Textielfabrieken in Pakistan blijven tijdbommen

13-04-2016 Bron: OneWorld
Nazia verloor haar man bij brand in textielfabriek Karachi
Nazia verloor haar man bij brand in textielfabriek Karachi.
Actueel – 

Vier jaar na enorme brand in textielfabriek Pakistan wast iedereen handen in onschuld en is er nog weinig veranderd. Een verslag van Wilma van der Maten vanuit Pakistan.

Wereldwijd gaan vandaag vakbonden de straat op om compensatie te eisen voor de nabestaanden van 300 textielarbeiders die vier jaar geleden tijdens een fabrieksbrand in Karachi omkwamen. De meeste slachtoffers stikten omdat nooduitgangen en ramen op slot slot zaten. Een Pakistaanse vakbond heeft twee Europese bedrijven voor de rechter gesleept. 

Om er voor te zorgen dat zo min mogelijk arbeiders tijdens werktijd de fabriek uitkonden zaten alle nooduitgangen hermetisch op slot

Nazia Parveen weet nog dat de brand om zes uur 's avonds, rond schemertijd, uitbrak. Op dat moment ontving ze een benard telefoontje van haar man die in de kelder werkte waar jeans en T-shirts voor de export naar Europa lagen opgeslagen. Ze besefte het toen nog niet. Het was het laatste gesprek dat ze samen voerden. "Hij vertelde dat er een enorme brand was uitgebroken. ‘Als ik geen uitgang vind, kom ik niet meer thuis’, waren zijn laatste woorden." Nazia’s echtgenoot zat zoals zijn meeste collega’s als een rat in de val. Om er voor te zorgen dat zo min mogelijk arbeiders tijdens werktijd de fabriek uitkonden - de produktie zou wel eens verminderen - zaten alle nooduitgangen hermetisch op slot. 

Brand in textielfabriek KarachiDe brand in textielfabriek in Karachi, vier jaar geleden.

Textielarbeider Muhammad Aslam, die de brand overleefde, herinnert zich nog de paniek, de chaos en het geschreeuw om hulp dat door merg en been ging. "Er waren twee explosies. Daarna kon ik door de rook niets meer zien. Er was slechts één deur open. We renden allemaal in de mist en buitelden over elkaar heen." Er waren meer dan 1500 mensen  aan het werk. Sommigen renden naar het dak en sprongen van driehoog naar beneden. Ze stierven ter plekke of later in het ziekenhuis aan hun verwondingen.

Families huilen om omgekomen kinderenFamilies huilen om omgekomen kinderen.

De ramen konden evenmin open. Daarvoor zaten aluminium spijlen. "Tijdens de brand kwamen er chemische stoffen vrij waardoor veel arbeiders bewusteloos raakten en in de vlammen stierven", voegt vice-voorzitter Nasir Mansoor van de grootste Pakistaanse vakbond NTUF toe. Zijn vakcentrale vecht al jaren al voor compensatie en betere veiligheidsvoorwaarden in de Pakistaanse textielindustrie. "Bijna alle mensen die stierven waren kostwinners. Ze laten gebroken gezinnen achter. Maar we hebben in Pakistan nu eenmaal een elite die zich niet om Jan de Abeider bekommert", zegt hij nu boos.   

Bijna geen van de nabestaanden heeft een fatsoenlijke uitkering gekregen

Ter compensatie ontving weduwe Nazia Parveen zevenduizend euro. Volgens het bedrijf Ali Enterprises, van wie de fabriek was, een flink bedrag. Parveens man verdiende tussen de 50 en 100 dollar per maand, afhankelijk van zijn overuren. "Een schijntje", zegt vice-voorzitter Nasir Mansoor. Het bedrijf maakte jaarlijks tussen de tien en vijftig miljoen dollar winst. Naast de veiligheidsvoorschriften hield de onderneming zich ook niet aan de wettelijke afspraken rond het miniumloon dat boven de 130 dollar per maand ligt.

Bijna geen van de nabestaanden heeft een fatsoenlijke uitkering gekregen. "Onze regering, Ali Enterprises en de westerse kledinginkopers beloofden na de ramp de getroffen families voor de rest van hun leven te steunen. De nabestaanden ontvingen slechts een eenmalig bedrag. Wij eisen alsnog dat de partijen zich aan de afspraken houden’, stelt de vakbond NTUF."  

Rechtszaak tegen Europese bedrijven

Daarnaast heeft de bond een rechtszaak tegen twee Europese bedrijven aangespannen. De eerste loopt tegen het Italiaanse auditbedrijf RINA dat een dag voor de brand het bedrijf nog een veiligheidscertificaat gaf. In het Duitse Dortmund is de vakcentrale een gerechterlijke procedure tegen de textielmagnaat KIK (Kunde ist Koning) begonnen. Tijdens een controle in 2007 bleek er van alles op het gebied van de veiligheid niet te deugen. Het probleem van de gesloten ramen en deuren was toen al bekend. Net zoals het ontbreken van een brandalarm.  

