Interview: Afrikaanse tijger

17-11-2009 Bron: IS Online
John Kufuor

“Ik moet mijn weg nog vinden, maar ik sport veel en geniet van mijn twaalf kleinkinderen,” aldus Ghanese oud-president John Kufuor.  

Afrikaanse leiders mengen zich nauwelijks in het debat over het nut van de hulp. De Ghanese oud-president John Kufuor doorbreekt dat patroon. Onlangs was hij in Nederland om minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders een hart onder de riem te steken: “Het Bruto Nationaal Product is in mijn regeerperiode verviervoudigd! Hulp heeft daar zeker aan bijgedragen.”

Hij deinde mee op de muziek van Jan Smit, ging geduldig met fans op de foto en nam onder luid applaus de nieuwe reisgids Ervaar Ghana in ontvangst. Tijdens het evenement ontwikkelingssamenwerking.nu, ter gelegenheid van het zestigjarige jubileum van ontwikkelingssamenwerking was John Agyekum Kufuor (70) een van de eregasten. De Grote Vriendelijke Reus, Kufuors koosnaam vanwege zijn lengte en kalme uitstraling, werd in Nederland onthaald alsof hij nog altijd Ghana’s eerste man is. Zelf moet hij ook nog wennen aan zijn gepensioneerde status: “Ik moet mijn weg nog vinden, maar ik sport veel en geniet van mijn twaalf kleinkinderen. De jongste is twee, een heel ondeugend slim meisje!”

Klinkende munt
Begin dit jaar gaf Kufuor, na acht jaar van regeren, het stokje door aan oppositieleider John Atta Mills. Met vreedzaam verlopen verkiezingen en een stabiele economie voldoet Ghana aan alle criteria waar het Westen dol op is. En dat betaalt zich uit in klinkende munt. Donoren maken samen jaarlijks een miljard dollar naar Ghana over. “Goed besteed geld”, vindt Kufuor. Nederland, dat Ghana elf jaar geleden in het lijstje van partnerlanden opnam, neemt 76 miljoen euro voor zijn rekening. Een derde ervan gaat via begrotingssteun rechtstreeks naar het Ghanese ministerie van Financiën. Verder gaat er geld naar gezondheidszorg, water en milieuprogramma’s. Op de vraag of hulp juist niet corruptie bevordert en de economische groei vertraagt, zoals de Zambiaanse econoom Dambisa Moyo in haar bestseller Dead Aid beweert (zie pagina xx), reageert de anders zo rustige Kufuor geïrriteerd: “Een aantal Afrikaanse landen, die een gunstige ligging of veel grondstoffen hebben, kan het zonder hulp af, maar in andere landen hebben mensen het zo ontzettend zwaar. Waarom zouden donorlanden daar niet mogen helpen met het aanleggen van wegen of watervoorzieningen?” Hulp helpt om een infrastructuur te creëren waarbinnen ondernemen mogelijk wordt, vindt de staatsman. ”Bij mijn aantreden in 2001 was de economische groei 3,4 procent. Toen ik begin dit jaar vertrok, was dat maar liefst 7,3 procent, ondanks de economische crisis. Als jong land, we werden in 1957 onafhankelijk, met weinig inkomsten konden we toentertijd nog net de basisvoorzieningen zoals water en salarissen van onderwijzers en ambtenaren betalen. Geld om scholen te bouwen en wegen aan te leggen was er lange tijd niet. Op dat punt hebben donoren echt het verschil gemaakt om ons land een sprong voorwaarts te laten maken.” Door hulp te accepteren, is Ghana op de lange termijn minder afhankelijk geworden van leningen en giften van de Wereldbank en het IMF, betoogt de ex-president.
Om die reden klopte hij ook aan bij het HIPC-initiatief van de Wereldbank, een regeling voor arme landen met een ondraaglijke schuldenlast. Om in aanmerking te komen voor kwijtschelding van de schulden, moeten de landen aan een aantal criteria voldoen. Zo moet er een structureel plan zijn om armoede aan te pakken en moet het macro-economisch beleid op orde zijn. Ghana slaagde voor de ‘test’ in 2004. “In één keer werd een schuld van 8 miljard dollar weggeschreven. Ghana maakte daarmee wereldwijd een goede indruk. Investeerders kregen interesse in ons land. We kregen toegang tot de wereldmarkt en konden onze afhankelijkheid van hulp af gaan bouwen.”

Discipline tonen
Dat er in 2007 olie werd gevonden, zal dat proces zeker versnellen, denkt Kufuor. “Olie zou voor Ghana geen vloek maar een zegen moeten zijn. Ik bid dat de olie niet in verkeerde handen terecht komt. Je moet de opbrengsten zo beheren dat de bevolking ervan profiteert. ” De oud-president beseft wel dat bidden niet genoeg zal zijn om te voorkomen dat Ghana landen als Sudan en Angola achterna gaat waar de strijd om olie hele samenlevingen heeft ontwricht. Onmiddellijk na de olievondst belegde hij een conferentie: “Experts uit Noorwegen gaven ons het advies om een fonds op te richten waar de olieopbrengsten in worden gestort. Van dat geld kunnen zaken gefinancierd worden waar iedereen profijt van heeft, zoals onderwijs of gezondheidszorg. Op termijn hoeven we dan Nederland misschien wel niet meer om hulp te vragen.” Het IMF (Internationaal Monetair Fonds) heeft berekend dat de olie 20 miljard dollar kan opbrengen tussen 2012 en 2030. Tijdens de laatste verkiezingscampagnes, eind 2008, beloofden de verschillende partijen, met dat bedrag in hun achterhoofd, de bevolking gouden bergen. Kufuor roept de Ghanezen op om nuchter te blijven. ”Laten we eerst maar eens starten met het oppompen! Mensen moeten beseffen dat olie geen onuitputtelijke geldbron is. We moeten discipline tonen en deze bron goed gebruiken. De Ghanese bevolking moet als een havik in de gaten houden wat er met de opbrengsten gebeurt.” Met een gekozen parlement dat de budgetten goedkeurt en een vrije pers zijn daar volgens de ex-president alle middelen voor aanwezig. “Er is in Ghana nu zelfs een wet die klokkenluiders beschermt.” Kufuors ogen beginnen te glimmen: “Het geheim van het succes van Ghana zijn de mensen. Ghanezen zijn verstandig, niet gewelddadig en werken hard. Met het juiste leiderschap worden we een heuse Afrikaanse tijger. Niet zo’n klein miezerig tijgertje, maar een trotse  Afrikaanse tijger. Let maar op!”

Pieternel Gruppen

Pieternel Gruppen werkt op dit moment bij Trouw. Voordat ze bij Trouw ging...

Lees meer van deze auteur >

Reacties