Het nieuwe Pakistan begint op zee

03-06-2011 Bron: IS Online
Pakistan

Het Westen ziet Karachi als een broedplaats van terrorisme, maar de stad kent ook een bloeiend zakencentrum. Hoogopgeleide jongeren werken er bij multinationals als Akzo Nobel of Unilever.
De nieuwe generatie is klaar voor de grote schoonmaak van Pakistan. “Het is onze troep. Laten we onze mouwen oprollen en die zelf opruimen!”


Een oude, houten visserssloep vaart de haven van Karachi uit. Aan boord een groepje jonge Pakistanen, een mand verse vis en een paar flesjes bier. Het is volle maan. Op het water dobberen tientallen boten met op het achterdek koks die de meegebrachte vissen op een barbecue grillen. “De zee is een populaire ontmoetingsplek voor jongeren”, vertelt Tahir (29) terwijl hij op de sloep een biertje opentrekt. In de stad zijn nauwelijks plekken waar jongeren kunnen drinken. In het islamitische Pakistan is alcohol officieel verboden, alleen christenen mogen met een vergunning in speciale slijterijen drank aanschaffen. Tahir is moslim, maar hij drinkt graag een biertje. Met een stralend gezicht vist hij ook nog een joint uit zijn broekzak. Overdag werkt hij als informatietechnoloog voor een Australisch computerbedrijf, maar als hij vrij is, trekt hij met vrienden en vriendinnen de zee op. Het clubje op de boot geniet zichtbaar van het uitzicht op de verlichte torenflats en de appartementen. Vanavond straalt de haven- stad kalmte en rust uit. Sinds de Amerikaanse journalist Daniel Pearl hier in 2002 werd onthoofd door een extremistische moslimgroepering, staat Karachi in het Westen bekend als een van de gevaarlijkste steden ter wereld. Karachi fun- geert als schuilplaats voor de top van de Tali- ban. Hun hoogste leider, Mullah Omar, liet zich er onlangs aan zijn hart opereren. Tege- lijk voeren etnische groeperingen al jaren een onderlinge machtsstrijd. Zo vechten de Pathanen uit de Afghaanse grensgebieden tegen de Muhajirs (Arabisch voor ‘immigranten’), Indiase moslims die zich na de afscheiding van India in de havenstad vestigden. Vooral in de nachtelijke uren vinden er afrekeningen plaats. “De afgelopen weken waren er veel bloederige rellen”, vertelt Tahir. Het leven in Karachi, een stad met 20 miljoen inwoners, is echter niet zo zwart-wit als de internationale media suggereren. “Er zijn hier tweehonderd multinationals geves- tigd. Voor zover ik weet is er nooit een buitenlands bedrijf aangevallen en heeft geen westerse onderneming zich ooit teruggetrokken”, verklaart Tahir. “Karachi is het financi- ele centrum van Pakistan, een moderne stad die hoogopgeleide jongeren kansen biedt. Er is geweld, maar dat is er al dertig jaar. We hebben geleerd ermee om te gaan.”

Vertekend beeld

Seemi Saad (30) heeft nauwelijks tijd meer om haar vrienden ’s avonds te zien. Ze werkt als hoofd communicatie voor de Neder- landse multinational Akzo Nobel aan een serieuze carrière en daarnaast is ze moeder van een dochter van vijf. “De jeugd heeft de toekomst”, zegt ze hartstochtelijk. “Er wonen 170 miljoen mensen in mijn land, waarvan de helft jonger is dan 30 jaar. Nog geen procent van de bevolking steunt de Taliban.” Net als Tahir is Seemi ervan overtuigd dat het Westen een vertekend beeld heeft van Pakistan. “We hebben de pech dat de internationale schijnwerpers op ons gericht zijn. Al onze fouten worden belicht.” Ik vind de term ‘gevaarlijk’, als het over Karachi gaat, zo’n cliché. Als met gevaarlijk de dreiging van een terroristische aanslag wordt bedoeld, dan zou ik zeggen dat de hele wereld gevaarlijk is. Niet alleen Pakistan.”
Met haar lange, zwarte haren en slanke postuur is Seemi niet alleen mooi, ze heeft ook een gezond stel hersens en een duidelijke visie. Als Pakistan verder wil komen, moet de regering het onderwijs verbeteren, zodat goed opgeleide jongeren samen kunnen wer- ken aan de ontwikkeling van het land. Ook vrouwen moeten daarbij betrokken worden. Volgens Seemi wordt haar land te veel door mannen gedomineerd. Ze vertelt over haar oma, die nooit naar school is geweest. Maar die haar vijf dochters, onder wie Seemi’s moeder, op het belang van onderwijs wees. “Mijn moeder is docent Engelse literatuur. Zij heeft mij enorm gestimuleerd.” Tegenwoordig hebben vrouwen in grote steden bijna dezelfde kansen als mannen, denkt Seemi. Er studeren bijna net zo veel meisjes als jongens. “Steeds meer vrouwen combineren het huishouden en de zorg voor hun kinderen met een fulltime baan.”

