Meer rechten voor kledingarbeiders in Bangladesh

22-04-2015 Bron: OneWorld
Meer rechten voor kledingarbeiders in Bangladesh
Actueel – 

In Bangladesh werken kledingarbeiders onder slechte omstandigheden. Ook houden fabrikanten vakbonden uit de fabrieken en organiseren ze aanvallen op vakbondsmensen. Dat stelt Human Rights Watch in het vandaag verschenen rapport Wie in opstand komt, krijgt het 't zwaarst te verduren: Werknemersrechten in kledingfabrieken in Bangladesh

Economische kurk
De kledingindustrie is de kurk waarop Bangladesh drijft. De bedrijfstak tekent voor bijna 80 procent van de exportinkomsten van het land en draagt ruim 10 bij aan het Bruto Binnenlands Product BBP. Zeker 4 miljoen mensen werken in de sector, die ruim 4500 kledingfabrieken telt. De branche is erg belangrijk bij het bestrijden van armoede in het Zuidoost-Aziatische land.

"Vier mensen hielden mij vast en sloegen met staven op mijn benen, en twee mensen sloegen haar. Zij kreeg klappen op hoofd en rug. [..] Haar handbeentjes waren gebroken en ze had veertien hechtingen op het hoofd. Terwijl ze Meera sloegen, zeiden ze: 'Jij wil vakbondswerk doen? Dan krijg je bloed over je heen.'" Kledingarbeider en vakbondslid Mittu Datta vertelde op 12 september vorig jaar aan Human Rights Watch hoe hij en zijn vrouw Meera Basak, naaister en leidinggevende van een vakbond, werden afgetuigd vanwege hun activiteiten. Het is een van de getuigenissen van kledingarbeiders in het rapport waarin Human Rights Watch de kledingsector van Bangladesh onder de loep neemt.. 

Video van Human Rights Watch over de omstandigheden waarin arbeiders moeten werken in Bangladesh.

 

Sinds twee jaar geleden meer dan 1100 arbeiders omkwamen bij de instorting van het Rana Plaza-fabrieksgebouw op 24 april 2013, zijn er wel pogingen ondernomen om de kledingfabrieken in Bangladesh veiliger te maken. Maar de regering van Bangladesh en westerse kledingketens kunnen en moeten meer ondernemen om de internationale arbeidsstandaarden erdoor te krijgen die de rechten van werknemers garanderen, stelt Human Rights Watch vast.

Jij wil vakbondswerk doen? Dan krijg je bloed over je heen.

Knokploegen
Het 78 pagina's tellende onderzoek is gebaseerd op gesprekken met ruim 160 arbeiders in 44 fabrieken. De meeste van deze fabrieken produceren kleding voor merken in de VS, Europa en Australië. De geïnterviewde werknemers vertellen over het geweld waar zij mee te maken krijgen, vooral degenen die zich willen verenigen in een vakbond om misstanden op het werk te bestrijden. Ze worden, of door het management of door ingehuurde knokploegen, bedreigd, geslagen of uitgescholden, soms met seksuele toespelingen. Daarnaast worden ze gedwongen tot overwerk, krijgen de vrouwen geen betaald zwangerschapsverlof, en lonen en toeslagen worden vaak niet op tijd, slechts gedeeltelijk of helemaal niet betaald. 

Verdrag ondertekend
De regering van Bangladesh heeft weliswaar de Arbeidswet hervormd, een minimumloon ingevoerd en bijvoorbeeld ook de afspraken van de International Labour Organisation ILO over vrijheid van vereniging en onderhandeling ondertekend. Maar, stelt Phil Robertson, directeur Azië bij Human Rights Watch:
"Wil Bangladesh een nieuwe ramp als Rana Plaza vermijden, dan moet de regering daadwerkelijk haar arbeidswet handhaven en garanderen dat kledingarbeiders hun zorgen over veiligheid en werkomstandigheden kunnen uiten, zonder dat ze bang hoeven te zijn voor wraak of ontslag. Als Bangladesh de fabrikanten niet aanspreekt op hun verantwoordelijkheden, dan houdt de regering de praktijken die aan duizenden arbeiders het leven hebben gekost, in stand."

Inspecteurs die fabrieken checken voor de kledingmerken, negeren misstanden of merken ze domweg niet op 

Gedwongen de fabriek in
Ook vlak voor de ineenstorting van het Rana Plaza-fabrieksgebouw werden kledingarbeiders gedwongen om het gebouw binnen te gaan, ondanks het feit dat de dag ervoor scheuren in de muren waren geconstateerd. En ook bij de brand in de Tazreenfabriek, ook in Dhaka, waarbij 112 mensen omkwamen, weigerde het management de arbeiders te laten vluchten, zelfs nadat het brandalarm afging. In geen van deze fabrieken had een vakbond toegang, en ook nu heeft nog slechts 10 procent van de kledingfabrieken in Bangladesh vakbondsleden, ondanks dat het werknemers gemakkelijker is gemaakt om zich aan te sluiten bij een vakbond.

Inspecteurs zien misstanden niet
Daarnaast hebben veel internationale kledingmerken wel allerlei gedragscodes die van de fabrikanten eisen dat zij arbeidsrechten respecteren. En ook de managers zelf zeggen dat zij zich aan deze codes houden. Maar toch, vertellen werknemers aan Human Rights Watch, worden misstanden veronachtzaamd of eenvoudig niet opgemerkt door degenen die de fabrieken in opdracht van de internationale merken inspecteren.

Het moet dus allemaal veel beter, concludeert Human Rights Watch, en doet daarom meerdere aanbevelingen, zowel aan regering en fabrikanten als aan internationale kledingmerken. Want, stelt Azië-directeur Robertson: "Het voortzetten van het economische succes van Bangladesh biedt velen voordeel. Maar die winst mag niet ten koste gaan van de levens en lijden van kledingwerkers die vechten voor een betere toekomst."

______
Originele titel: Whowever Raises Their Head, Suffers the Most: Workers' Rights in Bangladesh's Garment Factories. Je kunt het hier downloaden.

Annemiek Huijerman

Annemiek Huijerman, (eind)redacteur. Leest en schrijft graag over Zuid-Azië...

Lees meer van deze auteur >

Reacties