Afkicken van kortstondig geluk

17-02-2010
Door: Hans Ariëns
Bron: IS Online
Opium in Afghanistan

Opium is misschien wel de grootste zorg van de Afghaanse samenleving. Ook onder agenten komt veel verslaving voor. IS sprak met (ex-)verslaafden in een afkickcentrum in Uruzgan. “Ik wil mijn oude leven oppakken en weer automonteur worden.”

Je moet ‘t weten te zitten, in downtown Tarin Kowt. Want het Drugs Treatment Centre van het Dutch Consortium Uruzgan heeft geen uithangbord of zelfs maar een naamplaat op de muur geschroefd, vanwege de veiligheid. Opiumverslaving is nog altijd een groot taboe, en een enorm probleem in de Afghaanse samenleving met naar schatting 1 à 2 miljoen verslaafden. In Uruzgan houdt men het op zo’n tienduizend verslaafden op een totale bevolking van driehonderdduizend.
Vandaag is het feest op de compound vanwege een nieuwe lichting ‘afzwaaiers’. De directeur publieke werken van Uruzgan, die twee neven in de kliniek heeft zitten, houdt een toespraak. Hij citeert de profeet die niets van drugs moest hebben en zwaait lof toe aan de doktoren van de kliniek. Een oom van een van de afgekickten pakt zijn zelfgebouwde luit en heft vreugdeliederen aan.

Ontwenningsverschijnselen
De 35-jarige Torjan uit Derafsjan, vader van vijf kinderen, straalt. Na een verblijf van vier weken in de kliniek heeft hij zijn verslaving overwonnen. “Mijn verslaving is een tragisch verhaal. Mijn vader raakte ooit betrokken bij een vete over landrechten in ons dorp. Hij werd gedood. Ik moest hem wreken. Om alerter te worden besloot ik opium te nemen, dat stelt de slaap uit. Ik wist me te wreken op de moordenaar van mijn vader. Omdat het om eerwraak ging, werd ik niet veroordeeld door de Taliban. Maar met mijn verslaving ging het van kwaad tot erger. Heel veel Afghanen verbouwen papaver en slaan dat op in hun huis. Ik had wel 100 kilo in huis, dus opium was altijd voorhanden. Mijn baan als automonteur raakte ik kwijt. Ik moest op het land gaan werken en leefde van de opbrengst van maïs, rijst en tarwe. Ik kreeg steeds meer last van woede-aanvallen. Met mijn vrouw had ik voortdurend ruzie en ik sloeg mijn jongste zoon van 5 lelijk op zijn hoofd.
Veertig dagen geleden was ik op de markt van Tarin Kowt. Daar ontmoette ik andere verslaafden die sandalen uit de moskee hadden gestolen en die te koop aanboden. Ik vond dat verschrikkelijk, ik haatte ze. Toen voelde ik heel sterk dat ik moest afkicken, en besloot ik me hier te melden.
Ik heb er geen spijt van gehad. De dokters controleren je elke dag, en ze hebben goede medicijnen om de ontwenningsverschijnselen te verzachten. Ik ben vast van plan mijn oude leven weer op te pakken en weer automonteur te worden. Mijn verslaafde vrienden roep ik op zich ook hier te melden.
Ik voel me sterk nu. Laatst kwam nog een vriend naar me toe: “Zullen we samen gebruiken?” Ik heb gezegd dat ik nooit meer zal beginnen, en het laatste restje papaver uit huis gesmeten heb.”

Beroepstrots
Fazil Mohammed (20) uit het district Ghizab is nog niet zo ver. Hij hoort tot de nieuwe lichting van vijf verslaafden en is bezig aan zijn ‘detox’. Hij rilt onder zijn deken. “Drie jaar geleden ben ik met drugs in aanraking gekomen. Ik trok met mijn vrienden de bergen in en probeerde daar hasjiesj en marihuana. Dat verschafte je gevoelens van geluk – maar wel kortstondig. Ik raakte pas echt verslaafd toen ik bij de politie in Kandahar ging werken. Verschillende politieagenten waren verslaafd en mijn chef had contacten met een opiumdealer. Mijn salaris bracht ik naar de markt om opium te kopen. In het begin ging dat best goed. Ik was heel erg scherp, had geen slaap nodig en voelde in de roes hitte noch kou. Zorgen had ik eigenlijk ook niet. Maar langzamerhand begon de verslaving mijn werk in de weg te zitten. Ik was de body guard van een hogere politiecommandant en hij vertrouwde me niet meer. Dus werd ik ontslagen, net als veel andere verslaafden. Vooral bij de politie in de afgelegen gebieden is verslaving een enorm probleem. Ze dragen geen uniform en hebben weinig beroepstrots. Ik schat dat negentig procent van hen verslaafd is.
Mijn familie wilde niks meer met me te maken hebben, toen ze doorkregen dat ik verslaafd was. Ik had geen geld en voelde me ellendig. Toen ik op de markt een behandelde persoon tegen kwam, zag ik dat iedereen respect voor hem had. Het gaf me de motivatie om ook om behandeling te vragen.
Gisteren was een hel, maar vandaag voel ik me al een stuk beter. Ik hoop dat ik weer toegelaten word tot het politie-trainingscentrum als ik afgekickt ben en daarna wil ik wil weer dienst doen voor mijn land. Ik mijd in ieder geval de politiebureaus waar verslaafden rondlopen.”
 
Vreemdeling
Ook voor de behandelende artsen is het leven in de kliniek bepaald geen pretje, verzekert de jonge dokter Mohammad Sadeq Restin (26). “Vijf maanden geleden ben ik vanuit Kabul hier gekomen. De reis was al een onderneming. Ik kwam over de weg van Kabul naar Kandahar. Daar moest ik een week wachten tot de weg veilig was. De Taliban of andere criminelen kidnappen graag dokters en vragen dan grif 50.000 dollar losgeld. Mijn familie zag het niet zitten dat ik hierheen ging. Maar het aanbod van dokters die Pashtu spreken, is niet groot, dus lag het voor de hand dat ik hier terecht zou komen.
Hier zit ik 24 uur per dag op de compound van de kliniek, dat is knap vervelend. Ik ken hier verder geen kip, en voor de mensen hier ben ik een vreemdeling omdat ik geen tulband draag, geen lange baard heb en een korter hemd dan zij. Als ik naar de winkel ga rekenen ze me belachelijk hoge prijzen omdat ze denken dat ik voor een buitenlandse organisatie werk. Je dokterssalaris is karig: zo’n 600 dollar, terwijl een ingenieur 2000 dollar vangt.
Hiervoor werkte ik met verslaafden in het noorden, in Mazar. Daar had je veel meer faciliteiten en kon ik computercursussen en Engelse les volgen. Dat heb je hier allemaal niet. De patiënten waren daar ook wat meer meegaand. De mensen hier zijn koppig, vaak analfabeet en snel gewelddadig. Iedereen heeft hier een wapen.
Ik heb een vierjarig contract met het Dutch Consortium Uruzgan getekend en daar sta ik nog steeds achter. Veel van mijn studiegenoten hebben hun heil gezocht in de VS of Europa. Maar ik vind dat ik in dienst van mijn volk moet werken. Als ik me niet voor deze mensen inzet, wie doet het dan?”

Hans Ariëns

Hans Ariëns is de adjunct-hoofdredacteur van OneWorld en was voor de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties