Chinese nomaden krijgen elektriciteit door Nederlands ontwikkelingsgeld

04-12-2007
Door: Karin Meirik
Bron: Wereldomroep

Machud staat te grijnzen in de deuropening van zijn houten blokhut. "Salum maleikum, welkom in mijn huis," zegt hij. Huis is een relatief begrip, want deze woning dient alleen als winterverblijf. In de zomer trekt Machud met zijn vrouw en kinderen de bergen in, op zoek naar groener gras voor hun kudde schapen.

 

apparatuur foto wereldomroep

Het zonne-energiesysteem levert
genoeg stroom voor lampen,
een radio en een televisie.
 Foto: Wereldomroep

Nu de ijzig koude winter is begonnen in Xinjiang (zie kader ), zit de familie het grootste deel van de dag binnen, dicht bij de stomende waterketel op de traditionele potkachel. De zon gaat laat op en vroeg onder in deze maanden, maar voor Machud en zijn familie is dat niet langer een probleem. Sinds drie jaar gebruiken zij een mobiel zonne-energiesysteem, dat overdag oplaadt zodat er 's avonds enkele uren stroom is voor verlichting.

 

Kaarsen

"Het heeft ons leven behoorlijk veranderd," zegt Machud. "Vroeger gebruikten we kaarsen en olielampjes, maar nu hebben we twee lampen voor aan het plafond. Mijn vrouw kan 's avonds borduurwerk doen, terwijl we radio luisteren of televisie kijken." De familie kijkt vooral naar tekenfilms.

 

Het elektriciteitssetje is gemakkelijk mee te nemen als het gezin in de zomer naar de weidegronden vertrekt. De opklapbare zonnepanelen en het bijbehorende kastje met twee stopcontacten en twee gebruiksklare lampen zijn speciaal voor nomaden ontwikkeld door Shell en de Chinese partner Sun Oasis.

 

Machud betaalde 500 renminbi voor het systeem. Omgerekend is dat 50 euro of liever gezegd: twee en een half schaap. Niet duur, vindt Machud. Die lage prijs is te danken aan flinke subsidies. Op de gewone markt kost een vergelijkbaar systeem zeker 300 euro. De Nederlandse ontwikkelingsbijdrage van 14 miljoen euro drukt de verkoopkosten per setje tot 90 euro. Lokale overheden in China doen daar vaak nog een extra subsidie bovenop.

 

Overheidssteun voor Shell?

Dirk Jan van den Berg, de Nederlandse ambassadeur in Peking, weerspreekt dat de subsidie in feite verkapte overheidssteun is voor Shell. "Het programma is juist een stimulans om het bedrijfsleven aan ontwikkelingssamenwerking te laten bijdragen", zegt Van den Berg. "Het zijn ook de bedrijven zelf die met de voorstellen komen."

  

nomadenvrouwen foto wereldomroep
Foto: Wereldomroep
Shell heeft meer van dit soort projecten, bijvoorbeeld in de Filippijnen en Sri  Lanka. Het concern heeft veel interesse in noordwest China. Xinjiang is rijk aan bodemschatten. In dezelfde periode dat het zogeheten Silk Road Solar project begon, tekende Shell ook voor medewerking aan een 4000 kilometer lange gaspijplijn uit het Tarim-bekken in Xinjiang naar Shanghai aan de oostkust. Of deze gaspijplijn winstgevend zal zijn is de vraag. Maar het Chinese staatsbedrijf PetroChina, hoofdontwikkelaar van de pijplijn, liet weten dat alleen bedrijven die investeren in de pijplijn in de toekomst in aanmerking komen voor olieboringen.
 

Dankbare gezichten

Dat is niet wat Ramin Nadimi, Shells projectleider in Xinjiang, drijft. "De gezichten van de mensen als we ze bezoeken, die dankbaarheid, dat zijn de mooiste momenten van het werk dat je hier mag doen", zegt hij stralend. "Je ziet direct hoe het zonne-energiesysteem het leven van de mensen verbetert." 

Ook stimuleert het de concurrentie, zegt hij. "We zien nu al allerlei lokale concurrenten die met een dergelijk systeem op de markt komen. Voorheen gebruikten de mensen hier kaarsen en kerosinelampjes. Nu hebben ze 'groen' licht." 

Dit artikel is, met toestemming, overgenomen van de Wereldomroep.

Reacties