Overleven in een oorlogsstad

30-06-2011 Bron: IS Online
Gezichten van Mogadishu

De inwoners van de Somalische hoofdstad Mogadishu leven dagelijks in angst. De oorlog lijkt uitzichtloos en een centrale overheid ontbreekt. Bijna geen hulporganisatie of verslaggever waagt zich nog in het gebied. Journalist Klaas van Dijken reisde mee met de Afrikaanse Unie en sprak met gewone Somaliërs over de gevaren in de stad.

Hij zit in het zand tussen jonge mannen die allemaal groter, sterker en ouder zijn. Zijn ellebogen rusten op zijn opgetrokken knieën. Om de paar minuten schuift hij een stukje op, tot hij vooraan zit en zijn naam en geboortejaar moet opgeven aan een militair van de Afrikaanse Unie (AU). “Fadima Hassan Ismail, 1992”, zegt de jongen dapper. De militair lacht als hij de nog gladde huid van de jongen ziet. Dan zet hij Fadima op de lijst met nieuwe rekruten voor het Somalische leger. In de buurt staat een oudere man. Hij grinnikt schamper. “De jongen is amper dertien jaar oud, maar zijn ouders zijn gedood door de islamitische terreurorganisatie Al-Shabaab. Hij wil vechten.

Eindeloze strijd
Somalië kent een lange geschiedenis van oorlog. Al twintig jaar, sinds 1991, is er in het Oost-Afrikaanse land geen centrale overheid. Krijgsheren, milities en clans hebben vrij spel. Sommige straten in Mogadishu worden gecontroleerd door militairen van de Afrikaanse Unie. Zij steunen het Somalische leger en de internationaal erkende overgangsregering (TFG). Andere gebieden zijn in handen van milities, waarvan Al-Shabaab de voornaamste is.

Al Shabaab is voortgekomen uit de Unie van Islamitische Rechtbanken (UIR), een groepering die er in 2006 in slaagde om orde en relatieve veiligheid te brengen in Mogadishu. Het christelijke Ethiopië vreesde dat buurland Somalië onder invloed van de UIR zou veranderen in een moslimstaat. Met steun van de Verenigde Staten vielen Ethiopische troepen Somalië binnen om de overgangsregering in het zadel te houden. Het merendeel van de UIR-leden ging in ballingschap in Eritrea. Maar ongeveer drieduizend leden van de UIR’s militante jeugdbeweging Al-Shabaab gingen ondergronds en startten een guerrillastrijd.

Na vredesonderhandeling sloot de gematigde vleugel van de UIR zich aan bij de overgangsregering. Hun voormalige leider Sharif Sheik Ahmed werd op 31 januari 2009 benoemd als president.

Sinds 2007 is een vredesmacht van de Afrikaanse Unie in Somalië aanwezig om de overgangsregering te steunen en de voorwaarden te creëren voor stabilisatie en wederopbouw. Ondertussen wordt aan een nieuw Somalisch leger gebouwd dat op termijn de taken van de AU-militairen moet overnemen.

Soldij
De nieuwe rekruten worden getraind op legerbasis Aljazira in Mogadishu, waar ook Fadima zich gemeld heeft. Honderden voeten stampen het zand omhoog. Door de hitte blijft het stof op elk stukje blote huid plakken. Nieuwelingen die niet goed marcheren, worden door de commandanten toegeschreeuwd of met een stok op hun hoofd geslagen. Anna Diraya (20) is een van de weinige vrouwen in de groep. Net als Fadima is ze niet bij het leger gegaan om geld te verdienen. “Mijn broer en oom zijn gedood door Al-Shabaab. Ik wil vechten, net als de mannen.”

Het is maar de vraag of Fadima en Anna ooit betaald zullen krijgen. De meeste van hun toekomstige collega’s ontvangen al maanden geen soldij. Ambtenaren steken het geld voor de soldaten in eigen zak. Onbetaalde soldaten vechten in Mogadishu aan de frontlinie. De 21-jarige Abdi Rahman is gehuld in een namaak-designshirt en een camouflagebroek. Zijn tanden zijn groen van het kauwen van qat-bladeren, heeft in de zes maanden die hij nu in dienst is nooit een cent gezien. Zijn collega Ahmed Hussein Milolwe kreeg een kogel in zijn been. De afgelopen vier maanden ontving hij geen soldij meer. Sommige militairen hebben zo hard geld nodig dat ze hun wapens verkopen aan Al-Shabaab.

Ondertussen worden er in Uganda duizend nieuwe Somalische rekruten getraind met geld van de Europese Unie. De EU steunt de strijd tegen Al-Shabaab met honderden miljoenen euro’s.

