Leven in een modern klooster

19-03-2013
Door: Evelien Veldboom
Bron: OneWorld

Het is maart, maar lijkt nog hartje winter als ik de Gelderse kou trotseer. Ik ben op weg naar een Franciscaanse communiteit met een milieuproject. Dat wil zeggen: een modern klooster dat het ‘groene evangelie’ verspreidt. Aan het eind van de weg wacht een voor mij nog onbekende wereld.

De communiteit huist in kasteel Stoutenburg; een groot negentiende-eeuws gebouw met zonnepanelen op het dak en een grote biologische moestuin. De leefgemeenschap bestaat uit vijf leden en ontvangt wekelijks vrijwilligers en gasten om mee te leven en werken in hun groene wereldje.

De buurtbus die eens in het uur naar mijn bestemming rijdt, is onvindbaar. Ik besluit te voet het platteland te trotseren. Drie dik ingepakte goedgemutste oude dametjes lopen me op hun bergschoenen tegemoet. Ze kijken me stralend aan als ik ze vertel waar ik heen ga. ‘Ga er van genieten!’, zegt één van hen met wapperende armen van blijdschap. Pfoe, dat moet wat zijn die communiteit.

Vasten
Er rijst een prachtig kasteel op tussen de bomen. Het doet wat afstandelijk aan, maar eenmaal binnen waan ik mij in een warm bad. ‘We houden altijd pauze van kwart voor elf tot kwart over elf, dus ga lekker zitten ’, zegt Marco (49), hij is één van de vijf leden van de Franciscaanse communiteit. Ik krijg een grote kop kruidenthee, met specerijen uit eigen tuin en een koekje. De communiteit slaat het koekje over: ze zitten midden in de vastenperiode. ‘In deze tijd leven we wat soberder. Het geld dat we uitsparen geven we aan iemand die het hard nodig heeft, bijvoorbeeld aan een vrouw die vluchtelingen in haar huis opvangt’, vertelt communiteit lid Carolien (49).

De gemeenschap leeft volgens de ideeën van Franciscus van Assisi, hij stond voor soberheid en radicale armoede. ‘Wij geven gehoor aan die soberheid door alles te delen: de keuken, de tv, het geld. Maar we hebben wel allemaal een eigen kamer, hoor’, zegt Marco. Om stipt kwart over 11 staat het gezelschap op om weer verder te gaan met het werk in de moestuin of het schoonmaken van het kasteel. ‘Het is soms hard aanpakken hier. Je moet het fysiek  en emotioneel aankunnen om in een communiteit te wonen, er zijn immers altijd mensen om je heen ’, vertelt Carolien.

Kloosterritme
Marco en Carolien hebben vandaag de tijd genomen om mij over hun leven in de Franciscaanse communiteit te vertellen. ‘We leven hier in een kloosterritme,’ legt Marco uit, ‘dat betekent dat de indeling van onze werkdagen vastligt. Op die manier komen we toe aan alle dingen die belangrijk voor ons zijn: mediteren, wandelen in de natuur, spirituele teksten lezen, slapen, drinken, eten en werken. Dat betekent overigens niet dat we geen alcohol drinken en nooit lachen, zoals sommige mensen denken’, zegt Marco. ‘En ook niet dat we een commune zijn, waarin iedereen met iedereen slaapt. Dat denken sommige mensen ook’, vult Carolien lachend aan.

De communiteit heeft als uitgangspunt: leven in verbondenheid met als speciale aandachtspunten spiritualiteit en de natuur. ‘De aarde heeft het mede door ons zo moeilijk. Wij proberen hier én een fijn leven te hebben én de natuur niet te belasten. Andere mensen kunnen dat met ons op het kasteel ervaren’, zegt Marco.

Open gemeenschap
De communiteit verspreidt haar groene en spirituele manier van leven door retraite- en tuinweken te organiseren. Mensen van buitenaf kunnen zich op kasteel Stoutenburg dan even terugtrekken uit het ‘normale leven’  en meedraaien in het communiteitsleven. ‘De maatschappij is maar aan het groeien en groeien, wil alles steeds beter en meer en gaat over al haar grenzen heen. Het is goed om af en toe even tot rust te komen en stil te staan bij de dingen die je doet. Dat kan hier’, vertelt Carolien. In 2009 beleefde de communiteit zelf ook zo’n rustmoment in het ‘Rust en Ruimte’ jaar. Het conferentieoord dat bij het kasteel hoort, werd toen geminimaliseerd. ‘We waren bijna alleen maar daar mee bezig en vergaten de dingen die we zelf echt belangrijk vinden, zoals genieten van de natuur en de mensen om ons heen. De crisis begon toen net en veel mensen vonden het heel verfrissend dat wij durfden te zeggen: wij halen even adem, we doen het rustig aan.’

Potjes leeglikken
Om 13.00 uur rinkelt de bel: lunchtijd. Er wordt een soepje met verse groentes uit eigen kas geserveerd. De biologische boterham wordt besmeerd met sesampasta en andere exotische smeerseltjes. Alle laatste restjes uit de potjes worden zorgvuldig met de vinger opgelikt. De communiteit bereidt haar maaltijden biologisch en zonder vlees. Veel gasten beleven hier hun eerste ontmoeting met dit soort eten. ‘Mensen zijn vaak verbaasd dat het zo lekker kan zijn. Ook koken we altijd seizoensgebonden. Het is dan echt een hoogtepunt voor de gasten dat ze zelf wortels uit de grond kunnen trekken en het even later op tafel staat’, lacht Carolien. De communiteitleden hopen dat mensen iets van wat ze bij hen zien, meenemen in hun eigen leven: ‘Ik hoop dat ze vaker vegetarisch gaan eten. Of dat ze ’s ochtends niet gelijk achter de computer springen om vervolgens zonder ontbijt naar het werk hollen, maar eerst een mooie tekst lezen of een wandeling in de natuur maken’, zegt Marco.

Het leven vieren
Om mensen van buitenaf bij de spiritualiteit van de Franciscaanse communiteit te betrekken, wordt er eens in de maand een open viering, de viering van het leven, georganiseerd met meditaties, sacrale dans, uitwisseling en zang. ‘Het is een soort van kerkdienst, maar dan net even anders. We zitten altijd in een kring en er is veel ruimte voor stilte en creativiteit’, legt Carolien uit. Hoewel Franciscus van Assisi een christen was, is deze communiteit dat niet. ‘De meesten van ons hebben wel iets met het christendom,’ zegt Marco, ‘maar dat is geen noodzaak. We doen ook veel met het boeddhisme. Franciscus zag alles als zijn broeder of zuster: de zon, het water, de aarde en zelfs de dood. Die verbondenheid is een groot ding in onze gemeenschap.’

Bedding
Als ik om mij heen kijk, kan ik best begrijpen dat de communiteitsleden zich hier thuis voelen. Maar hebben ze nu nooit behoefte aan een echt eigen plekje? ‘Ik kan er heel erg van genieten om in de vakantie op het huis van een vriendin te passen. Die rust, heerlijk. Maar om nu altijd alleen of met zijn tweetjes te wonen? Nee. Hier kunnen we samen zorg dragen. Als ik in een eengezinswoning had gewoond, had ik bijvoorbeeld nooit Shahjan en Nader kunnen opvangen.’ De afgelopen veertien jaar heeft de gemeenschap twee Afghaanse vluchtelingen opgevangen in het kasteel. Marco is het met haar eens: ‘Het gaat om het samen zijn. Deze communiteit is als een bedding waarin we kunnen stromen en waarin onze gasten mee kunnen stromen.’

Reacties