Nederlandse staat schendt eigen MVO-procedures in Egypte

04-06-2015
Door: Eva Schram
Bron: OneWorld
Van Oord en Boskalis werken mee aan de uitbreiding van het Suezkanaal. Daarvoor worden mensen uit huis gezet, zonder eerlijke compensatie. Dat is mogelijk een mensenrechtenschending.
Van Oord en Boskalis werken mee aan de uitbreiding van het Suezkanaal. Daarvoor worden mensen uit huis gezet, zonder eerlijke compensatie. Dat is mogelijk een mensenrechtenschending.
Huizen in Abtal zijn met de grond gelijk gemaakt.
Onderzoek – 

Toen Muhamed Mohamed al-Mahdy in 1973 tijdens de Yom Kippur-oorlog op het Sinaï-schiereiland in Egypte werd gestationeerd, werd hij verliefd op de regio. Hij verkocht zijn land in de buurt van Cairo en verhuisde naar de Sinaï. Hij begon een boomgaard en stichtte een gezin. Hij bouwde huizen voor zijn zoons en dacht er nooit weg te hoeven.

Tot er vorig jaar militairen zijn dorp Abtal binnenkwamen en Mahdy (65) en zijn familie opdroegen binnen een week hun huizen te verlaten. Abtal ligt op de route van de aan te leggen uitbreiding van het Suezkanaal, waaraan de Nederlandse baggeraars Van Oord en Boskalis meewerken. Mahdy woont nu in een hutje van bamboe en verkoopt snoeprepen en drinken langs de rand van de weg. 'Het leven is een vernedering geworden', zei hij tegen John Beck, verslaggever en fotograaf van VICE.

Mahdy (65) werd uit zijn huis in Abtal, een dorp in de Sinaï, gezet om ruimte te maken voor het Nieuwe Suezkanaal, waaraan Van Oord en Boskalis meewerken.Mahdy (65) werd uit zijn huis in Abtal, een dorp in de Sinaï, gezet om ruimte te maken voor het Nieuwe Suezkanaal. Als compensatie kreeg hij een klein stukje onbewerkt land.

Mensen uit hun huizen zetten is een forse mensenrechtenschending, stelt het Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Daarom is het verontrustend dat er twee Nederlandse bedrijven betrokken zijn bij het project dat volgens verschillende berichten in internationale media al tot 2000 huisuitzettingen geleid heeft. Nog verontrustender: Nederland staat garant voor de betalingsrisico’s die Van Oord en Boskalis voor dit project lopen.

De Nederlandse staat helpt
Van Oord en Boskalis vroegen voor het project bij de Nederlandse staat een zogenaamde exportkredietverzekering aan. Dat is een financieel product om de export van Nederlandse bedrijven te bevorderen (zie kader). 

Wat is een exportkredietverzekering?

Bij kapitaalintensieve projecten of bij exporten met een zeer lange looptijd lopen Nederlandse exporteurs het risico dat ze niet of slechts gedeeltelijk betaald krijgen van hun buitenlandse opdrachtgever, terwijl ze vaak wel kosten maken tijdens het project. Als dat risico te hoog is om te verzekeren in de commerciële markt, zoals vaak het geval is in opkomende economieën, springt de Nederlandse staat in: zij biedt dan een verzekering om de risico’s af te dekken.

Exportkredietverzekeringen worden beoordeeld en afgegeven door Atradius Dutch State Business, een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Financiën en dochteronderneming van de commerciële verzekeraar Atradius. Het potje waaruit eventuele schadevergoedingen moeten komen, en waar de opbrengsten van de afgesloten verzekeringen (de exporteur betaalt premie) heen gaan, staat op de begroting van dat ministerie.

Voordat Atradius DSB een verzekering afsluit, kijkt de organisatie naar de financiële risico’s van de transactie én naar de milieu- en sociale risico’s. Het beleid voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), dat wordt opgesteld door de Staat en waarvan Atradius DSB uitvoerder is, is gebaseerd op  richtlijnen die in OESO-verband zijn opgesteld, de zogenaamde Common Approaches (zie kader). Het Nederlandse MVO-beleid gaat verder dan de OESO-richtlijnen: ook projecten die korter dan twee jaar duren of waar geen financiering voor nodig is (soms schieten banken of exporteurs zelf kosten van het project voor, voordat ze betaald krijgen) worden aan een MVO-onderzoek onderworpen.

Volgens de richtlijnen?
Het Suezproject waar Van Oord en Boskalis aan meewerken is een Categorie A-project. Vrijwel alle baggerprojecten vallen in die categorie. De OESO schrijft voor dat soort projecten speciale regels voor, als het om langdurig gefinancierde projecten gaat. Er moet een Environmental and Social Impact Assessment (ESIA) gedaan worden om in te schatten welke effecten het project zal hebben op milieu en mensenrechten, en hoe de bedrijven van plan zijn zulke effecten te verzachten. Waar een ESIA aan moet voldoen, wordt uitgebreid beschreven in de Common Approaches.

De OESO schrijft bovendien voor dat een kredietverzekeraar bij langdurig gefinancierde projecten dertig dagen van tevoren moet aankondigen dat het van plan is een Categorie A-project te verzekeren. Dat geeft betrokkenen de tijd de ESIA en eventuele andere documentatie op te vragen en een zienswijze in te dienen.

OESO-richtlijnenDe Common Approaches van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, een verband van de 34 meest welvarende landen) schrijven een categorisering van projecten voor. 

  • A: er is sprake van grote potentieel onomkeerbare negatieve milieu- en/of maatschappelijke effecten, eventueel tot buiten de locatie van het project 
  • B: er is sprake van significant potentiele negatieve milieu- en/of maatschappelijke effecten, maar deze beperken zich tot de grenzen van het project
  • C: er zijn geen of weinig negatieve milieu- en/of maatschappelijke effecten

    Volgens de Common Approaches moeten aanvragers van een Categorie A-project, waar baggerprojecten vrijwel altijd onder vallen, een milieueffectrapportage (MER, in het Engels ESIA) aanleveren.

Atradius DSB heeft nooit vooraf aangekondigd Van Oord en Boskalis een verzekering te geven voor het Suezproject. Dat blijkt uit een e-mail van Atradius DSB aan Both ENDS van begin maart 2015, in handen van OneWorld. Daarin staat: 'De afgelopen maanden hebben wij ons zeer ingespannen om informatie te verkrijgen in het kader van de milieu en sociale beoordeling. Onderdeel hiervan waren onder andere een bezoek aan Egypte, alsmede informatie van de Nederlandse ambassade in Egypte, het publieke domein en de Nederlandse exporteurs. Deze inspanningen hebben niet geleid tot een ESIA, of voldoende vergelijkbare informatie om het project ex-ante (vooraf, red.) te publiceren.'

Er is dus geen ESIA gedaan. Er was zelfs niet genoeg informatie om aan te kondigen dat Atradius DSB namens de Staat deze verzekeringen zou gaan afgeven. Was er dan wel genoeg informatie om te beoordelen welke mogelijke schade aan milieu of sociale schade zou ontstaan?

Op de vraag "Heeft u bij de aanvraag voor de exportkredietverzekering een Milieu- en effectrapportage (afkorting in het Engels: ESIA), bijgevoegd?" antwoordt Boskalis, die ook namens Van Oord spreekt: "JA (sic), er is een uitvoerige “Environmental and Social Assessment” uitgevoerd door Witteveen en Bos. Deze assessment maakte onderdeel uit van de aanvraag."

Desgevraagd bevestigt Atradius DSB het bestaan van het rapport van Witteveen en Bos, maar de verzekeraar wil niet ingaan op wat erin staat. Ook Boskalis geeft aan die vraag geen gehoor.

Uit de eerder geciteerde e-mail blijkt dat het onderzoek van Witteveen en Bos in ieder geval niet voldeed aan de eisen die de OESO, en daarmee Atradius DSB, stelt aan een ESIA. Als we dat nog een keer expliciet vragen aan Atradius DSB, antwoorden ze: "Zoals eerder aangegeven hebben we niet kunnen publiceren omdat er geen ESIA beschikbaar is gesteld."

De reden om de transactie toch te verzekeren, was volgens Atradius DSB als volgt: 'In overeenstemming met ons nationale beleid en rekening houdend met de verschillende aspecten van deze zaak, waaronder ook de milieu en sociale informatie die wel beschikbaar was èn het feit dat de Nederlandse exporteurs werken in een consortium met een buitenlandse partij die reeds eca dekking (exportkredietverzekering, red.) heeft gekregen.'

Was er genoeg informatie om te beoordelen welke mogelijke milieu- of sociale schade zou ontstaan? 


Prestigieuze melkkoe
Het huidige Suezkanaal is een melkkoe voor de Egyptische regering. In 2014 voeren ruim 17.000 schepen door het kanaal, wat de Egyptische staatskas 5,5 miljard dollar opleverde. Maar het kanaal, dat de Middellandse Zee en de Rode Zee met elkaar verbindt, is te smal om twee schepen naast elkaar te laten varen, dus moeten schippers doorgaans wachten in één van de zes zogeheten bypasses. Schepen liggen daar vaak uren te wachten en doen er gemiddeld 16 uur over om de 136 kilometer van het kanaal af te leggen.

Het huidige Suezkanaal (rode lijn) is 136 kilometer lang en loopt van Port Said aan de Middellandse Zee naar Suez aan de Rode Zee. De blauwe lijn laat zien waar de uitbreiding van het kanaal vorm krijgt. Er komt langs 35 kilometer van de route een tweede kanaal te liggen. Op andere plekken wordt het huidige kanaal uitgediept.


Daarom wordt op dit moment hard gewerkt aan uitbreiding van het Suezkanaal. Over een lengte van 35 kilometer wordt een nieuw kanaal gegraven, zodat schepen in beide richtingen kunnen varen. Bovendien worden delen van het bestaande kanaal verdiept. De geschatte inkomsten voor de Egyptische staatskas zijn 12,5 miljard dollar per jaar.

Het Suezproject is “een van de grootste baggerklussen van dit decennium”, zei Peter Berdowski, CEO van Boskalis vorig jaar tegen het Financieel Dagblad. Het is ook een prestigeproject van president el-Sisi van Egypte: uitbreiding van het kanaal moet de kwakkelende Egyptische economie aanwakkeren. Daarom moet er haast gemaakt worden: el-Sisi wil dat het kanaal op 5 augustus van dit jaar af is.

De baggerwerkzaamheden worden door Van Oord en Boskalis in een consortium met het Belgische bedrijf Jan de Nul en NMDC uit Abu Dhabi uitgevoerd. De omzet van 1,5 miljard dollar wordt door vieren gedeeld. Het consortium had voor het project concurrentie van Chinese bedrijven.

Google Earth
Dat het Suezproject, dat in schaal vergeleken wordt met de aanleg van de Tweede Maasvlakte, zorgt voor milieuschade, staat buiten kijf. Baggerprojecten zorgen altijd voor schade aan het milieu. Maar dat hoeft geen weigeringsgrond voor een verzekering te betekenen. Nederlandse baggeraars hebben de naam de beste te zijn in het beperken van milieuschade.

Maar hoe zit het met de sociale risico’s? Wiert Wiertsema is medeoprichter en beleidsadviseur bij Both ENDS en zegt: “De mensenrechten in Egypte worden op grote schaal geschonden. Mensen die problemen hebben met de autoriteiten worden vastgezet en krijgen draconische straffen.”

Bovendien kwam het nieuws over de duizenden huisuitzettingen vorig jaar, vlak na start van de werkzaamheden, al naar buiten. Atradius DSB heeft pas op 12 februari van dit jaar verzekeringen afgegeven aan Van Oord en Boskalis. Ze hebben dus tijd gehad de berichten over uitzettingen mee te nemen in hun beoordeling.

