Op de bres voor verkrachte vrouwen

14-10-2010 Bron: IS Online
Zusjes Van Velzen

Femke en Ilse zijn een fenomeen in de hulpsector. Een freischwebende tweeling die met hun films over verkrachte vrouwen in Congo niet alleen een snaar weten te raken bij het internationale publiek, maar ook bij politici en hulporganisaties. Wie zijn Femke en Ilse van Velzen en vooral: hoe krijgen ze voor elkaar wat ze doen? IS vroeg het aan professionele en persoonlijke betrokkenen.
 
Menig lobbyist of onafhankelijke filmmaker kijkt jaloers naar hun succes. Met hun films Fighting the silence, waarin ze slachtoffers van verkrachting aan het woord laten, en Weapon of war, waarin juist de daders belicht worden, sleepten Femke en Ilse van Velzen internationale prijzen in de wacht. Ze banjeren door de bush om rebellen te interviewen, maar krijgen ook bij de VN in New York een voet tussen de deur. Ze hebben iets ongrijpbaars als ze aan tafel bij Pauw & Witteman geroutineerd elkaars antwoorden aanvullen. “Femke en Ilse zijn absoluut niet arrogant”, zegt consultant en field producer Nynke Douma, die met hen Weapon of war draaide: “Maar ze hebben wel de overtuiging dat een idee waar ze lang op gebroed hebben, een goed idee is.”
Ze zijn gedreven, op het verbetene af. Al op de basisschool in Delft, waar hun moeder voor de klas stond bij de kleuters, wisten de zussen hun klasgenootjes te mobiliseren. “Als ze een Sinterklaasfeest organiseerden, moest en zou iedereen in Sinterklaas geloven”, vertelt vader Cees van Velzen. “Ilse is wat creatiever, Femke is zakelijker. Ze zijn complementair.” Hoewel ze er volgens hun vader een hekel aan hebben dat ze in de bladen altijd ‘de tweeling’ genoemd worden, blijkt het in het werk een handige ijsbreker. “Mensen in Congo vinden het iets bijzonders. Chiku en chikuru worden ze daar genoemd”, vertelt Nynke Douma. “De eerstgeborene en de als tweede geborene. Als ik nog eens terugkom op een plek waar we samen zijn geweest, is het meteen ‘waar is de tweeling?’.”

Proefproject
In hun skinny jeans en hippe shirts zijn het geen dames van het diplomatenklasje. Toch hebben ze contacten tot op de hoogste niveaus. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt weleens gezegd dat oud-minister Koenders Congo op de lijst van partnerlanden zette dankzij hun lobby. “Zo is het niet gegaan”, meldt Bert Koenders desgevraagd.”Maar ik vind wel dat de zusters een voortreffelijke en gedegen kracht zijn voor ons werk in fragiele staten. Ik ben fan van hun werk in Congo en heb hun film met de Congolese soldaten ter plekke bekeken in een oude, Belgische cinema. Je kon een speld horen vallen.”
Hoe krijg je militairen en rebellen zover dat ze voor de camera durven te verschijnen?
“Femke en Ilse hebben een heel relaxte en open houding. Ze laten zich niet imponeren, stappen op iedereen af”, vertelt Nynke Douma. “Ze willen recht doen aan de complexiteit van de situatie en daarom willen ze niet alleen de daders spreken die al spijt betuigd hebben, maar ook de FDLR (Hutu-rebellenbeweging die beticht wordt van verkrachtingen op grote schaal, red.). We zijn wel anderhalf jaar bezig geweest om ze te pakken krijgen, en het was bijna gelukt, totdat er een offensief tegen ze begon en ze onze veiligheid niet konden garanderen. Dat is dan wel even balen.”
In Congo rijdt nu al een aantal jaar een mobiele bioscoop die hun eerste film Fighting the silence tot in de meest afgelegen verbieden vertoont, maar na Weapon of war was er aanvankelijk minder respons uit de ontwikkelingswereld dan gehoopt. Slachtoffers, oké, maar daders, daar branden hulpverleners hun vingers liever niet aan. Zonde om niks met het materiaal te doen, vond de Nederlandse ambassade in Kinshasa. “Juist omdat het zo vernieuwend is”, vertelt tweede ambassadesecretaris Jeynnyfer Imperator. Samen met de zussen werden er workshops georganiseerd om Weapon of war voor te leggen aan hoge Congolese militairen, diplomaten en mensenrechtenactivisten. “We ondersteunen al de organisatie Search for Common Ground die militairen traint hoe ze goede banden met lokale bevolking moeten opbouwen. De commandanten die we spraken, vertelden dat er heel veel behoefte is aan concreet, educatief materiaal”, vertelt tweede ambassadesecretaris Jennyfer Imperator. “Film is uitermate geschikt om taboe-onderwerpen bespreekbaar te maken.” Eind oktober gaat een proef van start waarbij fragmenten uit Weapon of war aan soldaten worden vertoond.

