León moet door zonder Utrecht

01-02-2011
Door: Han van der Wiel
Bron: OneWorld
Zuid-Oost Leon`

Het stopzetten van de overheidssubsidie is een grote klap voor gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking. Onbegrijpelijk, vinden betrokkenen het besluit van de Tweede Kamer. “Belangrijker dan geld zijn onze adviezen.”

Aan de vooravond van het Kerstreces zette de Tweede Kamer onverwacht een streep door de rijkssubsidie voor gemeentelijke ontwikkelingssamenwerking, het LOGO South programma. Het gaat om het luttele bedrag van 5,5 miljoen euro per jaar, maar bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), die het geld beheert, kwam de tik hard aan. De VNG had namelijk al een toezegging in de vorm van een conceptsubsidiebeschikking voor dit jaar op zak, want het ministerie van Buitenlandse Zaken is vol lof over het programma. Maar door afwezigheid van vier Tweede-Kamerleden kreeg het amendement van Klaas Dijkhoff (VVD) en Ewout Irrgang (SP) om 5,5 miljoen euro van LOGO South naar aids-bestrijding over te hevelen een onverwachte Kamermeerderheid.
Bij VNG International heeft de teleurstelling al snel plaatsgemaakt voor strijdbaarheid, zegt directeur Peter Knip. “Ik ga ervan uit dat staatssecretaris Knapen van Buitenlandse Zaken probeert de doelstelling van LOGO South toch te realiseren.” Knapen zit in een lastig parket. Hij kan de uitspraak van de Kamer niet naast zich neerleggen. Maar dat levert hem automatisch het verwijt op van onbehoorlijk bestuur: de eerdere toezegging heeft verwachtingen gewekt bij VNG, de vijftig deelnemende gemeenten en waterschappen en hun partners in zeventien ontwikkelingslanden.
LOGO South richt zich op capaciteitsversterking, het vergroten van de vaardigheden en kennis van het lokale bestuur in ontwikkelingslanden. Goed lokaal bestuur is een voorwaarde voor armoedebestrijding, is de gedachte hierachter. Nederlandse ambtenaren werken samen met collega’s overzee, omdat dit veel effectiever en goedkoper is dan het inhuren van dure en commerciële consultants. De collegiale samenwerking richt zich op kerntaken van lokale overheden, zoals het opzetten van een bevolkingsregister, een kadaster, de afvalinzameling en –verwerking, de drinkwatervoorziening of de riolering. Evaluaties van de universiteiten van Utrecht en Amsterdam zijn positief over het programma.

Stedenband
De gemeente Utrecht onderhoudt al bijna een kwart eeuw een stedenband met de Nicaraguaanse universiteitsstad León. Een van de paradepaardjes is de nieuwe wijk León-Zuidoost. Twaalf jaar geleden had León een groot tekort aan betaalbare woningen. De bevolking groeide hard, de economie stagneerde en de woningbouw kwam niet van de grond. Arme stadswoners ‘kraakten’ land, waarop zij provisorisch huizen bouwden. Er was behoefte aan een structurele oplossing in de vorm van planmatige stedelijke ontwikkeling. Dat werd León-Zuidoost.
Het stadsbestuur koopt grond aan, ontwikkelt een stratenplan, zorgt voor openbare voorzieningen als riolering, elektriciteit en water, en verkoopt de niet te dure kavels aan bewoners. Die bouwen daarop vervolgens hun eigen woningen. Met de opbrengsten van de grondverkoop koopt León nieuwe grond aan. Inmiddels zijn er 3500 kavels gerealiseerd en tweeduizend woningen gebouwd voor twaalfduizend mensen. “Het moet een wijk worden waar je plezierig en veilig kunt wonen en werken”, zegt Etienne de Jager, coördinator van de LOGO South-activiteiten van Utrecht.
León heeft Utrecht gevraagd om mee te denken over het vergroten van de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Op basis van initiatieven van wijkbewoners heeft de stad parkjes opgeknapt en verlichting aangelegd. De Verenigde Naties hebben het project uitgeroepen tot voorbeeldprogramma. Het woningbezit blijkt een motor van economische ontwikkeling, want een woning kan voor een bank onderpand zijn bij het verstrekken van een lening. Daardoor zijn de bewoners in staat investeringen te doen in een handeltje of bedrijfje.

Geen speeltje
Universitair hoofddocent Paul van Lindert was de leider van het team van externe wetenschappers dat het LOGO South programma evalueerde en ook de stedenband Utrecht-León volgt hij al vele jaren. “Heel efficiënt”, vindt hij. “Het blijkt dat je met weinig middelen veel kunt doen. Het lukt de gemeente om grotere fondsen bij de stedenbandactiviteiten te betrekken. In die zin heeft de stedenband een belangrijk vliegwieleffect.”
In steeds meer ontwikkelingslanden delegeert de overheid kerntaken naar gemeenten. Ambtenaren moeten leren hoe ze een ingewikkelde administratie voeren, burgers bij beslissingen betrekken en kunnen toezien op de uitvoering van bijvoorbeeld de aanleg van wegen of waterputten. “Nederlandse gemeenten kunnen aan dat leerproces bijdragen. Zij zijn daarvoor bij uitstek geschikt.”
De stedenband met León is geen speeltje van het stadsbestuur van Utrecht. Integendeel, zegt GroenLinks-wethouder Frits Lintmeijer. “De stedenband functioneert zo goed omdat hij niet van bovenaf is opgelegd, maar uit de samenleving komt.” De stedenband voorziet volgens hem in een behoefte: de bevolking van Utrecht heeft een mondiale belangstelling en kan op die manier bijdragen aan het realiseren van de millenniumdoelen, de VN- afspraken om armoede en honger wereldwijd terug te dringen. “Dat is voor het college een reden de stedenband te continueren.” In 2010 bedroeg het Utrechtse budget voor de stedenband 290.000 euro.

Katalysator
De gemeentelijke hulp werkt vaak als een katalysator voor andere initiatieven. In Utrecht zijn daar tal van voorbeelden van. Het Milieucentrum Utrecht heeft zich ontfermd over het piepjonge Klimaatbos in León, dat met Utrechtse steun is aangeplant. Het bos van 400 hectare is een alternatieve inkomstenbron voor circa tachtig uitgerangeerde pinda- en katoenboeren, en staat op gedegradeerd land. Dankzij de stedenband werken ook het Universitair Medisch Centrum Utrecht, de Hogeschool Utrecht en de universiteit van León samen. Geneeskundestudenten kunnen co-schappen lopen in León, omgekeerd kunnen Nicaraguanen hier studeren. “León is een interessante stad in een relatief veilige omgeving”, zegt Maarten van Leeuwen, de motor achter deze uitwisseling en radioloog bij het UMC Utrecht. “Door te werken in een heel andere cultuur, met veel minder technologische hulpmiddelen, doen de studenten een wezenlijke ervaring op. Die is verrijkend voor hun latere werk in de gezondheidszorg in Nederland.”

Beurs
Een opmerkelijke partner in de stedenband is Jaarbeurs Utrecht. Die assisteert ondernemers in León bij het opzetten van een beurspark. Adjunct-directeur Rob van der Heijden: “Aanvankelijk wist men in León niet waar men het over had. Er was niks: geen geld, geen idee, geen ruimte, geen expertise.” De initiatiefnemers wilden een beurs om de lokale economie te ondersteunen, Van der Heijden drukte ze op het hart er een nationaal project van te maken. “Het beeld moet ontstaan dat León the place to be is als er iets grootschaligs te organiseren valt.”
Op Van der Heijdens advies heeft León snel grond gereserveerd voor de beurs. “Dan begint de beurs status te krijgen en willen andere bedrijven in de buurt zitten.” Straks gaat de schop de grond in, eind dit jaar is de opening. Jaarbeurs Utrecht en de gemeente Utrecht hebben samen 125.000 euro gedoneerd. Door subsidie van het Landelijk Beraad Stedenbanden Nederland-Nicaragua en Hivos is nu 267.000 euro beschikbaar. Van der Heijden: “Belangrijker dan geld zijn onze adviezen, van heel praktisch – de plek van de hoofdingang, het aantal parkeerplaatsen, de elektriciteitsvoorziening – tot advies over aandelenemissie en organisatievormen.”

Wederkerigheid
Utrecht is een van de vele gemeenten die staatssecretaris Knapen een bezorgde brief hebben geschreven over het stopzetten van de LOGO South-subsidie. Wethouder Lintmeijer roemt in zijn brief de meerwaarde van het programma: “De expertise van VNG International, en het delen van kennis met andere gemeenten levert een kwaliteitsverbetering en een grotere impact op.” Ook heeft Nicaragua sinds kort een Volkshuisvestingswet, waarin de ervaringen van León zijn verwerkt.
LOGO South werkt dus, stellen betrokkenen. Toch heeft universitair hoofddocent Van Lindert een puntje van kritiek: het ontbreken van echte wederkerigheid. “De Utrechtse ambtenaren die ik heb gesproken, geven hoog op over de samenwerking. Ze zeggen er veel aan te hebben voor hun persoonlijke vorming. Vaak is een verblijf in Nicaragua een eyeopener: ze zien dat hun Nicaraguaanse collega’s met weinig middelen toch resultaten boeken. En ze zijn enthousiast over de grote mondigheid en betrokkenheid van de burgers bij lokale ontwikkelingsinitiatieven. Geweldig. Maar wat me verbaast, is dat het zo weinig beklijft in het gemeentelijke apparaat. De direct betrokkenen zijn enthousiast, en er is een groot draagvlak voor de stedenband. Maar wederkerigheid op institutioneel niveau valt niet aan te tonen.” Moet dat dan? “Wel als je uitgaat van een partnerschap. Maar de stedenbanden vormen ook een belangrijke bijdrage aan het wereldburgerschap van de Nederlandse bevolking. In die zin is er wel sprake van wederkerigheid.” Wethouder Lintmeijer: “De stedenband met León vergroot het oplossend vermogen hier. Twee jaar geleden is een grote Utrechtse delegatie op bezoek geweest: mensen van woningcorporaties, de Jaarbeurs, de universiteit, raadsleden, ambtenaren, de wethouder. Dat was niet alleen goed voor de teambuilding, dat kun je ook doen op de Veluwe. Ter plekke hebben ze ingewikkelde problemen moeten oplossen. Dat scherpt de eigen denkkracht en leidt tot een leerproces om zelf oplossingen te verzinnen. Vervolgens kijk je met andere ogen naar de problemen hier.”

Reacties