De mensenrechten in Egypte worden op grote schaal geschonden

OneWorld vroeg Boskalis naar een reactie op de berichten over de uitzettingen, en kreeg een citaat uit het onderzoeksrapport van Witteveen en Bos: “De Nederlandse ambassade in Egypte heeft ons geïnformeerd dat alle land in het project eigendom is van de Suez Kanaal Autoriteit (dat volledig handen is van de Egyptische overheid, red.) en dat verschillende personen onofficieel in het gebied wonen. Een aantal percelen is geëvacueerd en betrokken personen zijn gecompenseerd met land waar ze huizen kunnen bouwen. Een zoekactie op Google Earth laat zien dat er sinds 2004 geen nederzettingen op grote schaal zijn geweest binnen de grenzen van het projectgebied.”

Medeplichtigheid niet uit te sluiten
John Beck, de freelance journalist die in het dorp Abtal is geweest om de VICE-reportage te maken, schrok van wat hij daar aantrof. “Ik heb de huizen die er stonden vóórdat het project begon alleen gezien op foto’s, maar de extreem magere ‘compensatie’ – een klein stukje onbebouwde grond – leek niet in de buurt te komen van het vervangen van verloren huizen, bebouwd land en bezittingen. Een advocaat die voor de ontheemde dorpelingen werkt, zei tegen me dat volgens de Egyptische wet huisuitzettingen alleen plaats kunnen vinden als er van tevoren ‘eerlijke’ compensatie is betaald. Dat was hier absoluut niet het geval.”

“De berichten in de media over huisuitzettingen heb ik niet kunnen verifiëren”, zegt Wiertsema, “maar dat geldt ook voor de claims van de baggeraars en Atradius dat er voldoende onderzoek is gedaan. Ze maken immers niets openbaar.” Dat is volgens Wiertsema bijzonder onverstandig. “Ik zeg niet dat de baggeraars, die met staatssteun opereren, medeplichtig zijn aan mensenrechtenschendingen in Egypte. Maar het kan ook niet uitgesloten worden, en dat is zorgelijk."

'Zeer uitzonderlijke gevallen'
Wiertsema volgt exportkredietverzekeraar Atradius DSB al jaren. Hij zet vraagtekens bij de wijze waarop het onderzoek naar milieu- en sociale risico's is uitgevoerd. “Juist daarom is het zo belangrijk dat de informatie openbaar wordt gemaakt. Dan kunnen buitenstaanders beoordelen of de risico’s goed zijn ingeschat. Atradius DSB heeft dat eind 2014 ook toegezegd aan Both ENDS, maar is daar dit voorjaar op teruggekomen.”

Atradius DSB laat in een reactie weten: “Aankondiging had in dit geval volgens de Common Approaches niet gehoeven, omdat de looptijd korter dan twee jaar is.” Maar volgens het MVO-beleid van de Staat, dat Atradius DSB uitvoert en van toepassing is op álle transacties, had het wel gemoeten.

Los van de OESO-richtlijnen en het eigen MVO-beleid, heeft Nederland het Verdrag van Aarhus ondertekend. Dat betekent dat de Nederlandse overheid (en daarmee Atradius DSB, als uitvoeringsorgaan daarvan) toegang tot milieu-informatie moet verlenen. Egypte heeft het verdrag níet ondertekend. Maar de vraag is of Nederland in dit geval op basis van het verdrag niet de juridische plicht heeft om milieu-informatie over Egypte te delen met Egyptische belanghebbenden. Er is in ieder geval een morele plicht.

OneWorld heeft inmiddels via een beroep op de Wet openbaarheid bestuur, waarin specifieke bepalingen zijn opgenomen voor het opvragen van milieu-informatie, gevraagd om de onderzoeken die in aanloop naar het afgeven van de verzekeringen zijn gedaan.

Als compensatie voor het uit huis gezet worden kregen Egyptische boeren als Mahdy een klein stukje onbewerkt land van de Suezkanaal Autoriteit.

Het dorpje waar de bewoners van Abtal die door het Egyptische leger uit hun huis zijn gezet een stukje land kregen ter compensatie.


Foto's door John Beck.

Neem een abonnement op OneWorld

Eva Schram

Eva Schram (1988) werkte als onderzoeksredacteur bij OneWorld en vertrok in...

Lees meer van deze auteur >

Reacties