‘We kunnen de zaak veranderen’

18-09-2014
Door: Agriterra
Bron: Agriterra
Boerenbelangen wereldwijd – 

Zijn dankbaarheid jegens Agriterra grenst aan het grenzeloze. Als vakkundig lobbyist weet hij dat hij niet zuinig moet omspringen met loftuitingen en erkentelijkheden. Toch meent Justus Monda uit Kenia oprecht dat de Summerschool in Nederland een doorbraak kan betekenen voor de pyrethrumsector in Kenia.

Samen met 20 collega's uit 13 landen was Monda in Nederland op uitnodiging van Agriterra. Allemaal leden van belangenbehartigingsorganisaties op landelijk, nationaal of regionaal niveau. Voormannen, trainers, managers, beleids- of communicatiespecialisten, maar allemaal lobbyisten.

Zoals Maliyasasa Syalembereka uit Congo die onder de indruk was van het niveau van de beleidsmakers in Nederland en in Brussel. Vooral het bezoek aan het Europarlement had indruk op hem gemaakt. "Het Europese beleid is ontzettend ingewikkeld, dus organisaties hebben sterke leiders en lobbyisten nodig."
Boureima Dodo heeft veel van zijn collega's geleerd. "Zij lopen ongeveer tegen dezelfde problemen aan, dus is het interessant om te horen hoe zij daarmee omgaan."

De trip naar Brussel was ook voor hem een belangrijke eyeopener. Het mag dan een ingewikkeld instituut zijn, maar er liggen wel programma's en subsidies waar zijn organisatie in Niger ook voor in aanmerking kan komen. Als hij straks thuis is, is er werk aan de winkel. Want hij zal met gedegen voorstellen over de brug moeten komen, zo heeft hij gezien.

Ze kregen nogal wat theoretische kost voor hun kiezen. Belangenbehartiging en lobbyen is een ingewikkeld proces waarbij tal van invalshoeken, technieken, actoren en factoren komen kijken. Enkele jaren geleden heeft Agriterra daarom een methode ontwikkeld. Een stappenplan waarbij al deze factoren stelselmatig aan bod komen.
FACT heet dat instrument; Farmers Advocacy Consulting Tool. Een systematiek om tot goede voorstellen en een gedegen lobby te komen, legt Niek Thijssen, relatiebeheerder bij Agriterra uit. FACT kan onder andere gebruikt worden landbouwinvesteringen te beinvloeden van nationaal niveau tot boerderijniveau.

Maar het instrument is nog niet compleet. "Voor ons is het ook een leerproces", erkent Thijssen. "Het is erg belangrijk om vanuit de boerenorganisaties zelf te horen welke elementen er verbetering nodig hebben." En er zijn specifieke onderdelen waar trainingen voor ontwikkeld kunnen worden, zoals het schrijven van projectvoorstellen, het echte lobbywerk of het benaderen van de media.

Ireneo Cerilla heeft deze week in elk geval genoeg geleerd. Al meer dan twintig jaar strijd zijn Filipijnse boerenorganisatie voor het onrechtmatig gebruik van gelden die bedoeld waren voor 2,3 miljoen kleinschalige cocosnootboeren. Tijdens deze week heeft hij een voorstel geschreven dat weleens een doorbraak kan betekenen.
En de 20.000 kleine Nepalese theeproducenten kunnen ook goed nieuws verwachten. Al jaren worden ze door de banken op de hielen gezeten om een lening terug te betalen, terwijl daar maar 10 procent van het uitstaande geld zit. 90 procent zit bij enkele grote verwerkende partijen. "We hebben nu een voorstel waarmee we de banken kunnen dwingen inzage te geven in hun cijfers", vertelt Rabin Rai van de Central Tea Cooperative Federation.

En Justus Monda uit Kenia? Hij heeft tijdens dit bezoek in Nederland en Europa en tijdens de gesprekken met collega's maar weer eens gezien dat er landen zijn waar de landbouw steun krijgt van de overheid. In Kenia is dat niet zo. "Daar hebben ze andere prioriteiten", weet de voorzitter van de Pyrethrum Growers Association (PGA).
"We hebben nu nieuwe kennis, nieuwe technieken en ervaringen opgedaan om de aandacht van de overheid op de landbouw te vestigen. Het kan echt veranderen. Niet van vandaag op morgen. Het is een proces. Maar het kan!"

Marc van der Sterren
Farming Africa

Reacties