Het water staat de inwoners van Jakarta tot de lippen

31-08-2016
Door: Veerle Boekestijn
Bron: OneWorld
medium grootte overstroming sloppenwijk Jakarta
Een middelgrote overstroming in de sloppenwijk waar Roanne van Voorst woonde. Beeld: Roanne van Voorst
Interview – 

Jakarta wordt regelmatig geteisterd door hevige overstromingen. Antropologe Roanne van Voorst leefde een jaar lang in een van de armste sloppenwijken van Jakarta om te weten hoe het is om met een constante waterdreiging te leven. 

 

 

Hoe kwam je in de sloppenwijk terecht?
"Ik werd bij elke sloppenwijk beleefd weggestuurd, dus ik begon redelijk moedeloos te worden. Toen raakte ik aan de praat met een straatmuzikant, Tikus. Ik vertelde dat ik geïnteresseerd was in overstromingen. Hij zei ‘daar is echt niets boeiends aan, die hebben wij in de rivierbedding constant’. Toen dacht ik: jou moet ik hebben! Die avond mocht ik met hem mee, en dankzij hem kon ik daar gaan wonen."

Rivierbedding Jakarta

Foto: Sloppenwijk waar Roanne van Voorst woonde. Bron: Roanne van Voorst

En kon je daarna gewoon op zoek naar een leegstaand huisje?
"Nee, Tikus ging voor mij zoeken naar een huurhuisje. Even later kwam hij bij me terug, toen zei hij: ‘Ik heb iets voor je gevonden’. Dat was het huis van een vrouw die Aki heet. Ik moest haar een jaar huur vooruit betalen. Van dat geld heeft zij een nieuw huis bovenop het mijne gebouwd. Zodra er een overstroming was, dan klom ik naar haar etage."


Ziet de Indonesische overheid de noodzaak van de problemen?

Sloppenwijk Roanne

Foto: Sloppenwijk waar Roanne van Voorst woonde. Bron: Roanne van Voorst

"Ja, absoluut. De grootste overstromingen komen ongeveer eens per 5 jaar voor en creëren een enorme economische schade voor de stad en de overheid. In de sloppenwijken, die overstromingsgevoeliger zijn dan de rest van de stad door hun locatie, is de schade ook enorm: huizen storten in of raken zwaar beschadigd, mensen worden ziek van het vervuilde water, of zien al hun spullen wegdrijven. Op die manier houden overstromingen de armoede dus in stand. Tegelijkertijd zijn de sloppenwijken ook onderdeel van het probleem: omdat er zoveel mensen wonen op de rivierbeddingen, blijft er weinig ruimte voor het water – dat maakt overstromingen erger.

De overheid heeft nu een plan om de rivieren te verbreden. Het idee is dat er op die manier meer ruimte komt voor het water, waardoor wijken wat minder vaak overlopen. Dat klopt wel, maar dan blijft er ook minder ruimte voor deze mensen. De staat probeert wel goed te doen voor de stad, maar niet per se voor de aller armste bewoners, en dat is tragisch."

Kunnen buitenlandse hulporganisaties nog iets doen?
"Dat is lastig. Het Rode Kruis doet bijvoorbeeld best veel goede dingen. Ze delen reddingsvesten uit bij overstromingen en geven educatie over hoe je jezelf kunt redden of veiligstellen. Maar dat doen ze alleen in de iets betere sloppenwijken, die door de overheid ook echt een beetje erkend worden. Op de echte illegale plekken mogen de organisaties niet helpen. Dan zegt de Indonesische overheid namelijk dat je daarmee het bestaan van sloppenwijken promoot. De wijk waar ik woonde was één van de armste en gevaarlijkste. Daar was helemaal geen hulp van buitenlandse organisaties."

Kregen zij ook niet via andere kanalen een beetje hulp?
"Bij de allergrootste overstromgingen was er wel wat hulp vanuit de overheid of de moskee, die zetten dan een evacuatietent op. Maar dan moet je je voorstellen dat het water echt tot je kin staat, weken lang. Dan had de rest van de stad er ook last van. Bij kleinere overstromingen, waar de rest van de stad geen last van heeft, moesten de sloppenwijkbewoners het zelf zien te redden."

