Interview: Goed slapen en snel schakelen

17-10-2009 Bron: IS Online
Joyeeta Gupta

Rijke en arme landen staan lijnrecht tegenover elkaar in de aanloop naar Kopenhagen. Waarom stellen de ontwikkelingslanden zich niet wat buigzamer op? Ontwikkelingslanden zijn boos op het Westen, zegt hoogleraar klimaatverandering Joyeeta Gupta. “Dat heeft geen leiderschap getoond.”

Klimaatonderhandelingen hebben wel iets weg van goochelen: je zet delegaties van tweehonderd landen tien dagen bij elkaar in een gebouw, voert de druk flink op door er tienduizenden mensen omheen te laten cirkelen, en het eindresultaat is even verrassend als onverwacht. In Kopenhagen zal het niet anders gaan. Van 7 tot en met 18 december moeten daar nieuwe afspraken worden gemaakt over maatregelen om onomkeerbare klimaatveranderingen te voorkomen cq. het hoofd te bieden. Het gaat over de periode na 2012, als het Kyoto-protocol afloopt. Er is veel politiek massagewerk verricht en er ligt een concepttekst klaar, maar daar is alles mee gezegd. Over bijna elke zin in de tekst zal hevig debat zijn, voorspelt Joyeeta Gupta, professor klimaatverandering aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en professor waterrecht en -beleid bij UNESCO-IHE in Delft.
Gupta, Indiase van origine, heeft vele klimaatonderhandelingen van dichtbij meegemaakt en delegaties van ontwikkelingslanden met raad en daad bijgestaan. Ze schreef met On Behalf Of My Delegation een praktische handleiding voor ontwikkelingslanden. Uit ervaring weet Gupta dat veel zuidelijke delegaties verloren zullen rondlopen in Kopenhagen. Gupta: “De onderhandelaars van de ontwikkelingslanden voelen zich meestal heel ongelukkig. Ze gaan met hooguit twee personen naar de vergadering, zonder specialistische kennis op een veelheid van onderwerpen zoals natuurkunde, scheikunde, biologie, financiën, markten of recht. Ze moeten continu opletten, soms 24 uur achter elkaar zonder te slapen. Aantekeningen maken helpt niet, want je moet de relaties zien tussen wat wordt gezegd en ter plekke kunnen reageren. Meestal hebben ze weinig geld en blijkt een kop koffie 3,5 euro te kosten! Als je dan bovendien slaapt in een goedkoop hotel, dus ver van het onderhandelingscentrum, red je het gewoon niet.”

Aparte kamers
Ook de manier waarop de onderhandelingen zijn georganiseerd werkt ten nadele van ontwikkelingslanden. Gupta: “De onderhandelaars zitten in twee plenaire zalen, waar verschillende onderwerpen aan bod komen. Dus ieder land heeft minstens twee onderhandelaars nodig. Liefst meer, anders kun je niet eens naar de wc. Alles wordt simultaan vertaald in zes talen. Over bijna ieder onderwerp ontstaat onenigheid. De voorzitter formeert een onderhandelingsgroep die in een aparte kamer gaat praten. Voor die kamers hebben de meeste ontwikkelingslanden geen vertegenwoordigers beschikbaar en bovendien gaat alles alleen in het Engels. Dat is in het voordeel van de Angelsaksische landen en bijvoorbeeld Nederland, omdat Nederlanders goed Engels spreken. Als ze eruit zijn, presenteert de voorzitter van de onderhandelingsgroep het resultaat in de plenaire zaal. Dan is het opletten geblazen: je moet er meteen bovenop zitten als de presentatie niet klopt, anders wordt hij zo overgenomen in de eindtekst. Onderwerpen onderling verdelen tussen de ontwikkelingslanden gebeurt niet, omdat ze elkaar onvoldoende vertrouwen, vanwege de geschiedenis. Sterke onderhandelingsblokken als de EU en de VS komen met veel onderhandelaars die elkaar in shifts afwisselen. Ze hebben thuis permanent deskundigen telefonisch beschikbaar, die vragen als ‘India stelt dit en dat voor, is dat een goed of slecht idee voor ons?’ direct kunnen uitzoeken.”

