IS het klimaat gunstig voor ontwikkeling?

17-10-2009
Door: Hans van de Veen
Bron: IS Online
One World

Als de wereld in december in Kopenhagen een ambitieus nieuw klimaatakkoord wil sluiten, rest nog maar weinig tijd. Ontwikkelingslanden stemmen alleen in met een nieuw verdrag als het Westen fors in de buidel tast. Want de vervuiler moet betalen.

Wie probeert het klimaatdebat in de aanloop naar de Kopenhagen-conferentie te volgen, raakt al snel het spoor bijster. De miljarden euro’s, graden opwarming en percentages reductie van CO2-uitstoot vliegen je om de oren. Om door de bomen het klimaatbos te blijven zien, is het verstandig het voorstel voor Kopenhagen dat de Europese Commissie op 10 september presenteerde als uitgangspunt te nemen (zie kader). “Het is goed dat er eindelijk een voorstel op tafel ligt, mede onder druk van Nederland”, zegt Sible Schöne, directeur van het HIER Klimaatbureau, een coalitie van ruim veertig maatschappelijke organisaties. “Het spel is daarmee op de wagen. Andere landen moeten nu wel stelling nemen.” Kritiek is er ook op het Europese voorstel. Europa betaalt zelf te weinig en legt de rekening bij ontwikkelingslanden, zeggen critici. Maar zij beseffen ook dat de Commissie er nog een hele klus aan krijgt om zelfs dit beperkte voorstel in eigen gelederen aanvaard te krijgen. Veel EU-lidstaten, vooral die in het zuiden en het oosten, voelen er bitter weinig voor om de portemonnee te trekken voor het klimaat. Kritiek is er ook op de optimistische inschatting door de EU van de opbrengsten van de handel in emissierechten. “Dertig miljard euro uit die handel is haalbaar”, denkt Schöne, “maar alleen als álle rijke landen de 30 procent CO2-reductiedoelstelling van de EU overnemen. En daar ziet het nog niet naar uit.”

Zelfbewustzijn
Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en financiering van klimaatbeleid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het toegenomen zelfbewustzijn in zich snel ontwikkelende landen als China, India en Brazilië, maar ook in Afrika, zorgt ervoor dat zij in Kopenhagen zeker niet akkoord zullen gaan met een verdrag met onvoldoende financiële onderbouwing. Beter geen akkoord dan een mager akkoord, is de stemming. In augustus formuleerden de lidstaten van de Afrikaanse Unie een eis van 42 miljard euro. Jaarlijks, vanaf 2020, om het continent in staat te stellen zich aan te passen aan het veranderende klimaat. Nieuw geld, waarschuwde voorzitter Meles Zenawi, de Ethiopische president, geen sigaren uit eigen doos. En, liet hij er op volgen, als dat bedrag in Kopenhagen niet op tafel komt, dan kon Afrika wel eens naar het Internationaal Gerechtshof stappen, met een eis tot schadevergoeding.

Grootscheepse aanval
Allemaal onderdeel van het onderhandelingsspel, ongetwijfeld. Maar zo’n stap naar de rechter zou zeker niet kansloos zijn, uitgaande van het principe dat de vervuiler betaalt. Driekwart van alle schade als gevolg van klimaatverandering treft ontwikkelingslanden, aldus de Wereldbank in het World Development Report 2010, terwijl zij er het minst aan hebben bijgedragen. Het is die boodschap die de verzamelde natuur-, milieu- en ontwikkelingsorganisaties de weken die ons nog resten tot aan Kopenhagen luid en duidelijk zullen verkondigen. “Het is de eerste keer in de wereldgeschiedenis dat we afhankelijk zijn van de Derde Wereld”, zei oud-minister Pieter Winsemius, boegbeeld van de Kopenhagen-coalitie, bij de start van de campagne Beat the Heat Now. “Als daar problemen als armoede niet opgelost worden, dan zijn we nog nergens als het om het klimaat gaat.” Begin oktober lanceerden NCDO en het HIER Klimaatbureau de campagne ‘DAAR ben ik’. Ook gericht op het onder de aandacht brengen van klimaatverandering in ontwikkelingslanden. Beide campagnes hameren er op dat de benodigde miljarden voor klimaat niet ten koste mogen gaan van de ontwikkelingshulp. Of ze daarin succesvol zullen zijn, is nog maar de vraag. Schöne van het HIER Klimaatbureau weet het zeker: “Er komt een grootscheepse aanval op de ontwikkelingsbudgetten, ondanks het verzet van Nederland en nog een paar landen.” Een toenemend aantal betrokkenen denkt ondertussen dat het mogelijk verstandiger is te accepteren dat een klein deel van het benodigde geld voor adaptatie aan klimaatverandering uit het ontwikkelingsbudget mag komen, dan de poot stijf te houden.

Lokale benadering
Ook is er zorg over de aanwending van de klimaatgelden. Vanuit de G77, de groep van ontwikkelingslanden, is al betoogd dat zij vooral een zak met geld willen, zonder alle voorwaarden die het Westen tegenwoordig aan het verlenen van ontwikkelingshulp stelt. Madeleen Helmer, hoofd van het Klimaatbureau van het Rode Kruis, vreest dat het meest kwetsbare deel van de bevolking dan het nakijken heeft. “Het geld zal vooral naar de harde en zichtbare kant van adaptatie gaan: infrastructuur, havens en dijken, wegen verplaatsen. Wij denken dat een lokale benadering effectiever is. Verkleinen van de kans op rampen, betere gezondheidszorg, aanpassing van lokale landbouwmethodes, etc. Een aanpak waarbij de lokale bevolking centraal staat.”

Reacties