‘We waren nog maar net begonnen’

01-06-2008
Door: Evert-Jan Quak
Bron: OneWorld

Op de smalle onverharde weg tussen het stadje Bafodia en districtshoofdstad Kabala in het uiterste noorden van Sierra Leone staat een auto stil met pech. De vier inzittenden lijken zich niet druk te maken. Het gaat om parlementslid Phillipson Kamara van het regerende All People's Congress (APC) met zijn gevolg. Met een brede glimlach stapt Kamara in de passerende jeep van het project Linking Relief, Rehabilitation and Development (LRRD) van Caritas, Cordaid en de Europese Unie.

Hij laat deze gelegenheid niet voorbijgaan om de loftrompet te steken over het LRRD-project. 'Deze mensen werken in de meest afgelegen gebieden waar niemand anders komt', zegt de Honorary MP. 'Door hun interventie hebben de mensen in mijn district weer een toekomst na de ellende die de burgeroorlog ons bracht.'

Hoewel Kamara gelijk heeft, zit zijn opmerking 'Alpha' dwars. Alpha is een ambitieuze jongeman die voor Caritas aan het LRRD-project werkte en liever onder zijn bijnaam genoemd wil worden. 'Phillipson Kamara heeft werkelijk niets voor zijn volk gedaan', legt hij uit. 'Al jarenlang representeert hij het Koinadugu-district in het nationale parlement door zijn tegenstanders te onderdrukken en door stemmen te kopen. Van het geld dat Kamara van de staat krijgt om in zijn district te investeren, komt niets aan, terwijl de ngo's het werk voor hem opknappen.'
 

Sierra Leone zonder Artsen Zonder Grenzen
Een van de grootste ziekenhuizen in Sierra Leone op tien kilometer van Bo wordt gerund door de Belgische tak van Artsen Zonder Grenzen. Tijdens en net na de oorlog waren ook Artsen Zonder Grenzen Nederland en Frankrijk in Sierra Leone actief met verschillende ziekenhuizen. Ze wilden als noodhulporganisaties eigenlijk de poorten al direct na de oorlog sluiten, maar door de hoeveelheid Liberiaanse vluchtelingen in de kampen in Sierra Leone besloten ze er te blijven. Dat gaf grote problemen... Lees verder >>>

 

 

 

 

 


Kwetsbaar
Het is een algemeen probleem in Sierra Leone. Het werk van een parlementslid komt neer op het lobbyen in Freetown voor projecten in het district, waarna de uitvoering terechtkomt bij bevriende partijen. Het meeste geld blijft aan de strijkstok hangen waardoor weinig overblijft om de projecten daadwerkelijk uit te voeren. Dat is niet het enige dat Alpha dwarszit. Het LRRD-project is na drie jaar beëindigd. Alpha: 'Voor mij is dat geen probleem. Ik red me wel. Maar voor de mensen in de regio is het te vroeg. Ik had het idee dat we nog maar net waren begonnen. Deze afgelegen gemeenschappen hebben nog steeds veel hulp nodig.'

In drie jaar tijd hebben drie coördinatoren met één jeep en chauffeur 42 verafgelegen dorpen in het Koinadugu-district weten te bevoorraden met koeien, geiten en zaden. Honderdtwintig personen hebben trainingen gegeven en vormen waterbeheercomités om de veertig gebouwde waterputten te onderhouden. En er wordt in samenwerking met het Ministerie van Landbouw en Voedselzekerheid via zogenaamde Farmers Field Schools geprobeerd de landbouwproductie te verbeteren.

Ook Richard Thanuke, een van de coördinatoren, kan zich moeilijk voorstellen dat het LRRD-project stopt. 'We hebben vorig jaar nog de prijs gekregen van beste ngo-project in Sierra Leone. We hebben ervoor gezorgd dat de ergste nood is verdwenen. De gemeenschappen hebben weer een toekomst. Maar ze zijn nog te kwetsbaar om nu onze rug naar ze toe te keren.' Thanuke zou graag bouwen aan voorraadschuren. 'Nu gaat bijna 40 procent van de voorraad verloren. Zonde van al het werk op het land en makkelijk op te lossen met een minimale investering', zegt hij. Bovendien zijn tegen de grens met Guinee nog tientallen dorpen die helemaal geen hulp hebben gehad. 'Die zouden we graag willen bedienen', zegt Thanuke.

Er is een kans dat het project een vervolg krijgt. Maar veel weet Thanuke daar niet van. 'In het districtkantoor van Caritas in Makeni weten ze dat wel', denkt Thanuke. Directeur van Caritas in Makeni is Philip Kabala. Hij zegt dat er nog volop wordt onderhandeld, maar dat voortgang een beslissing van de Europese Commissie en van de hoofdkantoren van Caritas en Cordaid is.

Groothandel
Will de Wolf is namens Cordaid verantwoordelijk voor het LRRD-project in het noorden van Sierra Leone. 'We hebben nu een overbruggingsproject goedgekeurd om de lopende zaken te onderhouden zonder investeringen. De tender voor het vervolgverhaal is al vijf keer uitgesteld door de Europese Commissie. Deze zou nu in mei gepland staan. Dat kan betekenen dat we in november aan de slag kunnen gaan als de projectaanvraag wordt goedgekeurd.'

Dan gaat het om graanschuurtjes op familieniveau, het verbeteren van de landbouwmethodes, het opzetten van een kredietschema voor boeren voor aanschaf van inputs, en opkooppunten per chiefdom. De Wolf: 'De boerengemeenschappen kunnen hun meeropbrengst dan direct verkopen aan de groothandel in Freetown. Hierdoor lopen ze de tussenhandelaar mis die de landbouwproducten voor een te lage prijs en op kredietbasis opkoopt.' Hij vervolgt: 'Als de boer weet dat hij goed geld kan verdienen aan zijn landbouwproducten, is hij sneller geneigd om zijn productie te verhogen. We zijn nu druk bezig om in alle dorpen surveys te houden om de huidige stand van productie in kaart te brengen en deze in het eindvoorstel op te nemen voor de Europese Commissie.'

