechte. ‘Maar ik wist dat het serieus was, toen gewapende soldaten illegale bouwsels op de toeristische stranden lieten afbreken’, zegt Ben. ‘Die zijn gebouwd nadat politici, bestuurders en agenten smeergeld kregen. De militairen maakten er korte metten mee. Toen wist ik dat er geen generaal pardon in zit en ik m’n koffer kon gaan pakken.’

Ben kijkt op naar de tv in de hoek van de koffiebar, waar de pr-clip van het leger voorbij komt. ‘Wij brengen vreugde en geluk terug in het land.’

Ben en Rob zullen het niet meer meemaken.

Het interview met Ben verscheen eerder in De Groene Amsterdammer.

Reacties