Ook Cambodjaanse fabrieken gevaarlijk

23-05-2013
Door: Ate Hoekstra
Bron: OneWorld

Niet alleen in Bangladesh, ook in Cambodja worden onder erbarmelijke omstandigheden kleding en schoenen gemaakt voor de westerse markt. De vakbond Free Trade Union komt op voor de rechten van de fabrieksarbeiders.

 

Chan Reaksmey (33) werkt in een textielfabriek van de overheid. Bij demonstraties komt ze regelmatig voor haar rechten op.
“Voor mijn basissalaris van 80 dollar per maand moet ik elke dag 8 uur werken. Omdat het salaris te weinig is, werk ik vaak 4 uur extra en ook op zondag. Dat is een erg zwaar leven. Ik heb amper nog tijd om te eten en te slapen en de leefcondities zijn slecht. Maar ik heb een grote verantwoordelijkheid binnen mijn familie. Mijn ouders zijn te oud en te zwak om te werken, mijn zus studeert en dus moet ik met mijn salaris meerdere mensen onderhouden. Mijn leven zou een stuk beter zijn als het basissalaris 100 dollar zou zijn. Dan kan ik na 8 uur ook eens stoppen, bijvoorbeeld omdat ik moe ben of me niet fit voel.”

Het kantoor van de Free Trade Union in Phnom Penh is niet zoals je dat direct van een vakbond zou verwachten. De inrichting is sober, het plafond zo laag dat westerse bezoekers moeten bukken om het hoofd niet te stoten en alleen een klein bord op de gevel wijst erop dat hier één van Cambodja’s onafhankelijke vakbonden is gevestigd. Maar de woorden van relatiemanager Sokny Say zijn er niet minder om. De vakbondsvrouw is kwaad over de wijze waarop Cambodjaanse textielarbeiders worden uitgebuit om producten voor merken als H&M, Levi Straus, Zara, Adidas en Puma te maken.

In Cambodja, vertelt Sokny Say, werd het minimumloon voor textielarbeiders afgelopen 1 mei verhoogd van 61 naar 80 dollar per maand. Een stijging van 30 procent, meldde de regering vol trots. Maar voor de gemiddelde arbeider is dat niet genoeg. “De levenskosten zijn de afgelopen jaren veel harder gestegen dan de salarissen. Wat de arbeiders nu ontvangen is niet genoeg om iets te verbeteren aan hun leefomstandigheden. Bovendien wordt elke maand 5 dollar van het salaris gereserveerd voor medische kosten. Dan blijft er dus nog maar 75 dollar over.”

Volgens Sokny Say moet een textielarbeider op zijn minst 120 dollar verdienen, wil hij of zij fatsoenlijk kunnen leven. De Free Trade Union eist daarom al tijden een hoger minimumloon, maar de Cambodjaanse regering zegt daar niet aan te kunnen beginnen. Uit angst dat fabrieksbazen naar andere landen vertrekken en omdat er geen meer geld is. Onzin, zegt Sokny say. “In Cambodja is heel veel corruptie. Ban je die uit, dan kan er zeker 20 of 30 dollar meer betaald worden. Maar de fabrieksbazen vinden het belangrijker genoeg geld aan corrupte ambtenaren te geven dan hun arbeiders fatsoenlijk te betalen.”

 

Tan Ro (31) werkt in een kledingfabriek waar truien, t-shirts en broeken worden gemaakt. De merken van de kleding weet ze niet.
“Ik werk normaal van 7 tot 4, maar er is vaak overwerk en dan werk ik 10 uur per dag. Daar houd ik van. Mijn basissalaris is namelijk maar 80 dollar en met veel overwerk kan ik 130 dollar verdienen. Zelf heb ik het geluk dat er vaak overwerk is en dat mijn man het als beveiliger bij een groot casino goed heeft getroffen. Maar ik heb veel collega’s die het veel minder hebben en die soms niet eens hun lunch kunnen betalen. De condities in de fabriek zijn niet goed. Het is er smerig en stoffig en omdat we geen goede airco hebben is het op sommige plekken in de fabriek zo warm dat de temperatuur niet meer draaglijk is.”

De gevolgen zijn duidelijk te merken. Arbeiders klagen dat ze te weinig geld hebben om eten te kopen en dat ze elke dag twee tot vier uur moeten overwerken om de huur te kunnen betalen. Naar schatting 80 tot 85 procent verdient feitelijk niet genoeg om rond te komen. “Daardoor ontstaan er problemen op de werkvloer. Arbeiders vallen flauw en verliezen hun concentratie omdat ze moe zijn en niet goed hebben gegeten. Dat leidt tot ongelukken in de fabriek. En dat is niet het enige. Het is smerig en stoffig in de fabrieken en vaak is het er te warm om goed te kunnen werken. Arbeiders gebruiken vaak ook geen bescherming tegen de chemische stoffen die worden gebruikt en dragen geen goed schoeisel. Iedereen weet het, maar het kan de fabrieken niets schelen.”

Dat een ongeluk als in Bangladesh, waar de instorting van een fabrieksgebouw ruim 1100 levens eiste, ook in Cambodja kan gebeuren werd de afgelopen week bewezen. Bij een schoenfabriek kwam een plafond naar beneden waardoor twee arbeiders werden gedood, bij een kledingfabriek die onder meer voor het Zweedse merk H&M produceert stortte een overkapping in en raakten 23 mensen gewond. Beide ongelukken kwamen volgens de Free Trade Union niet als een verrassing. “We waarschuwen al tijden dat gebouwen te oud en niet deugdelijk zijn, maar er wordt niet naar ons geluisterd. We hebben destijds ook gewaarschuwd dat arbeiders massaal zouden flauwvallen als de condities in de fabrieken niet werden verbeterd. Daar werd ook niet naar geluisterd, maar het gebeurde wel.”

Voor een vakbond als de Free Trade Union, die los van de overheid opereert en het regeringsbeleid regelmatig fel bekritiseert, is het niet eenvoudig voet bij stuk te houden. Vakbondsleden worden geïntimideerd en bedreigd, geweld wordt niet geschuwd. Sokny Say loopt naar een kledingrek in de hoek van haar kantoor. Ze laat een paar overhemden zien. Eén zit vol scheuren die het gevolg zijn van een afranseling, in een ander overhemd zitten grote, opgedroogde bloedvlekken. “In de afgelopen jaren zijn vier van onze mensen vermoord, waaronder onze voormalige leider Chea Vichea (22 januari 2004, red.). Nu zien we dat de overheid een andere strategie heeft gekozen. Via corrupte rechtbanken en nepprocessen probeert men ons bang te maken. Het is verschrikkelijk, maar onze angst is kleiner dan de pijn, dus gaan we door. Bovendien, als wij er niet zijn, op wie kunnen de arbeiders dan nog wel rekenen?”

Foto: Ingestorte schoenenfabriek

Reacties