KIK, dat met 3200 Europese kledingwinkels voor 90 % de grootste textielafnemer is, beweerde dat de problemen waren opgelost. Het bedrijf loog om zijn eigen collectie te redden. Er werd niets ondernomen om het zwaar verouderde electriciteitssysteem te renoveren. De bedrading hing als los zand aan elkaar vast. Volgens het politie-onderzoek lag kortsluiting ten grondslag aan de ramp. "KIK heeft de moord van deze mensen op zijn geweten. Het bedrijf denkt met een schadevergoeding van 1 miljoen euro weg  te komen. Wij eisen minstens 30.000 euro per familie", stelt vakbondsman Mansoor. 

Er was niet eens een brandalarm om werknemers tijdig te waarschuwen

Ali Enterprises probeert net zo goed zijn handen in onschuld te wassen. Het bedrijf beweert dat de maffia in Karachi de fabriek in brand stak, omdat de onderneming weigerde beschermingsgeld te betalen. Maar Nasir Mansoor gelooft niets van dit verhaal. Het leidt de aandacht af van de werkelijke problemen. "Feit is dat in de textielfabriek de veiligheid niet deugde. Er was niet eens een brandalarm om werknemers tijdig te waarschuwen. Zelfs al was het een terreurdaad. De mensen konden niet weg komen omdat de deuren en ramen op slot zaten."

Zoektocht in mortuariumZoektocht in mortuarium.

De Pakistaanse vakbond vindt dat alle partijen hun verantwoordelijkheid nu eindelijk eens moeten nemen. Er worden miljarden euro’s in de kledingindustrie verdiend over de ruggen van de arbeiders. In een land als Pakistan draagt alleen al de textielsector voor 57 % bij aan de totale exportbedrag van 29.9 miljard euro.

Mansoor vindt dat niet alleen de Pakistaanse regering maar ook het Europese parlement de afspraken moet nakomen. Na de  brand eiste Brussel dat Europese kledingmerken en hun lokale textielproducenten vanaf nu samen moeten toezien op de veiligheid in de fabrieken. Geen van de partijen houdt zich er aan.  

Dan te bedenken dat Europa een flinke stok achter de deur heeft om Pakistan te dwingen sinds het een jaar geleden met Islamabad het zogenaamde GSP+ verdrag ondertekende. Pakistaanse textielbedrijven hoeven geen invoerbelasting te betalen mits de regering in Islamabad de arbeids- en mensenrechten verbetert. "Begrijp me goed. De textielhandel moet doorgaan. Maar wij eisen betere arbeidsvoorwaarden voor onze werknemers", stelt Mansoor.

Nederlandse overheid werkt nog steeds aan 'schone kleding'

De Nederlandse overheid zegt aan ‘schone kleding’ in Pakistan te werken. Op initiatief van onze regering werd in Pakistan in 2014 het ‘Buyers Forum’ ondertekend. Daarin beloven vakbonden, retailers en westerse bedrijven toe te zien op de veiligheid en de arbeidsomstandigheden.  

Werkplek in textielfabriek Pakistan

 

Pakistaanse textielfabrieken zijn nog steeds tijdbommen, veiligheid en controle is vaak niet optimaal.

‘Lipservice’, aldus de vakbond NTUF.  In Pakistan komt nog maar bitter weinig terecht van de inspectie. "Onze fabrieken blijven tijdbommen", waarschuwt voorman Nasir Mansoor. "Het wachten is op een volgende brand." Hij zou graag willen dat internationale vakbonden en Europese regeringen meer druk op de textielsector en de Pakistaanse overheid uitoefenen. "Van de arbeiders kun je niets verwachten. Ook wij als vakbonden hebben weinig macht. We proberen al jaren naast de veiligheid de salarissen te  verbeteren. De onderbetaling van arbeiders in de textielsector blijft structureel. Geen fabriek houdt zich aan de looneisen. 95 % van de werknemers heeft geen contract. Als zij de straat op gaan om beter salaris en meer veiligheid te eisen worden ze ontslagen." 

De Pakistaanse vakbonden hopen dat de demonstraties vandaag wereldwijd wat opleveren. Dat is ook de wens van voorzitster Saeeda Khatoon van de Nabestaanden Vereniging. Zij zal de farieksbrand in Karachi in 2012 nooit meer vergeten. Ze verloor haar enige zoon. Uren stond ze tevergeefs voor Ali Enterprises te wachten op nieuws. "De vlammen achtervolgen me nog elke nacht in mijn slaap. Ik krijg mijn kind nooit meer terug. Maar als moeder zal ik vechten voor compensatie en betere veiligheidsvoorschriften voor iedereen. Geen ouder mag ooit nog door deze helse pijn gaan."  

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties