10 jaar na de tsunami zijn de wonden in Atjeh nog niet geheeld

25-12-2014 Bron: OneWorld
De kale kustlijn van Atjeh is weer begroeid en bebouwd. Foto: Wilma van der Maten
Stonden hulporganisaties tien jaar geleden allemaal in de rij na de tsunami, nu ebt de belangstelling weg. Er is niemand meer die de kinderen financieel wil steunen.
Achtergrond – 

Vanuit het vliegtuig lijken de nieuw gebouwde vierkante huisjes met ijzeren golfplaten langs Atjese kust net dobbelstenen met bovenop glinsterend glas. Eenmaal op de grond doet nog maar weinig herinneren aan de verwoestende tsunami van tien jaar geleden. Behalve de boot die als monument op het dak van een woonhuis is blijven liggen. Het noordelijkste deel van de provincie Atjeh is grotendeels herbouwd. De eerste slijtage slaat zelfs al weer toe. Verscheidene huizen verdienen een lik verf. Gaten zitten in de 'nieuwe' hoofdweg vanaf de hoofdstad Banda Atjeh naar de westelijke kuststad Meulaboh.

Maar de natuurramp mag dan al weer een decennia zijn geleden. De diepste wonden moeten nog steeds genezen. Want in de metershoge vloedgolven die ontstonden na de aardbeving in zee verdronken meer dan 170.000 Atjeeërs. Tientallen dorpen langs de kust tot diep in het binnenland werden compleet van de aardbodem weggespoeld. Een half miljoen mensen raakte dakloos.

Door de stress en al het verdriet ben ik zelf nooit aan een gezin toe gekomen

Atjeh - 10 jaar na de tsunami

Rosmidar overleefde de tsunami, maar verloor bijna haar hele familie.

"Ik heb alleen mijn zusje nog. De rest van de familie is overleden", vertelt een sombere Rosmidar (32) in het dorpje Peukan Bada. Vanuit haar huiskamer loop je zo het strand op dat aan een pittoreske baai tussen groene heuvels ligt ingeklemd. Ze was die bewuste Tweede Kerstdag in 2004 in het verderop gelegen Banda Atjeh waar ze naar school ging. Het bleek haar redding te zijn. De golven namen niet alleen haar familie mee. Van haar dorp was na de ramp totaal niets meer over. Zelfs de palmbomen werden de zee in getrokken. Een kale vlakte bleef achter met slechts de contouren van de moskee.

Burgeroorlog
Rosmidar zit nog midden in haar verwerkingsproces. In het ouderlijk herbouwde huis in Peukan Bada woont ze alleen. Ze is niet getrouwd. "Door de stress en al het verdriet ben ik zelf nooit aan een gezin toe gekomen." Ze had het wel graag gewild. Ze heeft te veel ellende meegemaakt in haar leven. Voor de tsunami was er een burgeroorlog in Atjeh. Rebellen van GAM, de Beweging voor een Vrij Atjeh, vochten toen al sinds 1976 voor onafhankelijkheid. Een vuile oorlog tussen het leger en de guerrilla's waar het volk klem tussen zat. Meer dan 10.000 burgers kwamen om. De ramp dwong de rebellen en de Indonesische regering aan de onderhandelingstafel. Er kwam een vredesakkoord. Maar nog steeds worden honderden mensen vermist.

Begraafplaats in Atjeh

Begraafplaats voor tsunami-slachtoffers.

"In ons dorp werd dagelijks geschoten. De meeste mannen waren een rebel. Jarenlang kon niemand naar zijn rijstveld uit angst ontvoerd of doodgeschoten te worden. De helft van mijn familie kwam in die tijd om. Mijn moeder stierf aan een gebroken hart. Daarna kwam de tsunami. Mijn oma, bij wie mijn zusje en ik inwoonden, verdronk. Toen hadden wij niemand meer." Rosmidar herbeleeft nog regelmatig de paniekgevoelens van destijds. "Mijn zusje en ik kwamen zielsalleen in een vluchtelingenkamp waar we maanden woonden. Ik vreesde dat we hier de rest van ons leven moesten blijven. Ik was zo bezorgd om mijn zusje. Hoe moest ze naar school?"

Pas twee jaar geleden durfde hij weer voor het eerst in zee te zwemmen

Rosmidar is niet de enige met een trauma. Veel Atjeeërs rouwen nog steeds om het verlies van hun dierbaren. In een massagraf in het havenstadje Ulee Lheue liggen de lichamen van meer dan 14.000 mensen begraven. Het zijn merendeel ouders. Ze waren te laat toen het water kwam. De golven grepen ze. Volgens een conservatieve schatting lieten zij 35.000 kinderen alleen achter. De weeshuizen zitten nog steeds vol.

10 jaar na de tsunami in Atjeh

Deni Augustin was vijf ten tijde van de tsunami.

Toch willen deze tieners graag uitstralen dat het goed gaat met ze. De muren van het weeshuis Yakesma in de rijstvelden buiten Banda Atjeh hangen vol met vrolijke kleurplaten met daarop afbeeldingen van het strand, wuivende palmen en heel veel blijde kinderen. "We willen verder met ons leven", zegt de 15-jarige Deni Augustin. Hij was vijf jaar toen hij met zijn vriendjes op die bewuste zondag op het strand aan het spelen was. "Eerst schudde de aarde, daarna kwamen de golven", weet hij nog. Zijn ouderlijke huis stond in het zwaarst getroffen gebied Lhoknga waar op de moskee na niets meer van over was. Pas twee jaar geleden durfde hij weer voor het eerst in zee te zwemmen.