Overleven
Ooit was Mogadishu een stad die trots oprees aan de kustlijn van de Indische Oceaan. Door de jarenlange oorlog zijn de gebouwen veranderd in karkassen. Gaten worden gedicht met zandzakken. Daarachter liggen soldaten van de Afrikaanse Unie met hun wapens in de aanslag. Wordt er op ze geschoten, dan schieten ze terug op een onzichtbaar doel of op een gebouw waarvan ze vermoeden dat het leegstaat. Zo laten ze zien dat ze hun posten niet verlaten. Hun echte vijanden zien ze zelden. Al-Shabaab maakt vooral gebruik van sluipschutters en zelfmoordterroristen.

Als er geschoten wordt, zie de mensen over straat rennen om zichzelf in veiligheid te brengen, vertelt Dunia Ahmed (48). Ze maakt schoon om in haar levensonderhoud te voorzien. “Als ik ’s ochtends de deur uitga, weet ik niet of ik ’s middags levend thuiskom. Het ene moment wordt er gevochten, het volgende is het weer stil. Het leven is hier heel onzeker.”

Said Sheikh Mahmoud (37) is opgeleid als verpleegster, maar kan haar beroep niet uitoefenen. In de stad heeft ze een winkeltje met parfums, maar ze merkt dat haar klandizie niet zomaar langs komt wandelen als het niet strikt noodzakelijk is. “Mensen durven zich hier niet vrij te bewegen.” Said woont in een ontheemdenkamp. “In het gebied rond mijn eigen huis heeft Al-Shabaab veel macht. Zien ze dat ik uit een buurt kom die door de overheid wordt gecontroleerd, dan denken ze dat ik een spion ben. Ze zullen me zeker doden.” Volgens Said zijn de mensen het zat dat Al-Shabaab hen met de rug tegen de muur duwt.

Ook Gulet Mohamed (33) denkt dat veel Somaliërs genoeg hebben van Al-Shabaab. Tot een jaar geleden werkte hij als journalist voor internationale persbureaus. “Gevaarlijk werk. Vooral in 2007, toen Ethiopië ons land binnenviel.” Maar toen zijn vrouw in verwachting raakte, besloot hij toch met zijn werk te stoppen. Hij is nu voorlichter voor de overheid en hoeft in die functie niet continu de straat op. “Ik mis het schrijven, maar ik help nu wel om Al-Shabaab te verslaan.”

Explosies
Burgemeester Mohamoud Ahmed Nur heeft naar eigen zeggen de moeilijkste baan van de wereld. De afgelopen zeventien jaar woonde Nur in het buitenland. Eerst in Djibouti, vervolgens tien jaar in Saudi-Arabië en daarna runde hij een internetcafé in Londen. Afgelopen zomer werd hij gebeld door de Somalische president. Die vroeg hem terug te komen naar Mogadishu en burgemeester te worden. “Eerst dacht ik dat ik zou falen. De krijgsheren hebben al zo lang greep op de hoofdstad, iedereen is zo corrupt en de organisatie is zo inefficiënt. Maar ik zag een kansje toen ik 15 procent van de inkomsten uit de haven kon toevoegen aan het stadsbudget.” Nur vindt dat andere Somaliërs in de diaspora ook moeten terugkeren. “Als iedereen in Canada, de VS of Engeland blijft wachten op verandering, gebeurt er niets. Toen ik hier net kwam, waren er elke dag explosies. Ook liepen er sluipmoordenaars rond. Nu worden er in gebieden die de overheid controleert niet meer dan vijftien of twintig mensen per dag gedood. Mogadishu is niet gevaarlijker dan Bagdad of Kabul.” Toch ziet Nur dat Mogadishu nog een lange weg te gaan heeft. “Een leven is hier niets waard. De jongeren groeiden op met oorlog, dood en verwoesting. Ze weten niet eens hoe een stad met een overheid eruitziet.”

Fatuma: “Nu wil mijn man me terug”
In een van de ziekenhuizen in Mogadishu ligt de zestienjarige Fatuma Aden Hassan. Ze is geopereerd aan haar vagina en mag bijna weer naar huis. “Naar mijn vader. Met mijn man wil ik niets meer te maken hebben”, zegt ze. Vier jaar geleden werd het meisje uitgehuwelijkt als tweede vrouw aan een man van veertig jaar oud. Een jaar later baarde ze een dode baby. “Ik weet niet eens of het een jongetje of een meisje was”, zegt ze zacht. Haar man troostte haar niet. Hij vertelde haar dat ze vies is en stinkt. Omdat ze als jong meisje is besneden en haar vagina werd dichtgenaaid, werd ze na de geboorte van haar kind incontinent. Haar man stuurde haar weg. Hij hield niet van problemen. “Nu ik geopereerd ben, wil hij me ineens terug. Maar hij is niet eens naar me komen kijken in het ziekenhuis”, zegt Fatuma. “Ik heb echt geluk dat mijn vader achter me staat. Veel vrouwen moeten gewoon terug naar hun man.”

Klaas van Dijken

Klaas van Dijken is een Nederlandse freelance journalist. Hij schrijft vooral...

Lees meer van deze auteur >

Reacties