Uniek
Zijn het journalisten of lobbyisten? Onafhankelijke filmmakers, vinden ze zelf. De eerste jaren kregen ze geen cent en werkten ze ’s avonds in het café om het filmen te financieren. Hun huidige subsidiegevers (onder andere ICCO, Oxfam Novib, Cordaid en het ministerie van Buitenlandse Zaken), krijgen het eindproduct pas tijdens de première te zien. In juni dit jaar wonnen ze de Dick Scherpenzeelprijs, een prijs van 10.000 euro voor de beste productie over ‘ontwikkeling in niet-westerse landen’. Tot verontwaardiging van de overige twee genomineerden, NRC-correspondent Thomas Erdbrink en Afghanistan-specialist Bette Dam. Zij vroegen zich na afloop van de prijsuitreiking in juni dit jaar hardop af hoe onafhankelijk Femke en Ilse van Velzen opereren. “Ik móest gewoon wat zeggen toen ik die avond de sponsors op het dvd-hoesje zag staan”, vertelt Bette Dam aan de telefoon vanuit Afghanistan, die overigens toegeeft dat ze de films door tijdgebrek nog niet heeft bekeken. “Maar je moet de schijn niet tegen je hebben. Als journalist in conflictgebieden moet je het werk van ontwikkelingsorganisaties scherp in de gaten houden. Hoe kun je dat doen als je geld van ze aanneemt?”
Het broeide die avond rond de tap, herinnert juryvoorzitter Froukje Santing zich, zelf oud-correspondent van NRC Handelsblad. “Ik was flabbergasted door de kritiek. De jury, bestaande uit ervaren journalisten en een door de wolgeverfde fotograaf, had bij het zien van de film op geen enkel moment de indruk dat deze dames aan welke leiband dan ook liepen. Je moet mensen niet beschuldigen als je dat niet hard kunt maken. Veel fotografen en verslaggevers maken gebruiken van subsidie. Een goede journalist herbevestig zijn onafhankelijkheid door de manier waarop hij zijn productie gestalte geeft. En dat hebben Femke en Ilse ook gedaan.” Het juryrapport spreekt van ‘journalistiek werk van de hoogste klasse’. Santing: “Het is filmisch heel mooi. Die scène waarin een dader met een biggetje op de proppen komt om het goed te maken met de vrouw die hij verkracht heeft, verbeeldt in een notendop de tragiek van het land. Dat is de essentie van journalistiek: micro dat voor macro staat.” 
Hun werkwijze is het tegenovergestelde van de ‘snel-een-shot-scoren-mentaliteit’ van de westerse media-industrie die Renzo Martens aanklaagde in zijn documentaire Enjoy poverty, zegt Ally Derks, directeur van het IDFA-documentairefestival, waar Weapon of war vorig jaar in première ging. “Dat ze via hun educatieve projecten hun films teruggeven aan de mensen daar, is uniek. Oké, ze hebben private en publieke geldschieters, maar is dat erg? In de Verenigde Staten zijn ze daar al veel verder in. Omroepen, ook de VPRO, financieren tegenwoordig alleen nog onderwerpen uit onze eigen achtertuin.” Weapon of war werd goed ontvangen door het kritische IDFA-publiek. “Het zijn niet de Werner Herzogs (befaamde Duitse regisseur van cultfilms, red.) van deze wereld, maar het zijn vakvrouwen en heel goede verhalenvertellers. Ze laten mensen zien in hun zwakste momenten, maar bewaren letterlijk afstand met de camera, waardoor het nergens voyeuristisch wordt.” 

