'Offshoring' nieuw toverwoord ontwikkeling

05-01-2009
Door: Eugène van Haaren
Bron: OneWorld

Ontwikkelingsorganisaties hebben maar weinig interesse in het werk van Paul Tjia, zo heeft hij ervaren. "Een beetje vreemd", vindt de oprichter van GPI-Consultancy, een adviesbureau voor softwareontwikkeling en communicatiediensten 'op afstand'. Hij heeft het wel eens geprobeerd maar kreeg uitsluitend lauwe reacties.

Tija
Paul Tjia
'Datakloppers'
Nederlandse bedrijven staan te springen om kostenbesparing. Wat ligt er dan meer voor de hand dan werkzaamheden uit te besteden aan werknemers in ontwikkelingslanden? Dit 'offshoren', zoals de vakterm luidt, vindt meer en meer plaats en heeft in India al een hoge vlucht genomen. Daar is een miljoen mensen werkzaam voor westerse bedrijven als programmeur of als callcentrummedewerker.

India heeft een jaaromzet van zo'n 50 miljard dollar, uitsluitend opgebracht door activiteiten in de ICT-wereld. Het land is voor Nederlandse bedrijven de grootste leverancier van 'datakloppers' die computerprogramma's bouwen, personeelsadministraties bijwerken of (Engelstalige) helpdesks bemannen. De totale jaarlijkse handelsstroom vanuit ons land naar India wordt geschat op zo'n 500 miljoen dollar.

Het 'outsourcen' van activiteiten naar lage lonenlanden kent volgens Tjia eigenlijk alleen maar voordelen. Het biedt werkgelegenheid, voor zowel mannen als vrouwen, het zijn relatief goed betaalde banen in die landen en het werk kent meestal veel betere omstandigheden dan andere bedrijfstakken. "Bovendien is het een milieuvriendelijke sector, zonder uitstoot van giftige stoffen of verlies van natuur of biodiversiteit."

 
Paul Tjia en David Barnard zijn sprekers op 16 januari tijdens de zesde bijeenkomst van Fill The Gap! In Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Hier staat de vraag centraal: Hoe kan de ontwikkeling van ICT invloed hebben op de kwaliteit van leven van de gemiddelde burger in Azië en Afrika? Aanmelden voor het evenement kan via de site. fill the gap
Ethisch verantwoord?
De vele voordelen maken bijna achterdochtig. Waar zijn de verborgen adders onder het gras? Is het eigenlijk wel ethisch verantwoord om tegen een habbekrats mensen in arme landen voor je aan het werk te zetten? Tjia krijgt de vraag vaker voorgelegd en antwoordt zonder aarzeling: "Armoede bestrijden doe je niet met geld van barmhartige donateurs maar vooral door mensen aan werk te helpen. Die banen hebben een aanzuigende werking, er ontstaat een hele kennisinfrastructuur die nieuwe mensen opleidt voor deze sector en daarmee ook weer werkgelegenheid creëert, bijvoorbeeld in het onderwijs."

Maar brengt deze ontwikkeling dan niet juist Nederlandse banen in gevaar? Net nu ook ons land de gevolgen van de economische crisis begint te voelen? De GPI-directeur is een onverbeterlijke optimist: "Ik denk dat je vanwege de crisis juist in ontwikkelingslanden moet investeren. Het zorgt ervoor dat je als relatief duur Nederlands bedrijf overeind blijft. Bovendien kun je de bespaarde kosten weer investeren in productontwikkeling en innovatie. Daarmee verstevig je je positie op de markt alleen maar." Maar de praktijk is weerbarstig. Want behalve in India - het land neemt ongeveer driekwart van de Nederlandse markt voor zijn rekening - is het outsourcen van Nederlandse bedrijven in andere landen dan in Oost-Europa niet bijster populair. "Bedrijven zijn nogal behoudend en sommige landen kampen met imagoproblemen", stelt Tjia met gevoel voor understatement. "Ontvoeringen en geweld helpen een land als Nigeria natuurlijk niet aan een positief vestigingsklimaat."

"Regering verantwoordelijk"
David Barnard directeur van het Zuid-Afrikaanse Sangonet, beaamt de verzuchting van Tjia. Maar op de vraag of ontwikkelingsorganisaties niet meer zouden kunnen doen aan het bevorderen van ICT-investeringen in arme landen, is zijn antwoord genuanceerd. "Iedere speler heeft een rol. Natuurlijk kunnen niet-gouvernementele organisaties hun taak als makelaar tussen het westerse bedrijfsleven en arme landen beter benutten. Maar ik vind dat ook een belangrijke verantwoordelijkheid is weggelegd voor onze eigen regeringen. Die tonen zich vaak erg onbetrouwbaar en ontwikkelen onvoldoende wet- en regelgeving waardoor bedrijven de stap ook aandurven."

David Barnard
David Barnard
Doodzonde
Eigenlijk is het doodzonde dat met name nog zo weinig Europese bedrijven in Afrika investeren, zijn eigen Zuid-Afrika als bescheiden uitzondering daargelaten. Barnard: "Het tijdsverschil is maximaal een uur. Ook spreken heel veel mensen Engels of Frans. Dat biedt toch grote kansen zou je zeggen."

Via Sangonet, een niet-gouvernementele organisatie die probeert ICT in te zetten om maatschappelijke ontwikkeling te bevorderen, en tal van andere instituten waar hij actief voor is, probeert Barnard de eigen overheid van advies te bedienen op dat vlak. Maar wie denkt dat hij een internet-gelovige is, heeft het mis. "Internet heeft vooral betekenis voor mensen die in stedelijke gebieden wonen en weten wat de mogelijkheden zijn van internet." Hij wijst er nuchter op dat voor veel mensen het niet zo vanzelfsprekend is om met internet om te gaan. "Scholing is daarom vaak net zo belangrijk als het realiseren van meer en betere internettoegang."


Nederlands Callcenter in Zuid Afrika
Het Afrikaans van veel Zuidafrikanen lijkt zozeer op het Nederlands dat ze na een cursus van drie maanden Nederlandse bellers kunnen beantwoorden. Bekijk de video van EenVandaag


Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de organisatie en participanten van Fill the Gap.

Reacties