Per hoofd
De ontwikkelingslanden, en zeker zelfbewuste landen als India en China, zetten nu de hakken in het zand. Ze zijn boos op het Westen. Dat heeft het klimaatprobleem veroorzaakt en komt nu zijn beloften niet na. Gupta: “De afspraak was dat het Westen zou leiden in de aanpak van klimaatverandering en het Zuiden zou volgen. De ontwikkelingslanden constateren dat het Westen niet heeft geleid. India ervaart het recente bezoek van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton dan ook als arrogant. India zegt: ‘Jullie hebben zelf niks gedaan, waarom bemoeien jullie je met ons?’ En kijk naar Nederland. Dat haalt misschien de Kyoto-doelstelling, maar koopt de helft van zijn verplichting af met projecten in het buitenland. De Nederlandse levensstijl is niet veranderd. Dat is geen leiderschap tonen.”
Amerika wil de uitstoot van broeikasgassen alleen verminderen als ontwikkelingslanden dat ook doen. India gaat daar niet mee akkoord, omdat het bang is daarmee een rem te moeten zetten op zijn stevige economische groei. India staat weliswaar stevig in de top 5 van landen met de hoogste uitstoot van broeikasgassen, per hoofd van de bevolking ligt die ver onder het wereldwijde gemiddelde. India wil dus vasthouden aan emissieverplichtingen die zijn gebaseerd op een berekening per hoofd van de bevolking. Tijdens Hillary Clintons bezoek aan India ontspon zich een veelzeggende woordenwisseling tussen haar en de Indiase minister van Milieu Ramesh. Clinton zei het per capita argument aan de ene kant wel een ‘eerlijk argument’ te vinden, maar dat het ‘aan kracht verliest’ doordat ontwikkelingslanden in rap tempo de grootste uitstoters worden. Het antwoord van Ramesh was dat de per capita benadering van India ‘geen debatstrategie’ is, omdat ze is vastgelegd in internationale verdragen. “We bezien jullie houding met wantrouwen”, aldus Ramesh aan Clinton, “want jullie zijn jullie beloftes niet nagekomen.”

Oud geld
Gupta zou graag een minder defensieve houding van ontwikkelingslanden zien, maar kan er ook wel begrip voor opbrengen. “De hele onderhandelingssfeer is in de laatste tien jaar verpest. De rijke landen hebben veel beloofd en niks waargemaakt. Er is bijvoorbeeld veel geld beloofd, om te beginnen via ontwikkelingssamenwerking: 0,7 van het Bruto Nationaal Product van de rijke landen. Nooit gebeurd. Weet je hoe vaak westerse landen het geld al plechtig hebben toegezegd? Meer dan vijftig keer! Daarnaast hebben ze extra geld toegezegd voor klimaatverandering. Dat blijkt gewoon oud geld te zijn. Over het Adaptatiefonds (met geld voor ontwikkelingslanden om zich aan te passen aan klimaatverandering, red.) ben ik persoonlijk heel boos. Het fonds wordt gevuld met een belasting van twee procent op Clean Development Mechanism-projecten. Dat is een belasting op Noord-Zuid-samenwerking! Er zit géén belasting op de andere instrumenten, waaronder emissiehandel. Daarmee is CDM dus duurder dan andere instrumenten en de ontwikkelingslanden betalen er zelf aan mee.” Bovendien, zegt Gupta, zit er na al die jaren nog maar een luttel bedrag in het Adaptatiefonds.

Sieraden
Als Amerika zich had gehouden aan de Kyoto-afspraken, had het recht van spreken gehad en zouden ontwikkelingslanden nu ook aan de bak moeten, meent Gupta. Ook zij hebben vaak al maatregelen genomen om hun energie-efficiënte te verbeteren en hernieuwbare energie te stimuleren, maar het zou ze toch voor problemen plaatsen. Gupta: “Een land als India heeft onvoldoende betrouwbare data over het energieverbruik. Wat er aan data is, zijn extrapolaties, dus niet gebaseerd op feitelijke metingen. Iemand bij mij promoveerde op onderzoek naar de kleinschalige producenten van sieraden in India. Die produceren veel broeikasgassen. Maar het gaat om tienduizenden bedrijfjes van één of twee mensen, hoe ga je die aanpakken? Je moet ook een meetbaar systeem hebben, en dat ontbreekt. In de Indiase hoofdstad Delhi wordt ongeveer 45 procent van de elektriciteit gestolen. Gevolg is dat India niet weet wie welke hoeveelheid energie verbruikt.”
Dan is er het verdelingsvraagstuk. “Hoe gaat India eventuele reductieverplichtingen intern verdelen tussen de deelstaten, de provincies, de bedrijfstakken, de burgers enzovoort? Er is een grote informele economie in India, die buiten de boeken blijft. In India betalen mensen met een regeringsbaan belasting, anderen kunnen dat ontwijken. Je moet een systeem opzetten zodat ook de rijken betalen. Zo’n verdelingsvraagstuk gaat om meer dan een miljard mensen en is heel moeilijk op te lossen.”
Aan uitspraken over de uitkomst van Kopenhagen waagt Gupta zich niet. “Voorspellingen zijn moeilijk. Je weet nooit hoe de onderhandelingsdynamiek loopt. Maar de druk van China, India, de kleine eilandstaten en maatschappelijke organisaties op de rijke landen om met sterke maatregelen voor de dag te komen neemt toe.”

Han van de Wiel

Han van de Wiel is een Nederlandse journalist die zich gespecialiseerd heeft...

Lees meer van deze auteur >

Reacties