Hype
Femke en Ilse hebben het beeld van de verkrachte vrouwen in Congo voorgoed op het Nederlandse netvlies gebrand. Maar wordt iets een hype, dan wenden mensen zich ervan af. Auteur David van Reybrouck koos ervoor om in zijn boek Congo, een geschiedenis slechts één verkrachtingsgeval kort uit te lichten. “Ik wil niet meedoen aan dat mediacircus”, vertelde hij onlangs in een talkshow in Amsterdamse De Balie. Congo-coryfee Lieve Joris zei in de Volkskrant geen verhalen meer te zien in ‘de wereld van de ngo’s, de verkrachtingen’. Intussen gaan Femke en Ilse van Velzen onverdroten door. Deze zomer stonden ze nog op Lowlands, waar een muisstil festivalpubliek luisterde naar geluidsfragmenten uit Fighting the silence. “Mensen zoals zij die het onderwerp keer op keer aan de kaak blijven stellen, zijn hard nodig”, zegt Patrick Cammaert, voorzitter van de Raad voor de Vluchteling en oud-commandant van de VN-missie Monuc in Oost-Congo. “Kijk maar naar het voorval in Luvungi. De VN heeft zitten slapen en is daar hard voor op de vingers getikt.” Het gevaar zit ‘m vooral in de oud-rebellen die teruggekeerd zijn naar de samenleving, maar er nog wel oude gewoonten op na houden, vindt Chantal Kakozi van Sofibef, een Congolese organisatie die zich inzet voor verkrachte vrouwen. Kakozi is zelf te zien in Fighting the silence. “Na het zien van de film realiseren lokale autoriteiten zich beter dat het een heel groot, ontwrichtend probleem is.”
Eind deze maand gaan ze weer draaien in Congo. Zakken snoep en potten pindakaas gaan altijd mee, vertelt Nynke Douma. Het is hun knusse kant in een hectisch, reizend bestaan. “Mijn vrouw en ik zijn altijd blij als ze weer veilig thuis zijn. Dat zal elke ouder herkennen”, zegt vader Cees van Velzen. “Maar we zijn hartstikke trots op ze. Er zit echt idealisme in die meiden.” 

Wie zijn Femke en Ilse van Velzen?
De eeneiige tweeling Femke en Ilse van Velzen (Delft, 1980) maakt films onder de naam IF productions. Ze volgden de opleiding Cultureel Maatschappelijke Vorming (de een in Utrecht, de ander in Amsterdam) en als afstudeerproject maakten ze de film Bush Kids, over een Zuid-Afrikaans radiostation. In 2003 draaiden ze in Angola een documentaire over de terugkeer van minderjarige asielzoekers. Daar kwamen ze voor het eerst in contact met de verhalen van vluchtelingen in Congo en besloten dat ze daar iets mee wilden doen. Ze maakten Fighting the silence. Sexual violence against women in Congo en Weapon of war. Confessions of rape in Congo. Deze werd genomineerd voor een Gouden Kalf. Momenteel werken ze aan Justice for sale, over het slecht functionerende rechtssysteem in Congo.

Lonneke van Genugten

Hoofdredacteur OneWorld. Leest en schrijft het liefst over Congo, Rwanda en...

Lees meer van deze auteur >

Reacties