Een leven lang met je oude spijkerbroek

13-08-2015
Door: Evita Bruin
Bron: OneWorld
"Natuurlijk kan iedereen wat ik doe, ik heb er geen opleiding voor gevolgd"
Haar lievelingskleur is blauw en daar kun je niet omheen als je haar huiskamer binnenstapt. De Amsterdamse Lizzie Kroeze (25) doet alles met oude spijkerstof: repareren, hergebruiken en pimpen. "Ik koop nooit nieuwe kleding."
Interview – 

De blauwe wereld van denim vult je gezichtsveld. In de kamer staat een tweedehands houten bank met daarop een kleed dat is gemaakt van oude lappen stof. Aan de muur hangt een gerepareerd en gepimpt spijkerjasje. Als ware kunstwerken vullen ze de kamer. Maar kan iedereen zulke dingen maken? "Natuurlijk", zegt Kroeze stellig. "Ik heb er geen opleiding voor gevolgd. Het is niet zo moeilijk, je moet er alleen de tijd en het geduld voor hebben. Gewoon uitproberen, op mijn eerste handwerk was ik ook niet trots."

Fast fashion en water = Sta Droog!

In kleding zit veel water verwerkt, door met name de onduurzame katoenteelt en het verfproces. Zo 'kost' een katoenen T-shirt 2700 liter water en een spijkerbroek 8000. De productie vindt veelal plaats in landen waar zoet water schaars is, zoals India en China. Door het ontrekken van water uit de bodem en het gebruik van chemicaliën, zakt de waterstand en raakt grondwater vervuild. Lees hier meer over de watervoetafdruk. Zondag 23 augustus vond het spetterende Wet & Wild Water Fight plaats als start zijn van de Sta Droog! Challenge. Koop zelf een maand lang geen nieuwe kleding en draag bij aan waterbesparing in de kledingindustrie.

Mode is niets
Kroeze mag dan bekend staan als modeontwerper, met het concept van mode heeft ze niets. "Het grootste deel van de mode-industrie is zo akelig en slaat uiteindelijk nergens op. Mode is eigenlijk niets, het doet niets voor de wereld. Kleding hebben we nodig, mode is luxe. Het is iets waarvan we bedacht hebben dat het belangrijk is. Het speelt zo’n grote rol in de wereldeconomie, maar ook in ons persoonlijke leven. Ik hou niet van de druk die de mode-industrie oplegt om constant nieuwe kleding te kopen."

Traditionele technieken en tweedehands stoffen
In plaats van nieuwe kleding te ontwerpen, blaast Kroeze daarom afgedankte broeken en overhemden nieuw leven in. In oktober 2013 kwam hier haar eigen label uit voort, Facing West. Haar brood verdient ze er nog niet mee. Dat is naar eigen zeggen moeilijk, omdat ze alles met de hand doet. Inspiratie haalt ze uit werkkleding van vissers en boeren en traditionele technieken uit verschillende landen om kleding te versterken, te behouden en te hergebruiken, zoals het Amerikaanse quilten en patchwork.

Lizzie Kroeze met haar zelfgemaakte patchwork

Ze pakt een zelfgemaakt plaid van de bank en laat ‘m zien. "Dit patchwork is gemaakt van oude overhemden. Op deze manier hergebruik je grondstoffen net zo lang tot ze op zijn. Erg zuinig en efficiënt." Bij patchwork worden gebruikte stoffen aan elkaar gezet tot een groter geheel, dat kan een kledingstuk zijn, maar ook een deken. De stoffen worden in stroken geknipt en aan elkaar genaaid. Vervolgens worden er voor de achterkant grote stukken stof aan elkaar genaaid. Tussen de lappen stof komt een voering om te zorgen voor een warmere deken. Ten slotte worden de drie lagen, om te voorkomen dat deze gaan schuiven, gequilt. Dit betekent dat de lagen door kleine rijgsteekjes worden doorgestoken.

Kleding weggooien is not done bij Kroeze, de lampenkap boven de tafel is gemaakt van antieke Japanse stoffen en op het balkon staat een versleten stoel die in de toekomst een nieuw jasje krijgt, van oude lappen stof. "Gaten in kleding maak ik meestal door er een stuk stof te zetten, zoals bij deze broek. Daarna heb ik ‘m nog steviger gemaakt met de traditionele Japanse sashiko stiktechniek. In Japan en India wordt dit gebruikt om de stof te versterken en te versieren. Je kleding krijgt meteen ook een nieuwe look."

Mode is niets, het doet niets voor de wereld

Vooral kleding die functioneel bedoeld is, zoals visserskleding, valt bij Kroeze in de smaak. "Ik vind het belangrijk dat kleren van goede kwaliteit zijn en dat je er eigenlijk je hele leven mee kan doen. Het moet ook een tijdloos ontwerp zijn, want anders draag je het niet lang. Dat is ook een belangrijk onderdeel van waarom ik vind dat je je kleding moet kunnen repareren." Ze pakt een spijkerbroek van vijftig jaar oud uit de kast. Aan de buitenkant zie je niet hoe oud hij is, maar de muffe geur verraadt dat dit een broek is die al lang meegaat. "Bij deze broek zie je een combinatie van mijn eigen reparaties, die wat subtieler zijn en de reparaties van de vorige eigenaar, die een naaimachine heeft gebruikt om de stof te versterken."

 

De "blauwe" kledingkast van Lizzie Kroeze

Volle kledingkast
Maar waar komen al die stoffen dan vandaan en hoe komt die kledingkast zo vol? Kroeze heeft een verzameling kleding waar menig vrouw van zou watertanden. "Ik koop sowieso nooit nieuwe kleding, maar ik winkel wel. Ik ga naar vintagewinkels, kringloopwinkels en antiekmarkten, ik koop online en altijd als ik in een nieuwe stad ben, zoek ik eerst naar tweedehands kledingwinkels. In Amsterdam ga ik vaak naar Episode en Zipper, maar ik ga ook graag naar de IJ-Hallen op de Amsterdamse NDSM-werf."

Genoeg mogelijkheden dus om kleding te kopen, zonder grondstoffen te verspillen. Door al deze mogelijkheden is het volgens de ontwerper helemaal niet nodig om nieuwe kleding te kopen, er is genoeg. "Ik hoop dat ik anderen inspireer, dat ze minder kleren kopen en meer zelf maken of repareren. Je bespaart dan niet alleen op grondstoffen, maar het is ook heel ontspannen. Je kunt prachtige resultaten behalen als je bereid bent even stil te zitten en knutselt."

En als je dan toch een nieuwe jeans wilt kopen, koop dan:

Een broek zonder stretch en van 100 procent katoen, deze gaan al een stuk langer mee. Hogere denim zorgt er ook voor dat je de broek langer kunt dragen, je kunt dit zien aan het aantal ounce (oz.). Veel winkels bieden momenteel broeken aan met denim tussen de 9 en 11 oz., deze broeken vallen in de lichtste denimcategorie. Ze zitten het lekkerst, maar gaan het snelst kapot. Spijkerbroeken in de midden categorie (12 tot 16 oz.) zijn vrij stijf en ruw en voelen niet lekker aan, maar gaan een stuk langer mee. Bovendien is de broek lekker warm in de winter. Ten slotte zijn er spijkerbroeken met denim tussen de 16 tot 32 oz. Broeken met zulk zware denim zitten in het begin verschrikkelijk, maar gaan vaak een leven lang mee. 

Evita Bruin

Evita Bruin is stagiair bij OneWorld. Ze volgt de studie Journalistiek aan de...

Lees meer van deze auteur >

Reacties