Deel van internationale samenzwering

14-11-2011
Door: Bengt van Loosdrecht
Bron: IS Online
fusie onze wereld en IS
Het is natuurlijk allemaal lang geleden. Ik stond argwanend tegenover wat ik zag als een veredeld missieblaadje. Ik noemde het, met vele anderen, Internationale Samenzwering of de Pravda van de ontwikkelingssamenwerking. De artikelen vatte ik samen als “Boer Pedro was arm en zielig. Toen kwam een Nederlandse ontwikkelingsdeskundige langs en die leerde boer Pedro bonen planten. Nu kan boer Pedro weer voor zijn gezin zorgen. Dank je wel Nederlandse ontwikkelingsdeskundige!”

Ik kwam in 1993 een beetje bij toeval bij IS terecht, en voor ik het wist zat ik in Afrika, in gesprek met goudzoekers, tabaksboeren, overheidsfunctionarissen, diamantmiljonairs, wereldbankmensen, townshipbewoners, marktvrouwen, schoolkinderen, genocideverdachten, artsen, vroedvrouwen, presidenten, genocideoverlevenden, diplomaten, mensenrechtenmensen, en zelfs journalisten. Hoofdredacteur Jolke Oppewal vond mijn verhalen wel mooi en hij plaatste ze. Ik was gevleid. Maar veel belangrijker: door die reizen, door al die gesprekken ben ik verschrikkelijk veel van Afrika gaan houden. Van de geur van Afrika die je vanaf de vliegtuigtrap met dichte ogen in je opneemt, van de vochtige hitte, van het licht, van het groen, van de rode aarde, van de mensen, van hun lach, van hun menselijkheid, van hun rust, van hun tranen, van hun ellende, van hun warmte, van hun humor, van hun beschaving, van hun trots. Van hun trots misschien wel het meest. In sommige landen hebben ze bijna niets. Nou ja, niets, wel heel veel zand en heel veel kleine struiken, een rivier die het land doorkruist, wat akkers om zich in leven te houden, loslopende geiten en hier en daar een viskwekerij. Maar verder niet zoveel. Ze beseffen daar donders goed dat de natuurlijke condities niet optimaal zijn, om het ambtelijk te zeggen, en dat anderen op de wereld het beter hebben. En ze beseffen donders goed dat wij ze tegemoet treden met neerbuigende clichés over kindersterfte, analfabetisme, tribaal geweld, corruptie en onderdrukking. En toch hebben ze hun waardigheid, hun trots. Die wordt vaak beschaamd. Hun vernederingen, hun lijden dragen ze in stilte. Ze gaan je niet vertellen dat je clichés misschien wat primair zijn. Daar zijn ze te beleefd voor.

Dit is niet het moment om op te scheppen over heroïsche reportages. Bijna elke journalist in Afrika heeft zijn benarde momenten gehad, in de loop van geweren gekeken of lijken gezien van vrouwen en kinderen die niet dood hadden moeten zijn. Het is echt niets om trots op te zijn, die ervaringen. Je schaamt je er achteraf voor dat je je in een positie hebt gebracht dat het bijna misging.

Heroïsch ben ik niet geweest, wel heb ik geprobeerd in verhalen en foto's te laten zien dat er in Afrika mensen leven, en dat die mensen zoals de meeste mensen niet slimmer of stommer zijn dan elders op de wereld. Hoewel ik ook daar in Rwanda vaak aan heb getwijfeld: je kwam er bijna nooit domme mensen tegen. Maar die slimheid was ook het gevolg van een complexe samenleving, waar mensen nooit wisten wie ze tegenover zich hadden. Als je wilt overleven, word je vanzelf slim. Ik hoop dat ik mijn kinderen die slimheid kan besparen.

Bengt van Loosdrecht
IS-redacteur van 1993 tot 1996, nu plaatsvervangend directeur Afrika bij het ministerie van Buitenlandse Zaken

Reacties