10 jaar na de tsunami in Atjeh

Didi Irawan probeert nog steeds aan de werkelijkheid te ontsnappen.

Didi Irawan (14) zit met zijn boek in de bibliotheek te lezen. De kinderen noemen hem plagend 'boekenwurm'. Het is zijn manier om aan de werkelijkheid te ontsnappen. Hij was vier jaar toen hij zijn moeder voor het laatst zag. Ze deed de was achter het huis en schreeuwde tegen hem dat hij moest rennen. Hij lacht voortdurend heel zenuwachtig. Hij is aan een oog blind.

De moeder van de 17-jarige Ira Wahyni leeft nog. Nadat haar vader verdronk en zij alleen achterbleef, bracht ze haar kinderen naar het weeshuis. Veel weduwes konden niet meer voor hun kinderen zorgen. Ira heeft geen contact met haar. Haar moeder is te arm om een buskaartje te betalen. "Ik wil de wereld zien, een rijke zakenvrouw worden. Ik wil succes!", zegt Ira. Met een stralende lach probeert ze haar verdriet te verbergen.

Deze maand ontvangen we onze laatste vergoeding van de Rotary Club uit Canada en dan moeten we echt op eigen benen staan

10 jaar na de tsunami in Atjeh

Ira Wahyni werd door haar moeder naar een weeshuis gebracht.

Het is maar de vraag of Ira haar school kan afmaken om haar doel te bereiken. Directrice Alfia Tunner van het weeshuis Yakesma heeft slecht nieuws voor de kinderen. Voor de internationale donoren is de tsunami al weer te lang geleden. Stonden hulporganisaties tien jaar geleden allemaal in de rij en vochten ze zelfs om wie een school mocht opknappen, de belangstelling ebt weg. Er is niemand meer die de kinderen financieel wil steunen. "Deze maand ontvangen we onze laatste vergoeding van de Rotary Club uit Canada en dan moeten we echt op eigen benen staan."

Directrice Alfia probeert haar weeshuis zelfvoorzienend te maken. Ze ontwierp grote visvijvers in de tuin. De vis verkoopt ze op de markt. In het kliniekje op haar terrein vraagt ze aan de patiënten een kleine vergoeding. De sportzaal verhuurt ze aan universiteitsstudenten. Voor de deur staat haar restaurant. Het hoofdgebouw met een vergaderzaal kan door bedrijven tegen een vergoeding als trainingscentrum worden gebruikt. Alfia is met man en macht bezig haar weeshuis van de ondergang te redden.

Eigen boontjes doppen
Ze durft haar zestig kinderen nog niet te vertellen dat het voortbestaan van hun veilige haven op de tocht staat. "Want ik kan deze kinderen toch niet wegsturen. Waar moeten ze naar toe? De meesten hebben geen familie meer", klinkt het wanhopig. Van de Indonesische regering in Jakarta hoeven de wezen ook geen hulp te verwachten. Na de tsunami kreeg de opstandige provincie Atjeh vergaande autonomie. Jakarta vindt na tien jaar dat Atjeh haar eigen boontjes moet leren doppen.

10 jaar na de tsunami in Atjeh

Tien jaar na de tsunami staan de nieuwe huizen alweer op instorten.

Atjeh kreeg ruim 7 miljard dollar aan internationale hulpgelden. Alhoewel de bevolking dankbaar is met een dak boven het hoofd, zijn de klachten over de kwaliteit van de bouw ernstig en talrijk. Op sommige plekken bleven nieuwe dorpen leeg staan, nadat de aanleg van electriciteit en water uitbleef. Vissers zetten hun eigen hut aan de kust op. De woning in het nieuwe dorp lag te ver van de zee. Nog steeds heeft niet iedere visser een nieuwe boot gekregen om zijn eigen inkomen bijelkaar te scharrelen. Daken lekken, enkele huizen stortten al weer in. Atjeeërs vermoeden dat er op grote schaal corruptie is gepleegd. "Het zou goed zijn als de internationale gemeenschap ons blijft steunen. Atjeh staat er economisch niet goed voor. Er is ruim 10 % werkloosheid. Er is nauwelijks werkgelegenheid. We hebben investeringen nodig. Alsjeblieft, laat ons niet alleen", smeekt Rosmidar.

Cijfers verwoesting 2004 en wederopbouw 2014

  • 127.20 kwamen om het leven, 93.285 worden vermist
  • 139.195 huizen raakten vernield, 140.304 permanente huizen zijn herbouwd
  • 73.869 hectare landbouwgrond ging er aan, 69.979 hectare is weer hersteld
  • 13.828 boten waren onbruikbaar, 7.109 vissersboten zijn vervangen
  • 1.089 moskeeën stortten in, 3.781 zijn opnieuw gebouwd
  • 2.618 kilometer weg raakte vernield, 3.696 kilometer is aangelegd
  • 3.415 scholen moesten er aan geloven, iets meer dan de helft 1.759 is herbouwd
  • 1.927 onderwijzers vonden de dood, 39.663 nieuwe onderwijzers zijn getraind
  • 669 regeringsgebouwen liepen schade op, toch zijn er 300 nieuwe gebouwen bijgekomen
  • 517 klinieken spoelden door de tsunami weg, 1.115 klinieken, meer dan de helft, is nieuw
  • 119 bruggen gingen kapot, 363 bruggen zijn gebouwd

 
(Bron Agentschap voor Wederopbouw en Reconstructie van Atjeh)

Wilma van der Maten

Wilma van der Maten woont in Jakarta en werkt als freelance journalist voor...

Lees meer van deze auteur >

Reacties