Nederland: tolerant en racistisch

13-11-2013
Door: Soufia Zahri
Bron: OneWorld

In de tentoonstelling ‘Zwart & Wit’, nu te zien in het Tropenmuseum, staat één vraag centraal: hoe hebben zwarte en witte Nederlanders in de afgelopen anderhalve eeuw samengeleefd? En nee, dit is geen geschiedenisles. Integendeel, je wordt uitgenodigd om zélf op zoek te gaan naar de waarheid.

Het was een regenachtige woensdag en ik verwachtte een zware herdenkingstentoonstelling met eindeloze feiten in de trant van ‘blanken waren meedogenloos wreed en Afrikanen hebben enorm geleden’, dat idee. Toch was ik nu meer dan ooit geïnteresseerd in dit onderwerp. Oorzaak hiervan is de Zwarte Piet-discussie waarmee wij allen doodgegooid zijn. Ook ik liet mij meeslepen in de virtuele heksenketel op social media waarin het drogredenen en racistische opmerkingen regende. Ik was verward en teleurgesteld, omdat het een ‘wij’ tegen ‘zij’-gehalte kreeg. Ik begon me af te vragen hoe een onbenullig onderwerp als Zwarte Piet het land zo snel wist te verdelen.

Zwart & Wit is van 1 november 2013 t/m 1 juli 2014 in het Tropenmuseum te zien. Lees meer...

De tentoonstelling blijkt een chronologische reis door de tijd te zijn. Het Tropenmuseum kiest ervoor om de aandacht te richten op de periode ná de afschaffing van de slavernij. Persoonlijke verhalen, foto’s, films, beeldende kunst en interactieve onderdelen komen voorbij. Jij als bezoeker wordt niet onderwezen, maar juist onderdeel gemaakt van de waarheid. Aan de hand van prikkelende vragen word je gestimuleerd om de discussie met elkaar en met jezelf aan te gaan.

“Ik had liever mijn eigen Afrikaanse naam gehouden”
Het eerste wat je ziet, zijn drie grote rode pilaren staan familienamen van de tot slaaf gemaakte mensen. Een Surinaamse bezoeker legt zijn vinger op de naam ‘Aroma’ en zegt: “Deze naam komt voor in mijn familie. Het is de naam van de slavenhouder. Ik had liever mijn eigen Afrikaanse naam gehouden.” Deze uitspraak, in het Nederlands, uit de mond van een creoolse man, vormt ineens de belichaming van ons koloniale en slavernijverleden.

Kom dat zien! Kom dat zien!
Na de afschaffing van de slavernij kwamen ex-tot slaaf gemaakte mensen uit Suriname en de Antillen naar Europa. Ik vraag mij af hoe het hen is vergaan en ik verwacht opwaartse ontwikkelingen. Bam. Ik word direct geconfronteerd met een onthutsend gegeven. Tot 1900 werden Afro-Nederlanders ingehuurd om als exotische types een bezienswaardigheid te vormen in rondreizende circussen en wereldtentoonstellingen. Op het Museumplein kon je in 1883 een wereldtentoonstelling bezoeken waarbij je vanachter een hek vragen aan onder andere 28 Surinamers kon stellen (zie foto).

Populariteit en racisme hand in hand
In de periode erna (1900-1950) hebben zwart en wit contact, zónder hekken. De eerste gemengde liefdeskoppels ontstaan. Zwarte mensen blijken ook geliefde schildersmodellen of muzikanten te zijn. Maar tegelijkertijd was er sprake van racisme en afstoting.  In 1937 is Tweede Kamerlid Ijzermans van mening dat er in Nederland weinig werk is voor negers: “Behalve dan misschien in de eerste week van December, wanneer er een zeker vraag naar rasechte zwarte knechten is voor de diverse Sinterklazen.”

In de seks, drugs and rock ’n roll-tijd van de jaren ’70 nam het aantal Caribische ‘rijksgenoten’ in rap tempo toe. Woonden er in 1950 woonden nog 2000 Surinamers en Antillianen in Nederland, twintig jaar later zijn het er een kwart miljoen. Ondanks de jaren van vrijheid en grenzen verleggen, hoopten irritaties tussen zwart en wit zich op. In een grote enquête van het tv- en actualiteitenprogramma Brandpunt in 1981 stonden ‘Surinamers’ op de tweede plaats van belangrijkste problemen in Nederland, na ‘werkloosheid’ en voor ‘files’.
(Schilderij: Jan Sluijters, Neger in Oerwoud (1915))

Toch stonden er eind jaren tachtig rolmodellen op die door zowel zwarte als witte fans omarmd werden en zo verbondenheid creëerden. Een van hen was Ruud Gullit.
(Foto: Gullit benoeming tot Ridder in de Orde (1988)

Nederland van nu: één op de vijf inwoners niet van hier
Het laatste deel van de tentoonstelling belicht het Nederland van nu. Grote foto’s laten zien dat zwart en wit tegenwoordig moeiteloos mengen op bijvoorbeeld de markt, maar dat een aantal plekken toch overwegend zwart of wit blijven zoals het Keti Koti Festival en het Concertgebouw. Volgens het Centraal Bureau van Statistiek komt één op de vijf inwoners van Nederland niet van hier, wat betekent dat hij of zij minstens één ouder heeft die in het buitenland geboren is. Opnieuw een prikkelende vraag: zien wij deze verhouding terug op onze werk, op school of in onze vriendenkring?

Stel je eigen piet samen
De kracht van deze tentoonstelling zit in de interactieve elementen die jou als bezoeker mee laten denken en aanzetten om keuzes te maken. Een onderdeel hiervan is de Sinterklaas- en Pietenhoek waar je de gelegenheid krijgt om een eigen piet vorm te geven. Maar ook het scherm waarbij foto’s van verschillende mensen worden gepresenteerd en aan jou wordt gevraagd om de rijkste, gezelligste, degene met de beste carrière et cetera aan te wijzen.

Als de expositie stopt, dan wordt een deel van de verzamelde informatie bekendgemaakt.
We zijn benieuwd!
(Foto: Zwarte Sint en Witte Piet, 1967)
(Foto boven artikel: Ed van der Elsken)

Soufia Zahri

Soufia Zahri is een Nederlandse freelance journalist en schrijft vooral over...

Lees meer van deze auteur >

Reacties