De driepoot relief, rehabilitation en development dienen inhoudelijk op elkaar aan te sluiten, maar in tijd volgen ze elkaar niet op, legt De Wolf uit. 'Het probleem is dat grotere institutionele donoren als de Europese Commissie omwille van hun langzame interne bureaucratie geen continuïteit garanderen. Bovendien is "relief" bij de EU nu eenmaal een ander loket dan "development".' Kortom: het blijft lastig continuïteit te garanderen, nu de eerste programma's ten einde lopen.

 

 

 

 

Zaaigoed
Overal in Sierra Leone is dit het geval, het LRRD-project staat niet op zich. De totale officiële ontwikkelingshulp aan Sierra Leone schommelt al jaren tussen de 300 en 400 miljoen dollar per jaar. De noodhulp is wel langzaam teruggelopen van 110 miljoen dollar in 2001 naar 40 miljoen dollar in 2006. Per inwoner ontvangt Sierra Leone 60 dollar aan internationale hulp, veel meer dan het gemiddelde van 40 dollar voor de minst ontwikkelde landen.

Het is de vraag of dat zo blijft, want veel projecten zullen geen vervolg krijgen, denkt Sagestine L. Gandi, programmamanager van de lokale ngo CARD (Community Action for Rural Development). Een van de programma's van CARD liep in april af. ProFARM (Promoting Food Access Rights and Community Mobilization) was een grootschalig wederopbouwprogramma gericht op de agrarische bevolking in drie districten in het midden en oosten van Sierra Leone, dat medegefinancierd werd door CARE International.

In het ProFARM-gebied was tachtig procent van de dorpelingen gevlucht voor het oorlogsgeweld. De meeste vluchtelingen keerden drie jaar geleden terug. 'Toen ze in hun dorpen aankwamen, hadden ze niets. Geen zaaigoed of gereedschappen, laat staan geld', zegt Gandi. Dat geldt ook voor de dorpjes Jayahun en Salina, nabij het stadje Mano. Adama is door de vrouwen uit de dorpjes aangewezen als 'facilitator' en moet de vrouwen stimuleren landbouwkennis van de Farmers Field School op hun velden toe te passen. Daarvoor heeft ze een korte cursus gevolgd, net als Abu voor de mannen.

Adama en Abu leggen uit hoe ze in drie jaar tijd de rijstproductie op het voorbeeldveld hebben weten te verhogen. Met touwtjes en stokjes laten ze zien hoe ze de hoogte van de dijkjes bepalen en hoe het water het beste afgevoerd kan worden via kanaaltjes. 'We hebben nog steeds moeite om de juiste hoeveelheid water op de rijstvelden te houden zonder dat delen overstromen na grote regenval', zegt Adama. 'Maar we leren elk jaar. We produceren steeds meer rijst, zodat we meer zaden hebben om onze productie ook elders uit te breiden.'

Beloften
De meeropbrengst wordt op de lokale markt verkocht. Vroeger betekende dat een lange reis naar de steden Bo en Moyamba, maar sinds eind januari is nabij Mano op een kruispunt van drie regionale wegen een wekelijkse markt geopend met overnachtingsfaciliteiten. Hoewel de markt nog amper twee maanden geleden is geopend, is het al aardig druk. De boeren verkopen palmolie, rijst en cassave. Maar er wordt ook gehandeld in kleding, horloges en hangmatten. 'Een hoopvol begin', vindt Gandi. 'Met mond-op-mondreclame kan deze markt nog veel belangrijker worden voor de regio.'

Maar hoe moet het nu verder nu ProFARM is geëindigd? 'De continuïteit moet worden gegarandeerd vanuit de District Councils en het ministerie van Landbouw', zegt Gandi. 'Zij zijn vanaf het begin betrokken geweest bij het programma om het later over te nemen. We zitten nu in de overgangsperiode waarbij wij ons langzaam terug zullen trekken. Het zal voor de boeren betekenen dat ze wel hulp kunnen blijven ontvangen, maar via een ander kanaal.'

CARD werkt nu aan zogenaamde decentralisatieprojecten om de stem vanuit de verafgelegen dorpen beter door te laten klinken in de drie District Councils waar ProFARM werkte. Gandi: 'Het is lastig, maar er is een begin gemaakt om de structuur van de besluitvorming aan te passen. De regionale overheid luistert steeds beter, alleen de boeren moeten leren zelf actief met plannen te komen.' En dat is een hele opgave, geeft hij toe. De boeren zijn ongeschoold en laten zich te makkelijk afschepen met valse beloften. 'Daarom bieden we alfabetiseringscursussen aan en richten we ons op de empowerment van de gemeenschap.'

Dat wederopbouwprogramma's aflopen en plaatsmaken voor ontwikkelingshulp, vindt Gandi een logische stap. Maar hij vindt het moeilijk om de scheidslijn tussen de twee te bepalen. 'De boeren hier hebben nog zoveel hulp nodig. Vroeger werkten ze op het land met werktuigen, nu moeten ze alles met de hand doen.' Hij heeft het gevoel dat de internationale ngo's teveel nadruk leggen op empowerment 'terwijl ze vergeten dat we pas een klein begin hebben gemaakt met de werkelijke wederopbouw. Het is moeilijker geld te reserveren voor eenvoudige gereedschappen en kleine landbouwmachines dan voor empowerment van de gemeenschappen.'

Reacties