Foto: Overstroming in een sloppenwijk Jakarta. Bron: Bunga Sirait FlickrFoto: Overstroming in een sloppenwijk Jakarta. Bron: Bunga Sirait, Flickr


Is de hulp, wanneer die wel geboden wordt, effectief?
"Nee: de paar keer dat ik zag dat er werd geholpen, bestond die hulp voornamelijk uit informatie verstrekken over waarom je uit je huis moet tijdens een overstroming. Maar dat doet bijna niemand, bij mij in de wijk ging slechts zo’n 20 procent van de mensen naar de evacuatietent enkele kilometers verderop. De rest blijft bovenop hun huisjes zitten. Dus zelfs als een organisatie een evacuatietent neerzet, dan zie je dat die bijna leeg blijft. De verklaring van de organisaties voor de beslissing van sloppenwijkbewoners om niet te evacueren, is: 'mensen zijn dom, ze snappen niet dat er instortingsgevaar van je huis bestaat. Ze snappen niet dat je ziek kan worden van dat water, dus we gaan dat aan ze uitleggen'. Maar de mensen in mijn sloppenwijk wisten heel goed welk risico ze nemen door te blijven.

Zelfs als een hulporganisatie een evacuatietent op zet, dan zie je dat die bijna leeg blijft

Alleen: ze wantrouwen die hulpgevers, omdat die samenwerken met de overheid, en van de overheid weten ze dat die staan te popelen om hun wijk plat te bulldozeren. Dus hun beredenering is ‘ja ok, misschien word ik ziek als ik hier blijf, maar als ik weg ga dan komen de bulldozers van de overheid.’ Voor de meeste mensen was dat laatste risico nog groter, dan overstromingen. Zij werken namelijk bijna allemaal in hun huis. Als ze hun huis kwijt raken, dan zijn ze dus ook hun inkomensbron kwijt; alles, hun hele leven. Ik denk dat als organisaties hun hulp effectiever willen maken, als je doel echt is om ze uit die huizen te krijgen om ze veilig te laten zijn, je hen de belofte moet doen dat ze in de tussentijd niet hun huisjes kwijt raken. En dan zorgen dat je die belofte nakomt, natuurlijk."

Helpen de bewoners elkaar?
"Ja, ze hebben heel veel eigen strategieën ontwikkeld om zichzelf en hun bezittingen tijdens overstromingen veilig te stellen. Een stuk of acht mensen in de sloppenwijk heeft bijvoorbeeld een walkietalkie gekocht. Daarmee konden ze de sluiswachters afluisteren die communiceren over de stand van het water. Zodra het boven een bepaalde hoogte kwam, dan wisten de sloppenwijkbewoners dat ze voorbereidingsmaatregelen moesten treffen.

Ladder jakartaFoto: zelfgemaakte ladders. Bron: Roanne van Voorst

Spullen opbergen hoog JakartaFoto: spullen op hoge plekken in huis opgeborgen. Bron: Roanne van Voorst

Daarnaast plastificeerden veel mensen belangrijke documenten als geboorteaktes en trouwaktes zodat die niet door het water zouden worden beschadigd. En ze hadden zelfgemaakte ladders waarmee ze op hun huis konden klimmen, om op de daken te zitten."

Lost dat uiteindelijk de problemen op?
"Tot op zekere hoogte. Ze waren heel georganiseerd. Maar klimaatverandering, die zorgt voor een stijgende zeespiegel en hevige regeval, infrastructurele problemen en een zakkende bodem zorgen ervoor dat de overstromingen in Jakarta steeds heftiger worden. Daardoor volstaat het hulpsysteem, dat de vorige keer misschien nét voldoende was, nu niet meer. De tweede etage die je op je dak bouwde en die vorig jaar nog droog bleef, werd nu bijvoorbeeld nat. Dus eigenlijk hadden ze wel degelijk hulp van buitenaf nodig. Maar mensen wantrouwden die overheid-gerelateerde hulpinstanties zo, dat ze er niet om vroegen.

Interessant genoeg gebruikt de overheid dat idee van ‘we redden het zelf wel’ ondertussen vaak als een rechtvaardiging om helemaal geen hulp te bieden. Overheidsambtenaren zeiden tijdens interviews vaak dingen als ‘oh, maar die mensen hebben helemaal geen hulp nodig. Zij hebben hun eigen strategieën! Heb je het niet gehoord? Zij hebben een soort walkietalkie systeem!’ Dat is natuurlijk heel krom. Mensen zijn slachtoffer van hoe zo’n stad is ingedeeld, zoeken uit nood naar oplossingen die deels werken, en vervolgens hoef je als staat geen hulp te bieden omdat ze het zelf al enigszins hebben opgelost."

De Beste Plek Ter Wereld

Roanne van Voorst promoveerde cum laude op haar onderzoek naar overstromingen in Jakarta aan de Universiteit van Amsterdam, en publiceerde daarover verschillende academische artikelen en een boek, dat dit jaar uitkwam bij Routledge. Over haar persoonlijke ervaringen in de sloppenwijk schreef ze daarnaast nog het ontroerende, luchtige en geestige boek De Beste Plek Ter WereldInmiddels is ze werkzaam als postdoc bij het International Institute for Social Studies in Den Haag, waar ze werkt aan een onderzoek over humanitaire hulp bij rampen en conflict. 

Reacties