EU wil haast met handelsverdrag Oost-Afrika

23-03-2010
Door: IPS, OneWorld
Bron: OneWorld

 

Het akkoord zou Burundi, Kenia, Rwanda, Tanzania en Oeganda verplichten hun importheffingen op goederen uit de EU tegen 2033 te schrappen. Omgekeerd zou de Europese Unie een einde maken aan de  heffingen op goederen uit de Oost-Afrikaanse Unie.

De Europese Unie onderstreept de nadelen voor de bedrijven uit de regio, als de overeenkomst uitblijft. "Als er geen EPA komt, zullen de bedrijven in oost Afrika moeten beantwoorden aan strengere regels en zal de invoer van machines en andere kapitaalgoederen uit Europa duur blijven", zegt Jacques Wunenburger, het hoofd van de EPA-eenheid van de Europese Commissie.

Volgens Oxfam Novib worden landen door de EPAs gedwongen sneller te liberaliseren dan goed voor ze is. "Landen die wel geslaagd zijn op de wereldmarkt, zoals Korea, Taiwan en ook Zuid Afrika, hadden eerst een sterke binnenlandse markt. Dat is nog niet zo in oost Afrika", stelt Bertram Zagema van de organisatie.
 

EPA's: Europese Partnerschaps Akkoorden
De Europese Unie voert sinds 2001 met zes regionale groepen van ontwikkelingslanden onderhandelingen over aparte economische partnerschapsakkoorden. Tot dusver hebben alleen de Caraïbische landen een voorlopig EPA ondertekend. Tegenstanders beschuldigen de EU ervan verschillende landen en regio's tegen elkaar uit te spelen om alle geplande partnerschapsakkoorden erdoor te krijgen.  
De EPA's moeten in de plaats komen van het oude handelssysteem tussen de EU en de voormalige kolonies van de Europese landen, dat in 2007 afliep. Dat bevatte veel niet-wederzijdse maatregelen en bevoordeelde de partnerlanden ten opzichte van andere landen. Het viel niet meer te rijmen met de regels van de Wereldhandelsorganisatie WTO.

Lokale industrie
De onderhandelingen over het akkoord slepen al bijna tien jaar. De Oost-Afrikaanse landen vrezen dat hun bedrijven niet opkunnen tegen de Europese concurrentie, en dat hun inkomsten verminderen doordat ze de heffingen moeten afschaffen. Ze werpen ook op dat ze nauwelijks nog ruimte zullen hebben om een eigen handelsbeleid te voeren.

Volgens Marc Maes van het Belgische 11.11.11 netwerk hebben ze een punt. "Als de landen geen uitvoerheffingen op grondstoffen meer mogen voeren, wordt het veel moeilijker om te stimuleren dat er lokaal waarde aan die grondstoffen wordt toegevoegd."

Zagema stelt dat er betere manieren  dan de EPA's zijn, om de Oost Afrikaanse economie te stimuleren. De Europese Unie kan investeren in capaciteitsopbouw om meer vanuit Afrika te kunnen exporteren."Door  professionalisme bij de ondernemers te stimuleren, waardoor ze de Europese markt beter begrijpen en kunnen omgaan met alle technische en hygiënische regels. Daarnaast zijn investeringen in wegen en havens belangrijk om de export op gang te kunnen" zegt hij.

Wunenburger van de Europese Commissie vindt de angst voor verlies van inkomsten van de Oost-Afrikaanse partners overdreven. "Ze houden er bijvoorbeeld geen rekening mee dat de afbouw van importheffingen de handel kan stimuleren. Grotere handelsvolumes kunnen de daling van de inkomsten uit heffingen voor een deel compenseren." Sommige bedrijven in Oost-Afrika hopen ook dat hun regeringen hun bedenkingen nu gauw opzij zetten. "Onzekerheid betekent een onvoorspelbaar beleid, en dat houdt investeringen tegen", zegt Godwin Muhwezi, de woordvoerder van de Oost-Afrikaanse Raad van de Zakenwereld (EABC). Met name Keniaanse tuinbouwbedrijven gaan ervan uit dat ze veel baat kunnen hebben bij vrijhandel met de Europese Unie. Door het betere klimaat hebben ze een belangrijk voordeel in de concurrentieslag met Europese telers.  

De frustratie bij de Europese Unie neemt intussen toe. "De situatie in onhoudbaar. De landen van de Oost-Afrikaanse Unie hebben nog niet getekend en krijgen toch een even vrije toegang tot de Europese markt als andere landen die wel een voorlopig partnerschapsakkoord hebben ondertekend", verklaarde Timothy Clarke, de ambassadeur van de EU in Tanzania, vorige maand.

Foto boven: aanplant van gewassen in Kenia (cc) Curt Carnemark/ World Bank

 

Reacties