Niet-traditionele donoren verhogen ontwikkelingshulp tot 4 biljoen

05-04-2010
Door: OneWorld Redactie
Bron: IRIN/OneWorld

De database, AidData, is naar eigen zeggen met 837.000 beschreven projecten de grootste ter wereld. De database is een initiatief van AidData Initiative, een organisatie van wetenschappers, ondersteund door het College of William & Mary in Virginia, Brigham Young University, en de Development Gateway Foundation. 

Met AidData worden voor het eerst ook de gegevens van 36 niet-traditionele hulpdonoren bekend gemaakt. Deze 36 bilaterale en multilaterale donoren - overheden en banken - zijn geen lid van het Development Assistance Committee van de OESO (zie kader) en rapporteren minder vaak en minder duidelijk over wat ze aan hulp uitgeven.

Transparantie

Het Development Assistance Committee (DAC) is een internationaal forum binnen de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Bilaterale donoren (overheden) en multilaterale donoren (zoals de Wereldbank en de Verenigde Naties) komen er samen om de effectiviteit van hulp te vergroten. Het DAC heeft momenteel 24 leden, inclusief de Europese Commissie. Om ontwikkelingshulp te meten, heeft de commissie het concept ODA, Official Development Assistance, in het leven geroepen. Het DAC heeft ook een lijst opgesteld met landen die als ontwikkelingslanden erkend worden.


Eerdere gegevens van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, brengen alleen de officiële ontwikkelingshulp in kaart. Deze Official Development Assistance, kortweg ODA, is in het leven geroepen om te voorkomen dat bijvoorbeeld militaire steun bij het ontwikkelingsbudget wordt geteld, of de hulp aan vluchtelingen uit een ontwikkelingsland. Ook moet de hulp aan een aantal eisen voldoen om tot de ODA gerekend te worden. Voornamelijk de hulp van de DAC-lidstaten valt hieronder. De OESO telde zo een wereldwijd hulpbudget van 2,3 biljoen dollar. De berekening van AidData, die ook leningen en giften meeneemt die niet aan alle ODA-eisen voldoen en hulp gegeven door landen die geen lid zijn van het DAC, komt uit op 4 biljoen.

De uitgebreide database is bedoeld om alle betrokkenen - donoren, ontvangende landen, wetenschappers, ngo's en andere geïnteresseerden - een transparanter beeld te geven van hulpstromen en dus van 'wie wat financiert' op globale schaal. "Ook kleine donoren tellen mee", vertelt AidData onderzoeker Rob Hicks aan IRIN. "In Mauritanië bijvoorbeeld, kwam in 2007 maar liefst 61 procent van de hulp van niet-gerapporteerde, kleine donoren." Ook blijkt dat niet-DAC landen vaker dan DAC-landen hulp geven aan hun buurlanden.

Continue feedback
De grotere transparantie biedt vooral mogelijkheden wat betreft terugkoppeling en reflectie, denkt AidData Initiative directeur Michael Tierney. "We willen een continue feedback. Als de database zegt dat een donor een brug in Nicaragua heeft gefinancierd en iemand stuurt ons een foto van een halfafgebouwde brug in Nicaragua, dan kunnen we die puntjes verbinden", aldus de directeur.

Toch zijn er nog steeds landen die

Koeweit
Koeweit. Foto: Khalid Almasoud

geen inzicht geven in hun financiën. Belangrijke donoren als China, Rusland, Iran, Libië en Venezuela geven volgens de onderzoekers weinig tot geen informatie over hoeveel geld ze weggeven en waaraan. Ontwikkelingseconoom Owen Barder denkt dat dit in de toekomst zal veranderen. "Er heeft al een culturele verschuiving plaatsgevonden wat betreft het delen van informatie over ontwikkelingsgeld. Mensen vinden het steeds vreemder als een land 160 miljoen dollar uitgeeft en niemand vertelt waaraan."

Top 10
IRIN heeft een top 10 opgesteld van de grootste niet-traditionele donoren. Saudi Arabië is in deze top 10 niet opgenomen. Hoewel het land waarschijnlijk één van de grootste donoren buiten het DAC van de OESO is, zijn er geen recente gegevens over hulp beschikbaar.
 

 

 

Niet-DAC bilaterale donoren in 2007

1. Koeweit

 $667,333,097

2. Qatar 

 $95,000,000

3. Zuid Afrika

 $53,756,417

4. Thailand

 $16,121,634

5. IJsland

 $7,223,328

6. Brazilië

 $6,495,261

7. Letland

 $3,167,079

8. Monaco

 $2,899,963

9. Hongarije

 $2,696,839

10.Estland

 $2,307,779


Niet-DAC multilaterale bankdonoren in 2007

1. European Bank for Reconstruction and Development

 $7,662,974,112 

2. Corporación Andina de Fomento

 $6,606,000,000

3. Arab Fund for Economic and Social Development

 $1,320,893,178

4. OPEC

 $723,631,400

5. International Fund for Agricultural Development

 $548,528,000

6. World Bank Managed Trust Funds

 $540,617,925

7. Caribbean Development Bank

 $189,073,000

8. Arab Bank for Economic Development in Africa

 $179,600,000

9. World Bank Guarantee

 $160,000,000

10.World Bank Carbon Offset

 $102,431,525

 

Reacties