Analfabeet

“In de plattelandssteden gaat de vooruitgang veel te langzaam”, vindt de 27-jarige Aisha. Aisha komt uit Multan, een stadje tussen de katoenvelden in het midden van Pakistan. Op het conservatieve platteland, waar 70 procent van de bevolking woont, stelt een vrouw nog altijd weinig voor. De meeste meisjes worden voor hun twaalfde van school gehaald. “Mijn moeder moest vechten om überhaupt naar de lagere school te

mogen”, vertelt Aisha. “Mijn oma vond onderwijs voor haar dochter niet nodig. Zij is analfabeet, net als mijn overgrootmoeder en betovergrootmoeder waren. Mijn opa steunde mijn moeder. Ze schopte het tot onderwijzers op een lagere school.” Aisha kreeg als eerste meisje in haar familie toestemming om te studeren aan de universi- teit. Nu werkt ze als marktonderzoeker voor het Nederlandse bedrijf Unilever. Haar familie stemde in met haar baan in Karachi omdat de multinational voor alleenstaande vrouwen woonruimte met beveiliging voor de deur regelt.

Economische groei

Het is opvallend hoeveel jonge Pakistaanse vrouwen werken voor Nederlandse multinationals. Sabeen Fazli is net als Aisha in dienst bij Unilever. Zij is marketingmanager ‘persoonlijke verzorging’. “Unilever neemt bewust vrouwen in dienst”, vertelt ze. “Op de marketingafdeling is 62 procent van het personeel vrouw. Je hebt vrouwen nodig om te begrijpen wat een Pakistaanse huishouding nodig heeft. Vrouwen weten het beste wat hun kinderen en echtgenoot het lekkerst vinden.”

De dag nadat Sabeen haar MBA (master bedrijfskunde) aan de universiteit van Karachi haalde, kon ze bij Unilever aan de slag. Haar kamer hangt vol posters waarop Pakistaanse modellen shampoo aanprijzen. Qua uiterlijk zou Sabeen een van hen kunnen zijn. “De verkoop van cosmeticaproducten stijgt explosief ”, vertelt ze. “Vorig jaar verkochten we 50 procent meer shampoo. Al vier jaar achter elkaar verdubbelt onze winst.” Sabeen noemt zichzelf een workaholic. Ze is moeder van drie kinderen, maar draait haar hand niet om voor een zesdaagse werkweek. “Ik voel me enorm gegrepen door mijn werk. Ja, er zijn soms aanslagen in Pakistan, maar het geweld heeft geen invloed op onze omzet.” Sabeen maakt zich wel zorgen om het welzijn van haar kinderen. “Ik maak me grote zorgen als er een aanslag is gepleegd en ik weet dat mijn kinderen ergens in een park spelen.” Werkt het geweld niet verlammend? “Pakistanen zijn net als rubber”, zegt Sabeen. “We worden in de hoek gestuiterd, maar krabbelen weer overeind.”

Sabeens collega Asima Haq (32), die als marketingmanager voedingsmiddelen bij Unilever werkt, heeft staan meeluisteren. Ze hoopt dat haar werk bijdraagt aan de economische vooruitgang van Pakistan. Asima heeft vertrouwen in haar land. In 1960 groeide de Pakistaanse economie met 6,8 procent, het hoogste groeicijfer in de wereld. Ook toen stond Karachi bekend als een financieel centrum waar bedrijven goede zaken konden doen. Maar de oorlogen met buurland India, de verscheidene militaire staatsgrepen en slecht politiek leiderschap veroorzaakten een langdurige crisis. Toch bleek in 2007 opnieuw dat Pakistan potentie heeft. De economie groeide weer met 7 procent. Generaal Musharraf voerde onder druk van het Internationaal Monetair Fonds hervormingen door. “Als we afgelopen zomer niet door de ergste overstromingen uit de geschiedenis waren getroffen, hadden we een groei van 4,5 procent gehad”, zegt Asima. “Nu is het platteland grotendeels verwoest. Het leven van de armen is verslechterd.”

