Koenders neemt meer risico

16-10-2007
Door: Evelijne Bruning
Bron: OneWorld/Vice Versa

 

1Bert%20Koenders.jpg
Bert Koenders
Andere redenen voor bijstellen van het beleid zijn volgens minister Koenders het feit dat de wereld verandert, dat het speelveld van de ontwikkelingssamenwerking verandert, en dat er meer donor-spelers bij zijn gekomen met landen als China en India, islamitische fondsen en grote filantropen zoals de Gates Foundation.
 
Het kan dus allemaal nóg beter. Daarom moet de ontwikkelingssamenwerking, aldus de minister, 'uit het schuttersputje. We moeten sámen investeren in ontwikkeling. Kabinetsbreed, maar ook met nieuwe maatschappelijke partners en nieuwe internationale coalities.'
 
Risico's
Nieuw in de nota is de duidelijke keuze om daar te investeren waar de achterstanden het grootst zijn. Koenders: 'Juist door te investeren in fragiele staten zoals Congo wordt de veiligheid en ontwikkeling in een dergelijk land bevorderd. Dit zorgt voor stabiliteit in de regio. Het betekent dat we risico's nemen. Maar die nemen we gecalculeerd en zeer precies. Op basis van scherpe analyses. '
 
Congo vluchtelingenkamp
Congo vluchtelingenkamp
Meer maatwerk
Ook nieuw is de keuze om te werken met drie 'landenprofielen' in plaats van een landenlijst, zodat er, zo stelde minister Koenders, 'maatwerk geleverd kan worden.' Er bestaan vanaf nu drie categorieën landen waarmee Nederland een structurele samenwerking aangaat. Eén - de grootste groep, zijn lage inkomenslanden met een relatief stabiele overheid, zoals Benin, Kenia en Nicaragua. Daar gaat Nederland veel extra middelen inzetten om de millenniumdoelen te halen. Liefst via budget- of sectorsteun. De tweede categorie is die van de fragiele staten, zoals Afghanistan, Colombia, Congo en Sudan. Daar komt veel extra aandacht voor noodhulp en voorziening in primaire behoeftes en waar mogelijk de versterking van overheidsstructuren. Tenslotte is er een derde categorie van aankomende middeninkomenslanden die nog op specifieke, eigen zwakheden worden ondersteund met een bredere hulprelatie. Zoals bijvoorbeeld Egypte, Indonesië en Vietnam.
 
Vier inhoudelijke prioriteiten
De hulprelatie met Bosnië-Herzegovina, Eritrea, Sri Lanka, Albanië, Armenië, Kaapverdië en Macedonië wordt de komende jaren afgebouwd. De helder opgebouwde nota maakt bovendien een begin met het uitwerken van de vier inhoudelijke prioriteiten waar het ministerie deze kabinetsperiode in wil investeren: fragiele staten, gelijke kansen en rechten voor vrouwen, groei en verdeling, en milieu en energie. Maar nog lang niet alles is uitgekristalliseerd. De komende maanden volgt er nog een notitie over de gevolgen van deze nieuwe keuzes voor de verschillende hulpkanalen, en samen met een aantal andere ministeries worden de plannen ook nog verder uitgewerkt in 'deelnotities.' 
 
Méér weten? 'Een zaak van iedereen'

 

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Reacties