Iedereen afhankelijk van Lake Naivasha

14-10-2010
Door: Ilona Eveleens
Bron: IS Online
Helling Aberdares

Het grootste zoetwatermeer van Kenia, tehuis van nijlpaarden en roofvogels, is ook van groot belang voor de groeiende bloementeelt en de kleine boeren in de omgeving. 
Het Wereld Natuurfonds promoot er verantwoord waterbeheer waarbij economisch belang en behoud van biodiversiteit zo veel mogelijk samengaan.

De steile hellingen van de Aberdares zijn bedekt met velden vol gewassen. Boven de bergketen verzamelen zich bijna dagelijks donkere regenwolken die de akkers gul bewateren. Peter Kamau negeert de eerste druppels van de dag en loopt glunderend door zijn veld met weelderig bloeiende aardappelplanten. “Het belooft een goede oogst te worden.”
De boer is echter niet vergeten dat een jaar geleden de gewassen op zijn akkers verpieterden toen de gewoonlijk overvloedige regen uitbleef. Net als de rest van Kenia gingen de Aberdares, een belangrijk waterwingebied, gebukt onder twee jaren van extreme droogte. “Het was een moeilijke tijd, maar ik leerde er wel van. Als wij niet zorgvuldig met de natuur omspringen, neemt de natuur wraak”, filosofeert hij.
Peter Kamau probeert sinds begin dit jaar zijn steentje bij te dragen aan de verbetering van het milieu op zijn akkers in Gathara en de omgeving. Hij groef ondermeer geulen langs de onderzijde van zijn velden waarin grond terecht komt die door de regen van de helling afspoelt. “Ik wil die vruchtbare toplaag niet kwijtraken. Als de geulen vol zijn, schep ik het terug op de akkers. Daarmee help ik ook dichtslibbing te voorkomen van de Malewa-rivier die hier in de Aberdares ontspringt.”
De Malewa zorgt voor 80 procent van het water van het Naivasha-meer, ruim twintig kilometer zuidelijker. De streek rond het meer en de gelijknamige plaats vormen het centrum van de Keniaanse tuinbouw die voor 70 procent bestaat uit bloemen en voor de rest uit ondermeer snijbonen, paprika’s en courgettes. Zo’n half miljoen mensen zijn afhankelijk van inkomens uit de tuinbouw, voor Kenia de belangrijkste bron van buitenlandse valuta.

Dichtslibbing 
De teelt van bloemen en groente vereist veel water. Dat halen kwekers uit het Naivasha-meer. De laatste jaren zakt de waterstand door toenemende economische activiteiten en snelle bevolkingsgroei. Bovendien worstelt de Malewa met steeds meer slib waardoor minder water naar het meer stroomt. “Als boer aan de bovenloop van de rivier moet ik meehelpen om dichtslibbing van de Malewa te voorkomen”, vindt Peter Kamau.
Hij plantte olifantengras langs de kanten van stroompjes die door zijn grondgebied lopen, om aarde tegen te houden die tijdens regenbuien van de akkers spoelt. Het gras voert hij aan zijn half dozijn koeien die niet langer met een herder door de omgeving banjeren op zoek naar voedsel. De dieren blijven op zijn land waar hun mest makkelijk verzameld wordt voor gebruik op de akkers. De wortels van de talrijke nieuwe en inheemse boomsoorten die Peter Kamau plantte, bestrijden eveneens bodemerosie.
“Ik ben milieubewuster bezig voor mezelf en voor de bloemenkwekers. De mensen die in Naivasha werken, zijn mijn klanten. Als het niet goed gaat met de tuinbouw, verliezen zij hun banen en inkomen en kunnen ze mijn producten niet kopen. Wij boeren hebben elkaar nodig.”
Dat is precies de boodschap die het Wereld Natuurfonds (WNF) in het gebied brengt. “Verantwoord omgaan met de natuurlijke bronnen helpt iedereen. De boeren halen meer en betere oogsten van hun akkers terwijl ze tegelijkertijd collega’s aan de benedenloop helpen met een goede watervoorziening”, vertelt Robert Ndetei van het WNF. Het fonds zorgt samen met de ontwikkelingsorganisatie Care voor voorlichting aan boeren die bereid zijn milieuvriendelijker landbouw te bedrijven. Ook bloemenkwekers worden gewezen op de voordelen van bijvoorbeeld het organisch telen van hun producten.
WNF-Nederland steunt het project financieel. “Het buitenland betaalt alleen het ondersteunde werk van WNF en Care, de rest is een zakelijke overeenkomst tussen boeren en kwekers”, verduidelijkt Robert Ndetei. Bloementelers in Naivasha sloten zich aaneen in een vereniging van watergebruikers. Die betaalt soortgelijke verenigingen aan de bovenloop van de rivier voor verbeterde waterkwaliteit. “Met dat geld worden ondermeer boomstekken en zaden gekocht voor landbouwers die verantwoord boeren. Een soort zoethoudertje, want de resultaten van beter gebruik van natuurlijke bronnen zijn niet ogenblikkelijk zichtbaar”, vertelt Paul Ruoya. voorzitter van de associatie van watergebruikers in Gathara.

Op eigen houtje
Alle hellingen van de Aberdares waren vroeger bedekt met beschermde bossen omdat het een waterwingebied is. Maar vooral op de zuidzijde van de bergketen hebben bomen plaats gemaakt voor gewassen. Ex-president Daniel arap Moi had er een handje van om beschermde gebieden aan politieke vriendjes te schenken. Zij deelden de landcadeautjes op in kleine percelen en verkochten ze aan landhongerige boeren. “De boeren hebben officiële eigendomsakten en je kunt ze hun land niet afnemen. Maar we proberen ze wel ervan te overtuigen dat ze zo veel mogelijk bomen op hun land moeten planten en een verantwoord landbouwbeleid voeren”, zegt Paul Ruoya.
Sommige boeren hebben geen duwtje in de rug nodig. Paul Ruoya wijst naar een stuk land net onder een van de bergtoppen. “Wij hebben geen contact met die boer, maar hij heeft op eigen houtje bomen geplant op het grootste deel van zijn akkers. Dat is een geweldig voorbeeld voor anderen.” Slechts 2 procent van Kenia is bedekt met bos. Dat zou 10 procent moeten zijn om de steeds sneller en langer aanhoudende droogten tegen te gaan. De kwekers rond het Naivasha-meer betalen niet alleen voor een betere waterkwaliteit,  maar worden ook aangespoord om verantwoord met het milieu om te springen. De meeste telers zijn lid van de Keniaanse Bloemenraad (KFC), die certificaten uitreikt aan kwekers die voldoen aan milieu- en sociale eisen van de raad. Maar er zijn ook kwekers die zich weinig gelegen laten liggen aan de effecten van hun sector op het milieu. Eerder dit jaar werd het meer getroffen door een mysterieuze vissterfte. Direct werd met de beschuldigende vinger naar bloemenkwekers gewezen omdat ze met chemicaliën werken. Maar de oorzaak voor de vissterfte werd niet eensluidend bewezen.

Trekpleister
Jane Ngige van KFC is zich bewust van het onverantwoorde gedrag van sommige kwekers. Ze dreigt die telers uit de raad te schoppen als ze worden betrapt. “Wij eisen van onze leden dat zij hun afvalwater recyclen voor hergebruik zodat ze minder aanspraak hoeven te maken op het meer. Dat voorkomt tegelijkertijd vervuiling van het meer, de belangrijkste levensader van onze sector. Wij geven certificaten af voor goed sociaal en milieugedrag. Dat is een garantie aan de afnemers in Nederland en Groot-Brittannië, waar de meeste bloemen heen gaan.”
Het Naivasha-meer is ook een trekpleister voor toeristen, vooral vogelaars op zoek naar de ruim 170 vogelsoorten die in de streek voorkomen. Net als tuinbouw is toerisme een belangrijke sector voor werkgelegenheid en buitenlandse valuta in Kenia. Beide oefenen aantrekkingskracht uit op mensen op zoek naar een baan.
Het aantal inwoners in Naivasha is in de laatste veertig jaar zowat vertienvoudigd: van 43.000 naar bijna vierhonderdduizend. Veel arbeiders in de tuinbouw leven in wijken bij de werkplaats. Maar anderen die hopen werk te vinden, wonen in sloppenwijken waar geen sanitair of stromend water is en afval niet wordt opgehaald. De bodem in de wijken is vervuild en dat komt via het grondwater in het meer terecht. Bovendien wonen zuidelijk van Naivasha Maasai nomaden die met hun vee rondtrekken op zoek naar weidegronden en water. De dierlijke uitwerpselen dragen ook bij tot vervuiling van het meer.

Van hoog op de helling kijkt boer Peter Kamau naar de lager gelegen meer. “Alle mensen hier zijn allemaal op de een of andere manier afhankelijk van het meer”, merkt hij op. “Niet alleen landbouwers en bloemenkwekers moeten samenwerken. We moeten iedereen erbij betrekken om te garanderen dat het Naivasha-meer blijft bestaan.”

Reacties