Koloniale elite

De optimistische Pakistaanse jongeren zien dat hun land kampt met grote sociaal-economische problemen. Een kwart van de bevolking moet rondkomen van minder dan een dollar per dag. De watersnoodramp vorig jaar september maakte op pijnlijke wijze zichtbaar dat de meeste Pakistanen in middeleeuwse lemen hutten wonen zonder stromend water of elektriciteit. Informatietechnoloog Tahir beseft dat het als jongen uit een middenklassegezin makkelijk is om optimistisch te zijn. Hoewel hij zich ’s avonds na het werk het liefst met zijn vrienden vermaakt in de haven, vindt hij zichzelf wel degelijk politiek bewust. Hij legt de schuld van de armoede bij de politieke leiders. “De elite leeft nog in het koloniale tijdperk. Ze wonen in grote villa’s en eten onze schatkist leeg. Ze spenderen miljoenen aan dure auto’s, vrouwen en land. Door hun gebrek aan leiderschap verergert de sociaal-economische crisis en rukken de Taliban verder op.”

De islamitische geestelijken in Tahirs wijk spraken zich nadrukkelijk uit tegen de komst van de Taliban. Maar de politie doet niets. De leiders zijn niet in staat het extremisme in Pakistan aan te pakken. “Hun corrupte beleid draagt bij aan de opmars ervan”, stelt Tahir. “Pakistan ontvangt miljoenen euro’s ontwikkelingshulp. Waar is al dat geld gebleven? Er is een tekort aan scholen en ziekenhuizen. Extremistische groeperingen organiseren gratis scholing en gezondheidszorg. De armen zijn hen dankbaar.” Tahir wil erbij vermelden dat de gemiddelde Pakistaan een gematigde moslim is. “Het wanbeleid van de elite drijft de onderlaag van de bevolking in de armen van de extremisten.” Toch zullen de Taliban nooit winnen. Nog geen 5 procent van de bevolking stemde tijdens de laatste verkiezingen op moslimpartijen.

Grote schoonmaak

Uit lezersonderzoek van Pakistaanse kranten als Dawn en The Nation blijkt dat Pakistaanse jongeren niet alleen hun regering, maar ook Amerika verantwoordelijk houden voor het toenemende extremisme. Washington stuurt onbemande vliegtuigjes om militanten in de grensgebieden met Afghanistan te elimineren. Na ieder bombardement neemt de haat tegen Amerika toe, want volgens de media komen er meer onschuldige burgers dan Taliban-strijders bij de aanvallen om het leven. Tahir denkt dat de regering in Islamabad Amerika toestemming geeft voor deze bombardementen. “Hypocriet, want tegen het volk zeggen ze dat ze het er niet mee eens zijn.” Onder druk van Amerika voerde het Pakistaanse leger verschillende militaire operaties uit. “Hoe meer agressie, hoe harder de militanten terugslaan”, zegt Tahir. “Er gaat geen dag voorbij of er vindt een aanslag op een drukke markt of moskee plaats.”

Zoals de jongeren al vreesden heeft de dood van Al-Qaida leider Osama bin Laden ook geen eind aan de terreurgolf gemaakt. Medio mei pleegden de Pakistaanse Taliban een aanslag op een paramilitair trainingscentrum in het noorden van het land. Tachtig mensen vonden de dood. “Een vergelding voor de dood van Bin Laden”, aldus de Taliban. “En er zullen meer aanslagen volgen.” Veel Pakistaanse jongeren vinden dat de Amerikaanse dollars om het moslimextremisme te bestrijden, hun land te weinig hebben opgeleverd. De oorlog heeft Pakistan meer geld gekost. Het is beter als Amerika vertrekt en Pakistan met rust laat. “De jonge generatie moet onze leiders zeggen dat we hun wanbeleid niet langer accepteren”, betoogt Tahir.
Maar het Pakistaanse volk heeft niet geleerd om voor zijn rechten op te komen. Door jarenlang militair bestuur is dit het land van de zwijgende meerderheid geworden. Tahir hoopt dat zijn generatie meer durf ontwikkelt. “We moeten allemaal een bijdrage leveren aan de verbetering van ons land, hoe klein die bijdrage ook is. Het is onze troep. Die moeten we zelf opruimen, daar hebben we geen ander land bij nodig. Laten we de mouwen opstropen en beginnen met de grote schoonmaak van Pakistan”, luidt zijn emotionele oproep.

Maar Tahir en zijn hoogopgeleide leeftijdsgenoten vormen slechts een paar procent van de bevolking. De verwachting is dat het nog een generatie duurt tot er nieuwe leiders opstaan die met daadkracht een modern en democratisch Pakistan ontwikkelen. Tot het zover is, spenderen jongeren hun vrije tijd het liefst op zee. Daar hebben ze het rijk even voor zich alleen.

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties