De opkomst van de waterbaron

02-05-2016 Bron: OneWorld
Water de nieuwe olie
Foto: Flickr/Mike Poresky
De wereldwijde vraag naar drinkbaar water wordt met het jaar groter, terwijl het aanbod relatief stabiel blijft. Grootbanken en multimiljonairs slaan daar een slaatje uit door zoetwatervoorraden op te kopen en massaal te investeren in waterinfrastructuur en nutsvoorzieningen. Is water de nieuwe olie?
Achtergrond – 

Op het Wereld Economisch Forum in Davos werd in 2014 een lijst gepubliceerd met de tien belangrijkste mondiale risico’s voor de toekomst. Watertekort stond er na financiële crisissen en een structurele hoge werkloosheid op de derde plaats, vóór bekendere uitdagingen als klimaatverandering en voedseltekorten.

Los van het feit dat waterconflicten in vergelijking met de andere risico’s relatief onderbelicht blijven, staat buiten kijf dat er met zoetwatervoorraden goed geld te verdienen valt als de machtige financiële elite zich in de discussie mengt. Drinkbaar water is immers een basisbehoefte voor de steeds groter wordende wereldbevolking. Daartegenover staat de economische wetmatigheid dat de prijs van een goed de hoogte inschiet naarmate het schaarser wordt.

aquafier in zuid-amerika
De Guarani Aquifier in Paraguay. Wat is een aquafier? Zie kader. Foto: Wikimedia

Dit weerspiegelt zich in het investeringsgedrag van verschillende multimiljonairs. De familie van de voormalige Amerikaanse president George H.W. Bush kocht in 2005 en 2006 meer dan 1.200 km2 land op in Paraguay waarvan geweten is dat de grootste grondwatervoorraad ter wereld zich eronder bevindt, de Guarani Aquifer (zie kaart links).

Ook de Amerikaanse zakenman T. Boone Pickens, die zijn rijkdom vergaarde in de olie- en gasindustrie, werpt zich sinds de eeuwwisseling op als een nieuwe waterbaron. Hij bezit voldoende rechten om jaarlijks een kwart miljoen kubieke meter water (= kwart miljard liter) op te pompen uit de Ogallala Aquifer. Deze grondwatervoorraad spreidt zich uit op het grondgebied van acht zuidelijke Amerikaanse staten. Geen enkel ander individu heeft meer waterrechten in zijn portefeuille dan deze Amerikaan.

Wat is een aquifier?Een aquifer is een term voor een watervoerende bodemlaag van zand of poreus gesteente, doorgaans op 25 à 100 meter diepte. Met watervoerend wordt bedoeld dat de laag water kan bevatten en dat het water er (enigszins) door kan stromen. Een aquifer is geen ondergronds meer maar het water bevindt zich in het 'gesteente' van deze aardlaag. Het water treedt door regen, rivieren, ondergrondse stromen e.d. de laag binnen totdat de aquifer verzadigd is van water (alle lucht is er uit). 

Vergunningensysteem

Een laakbare praktijk, vindt Marc Despiegelaere van Protos, een Belgische organisatie die opkomt voor duurzaam waterbeheer wereldwijd. “Wij beschouwen zoet water als een gemeenschapsgoed dat in publieke handen moet blijven én ook publiek beheerd moet worden”, zegt hij. “Wij zijn dan ook absoluut gekant tegen de verkoop van waterrechten aan privépersonen of -instellingen.”

Zoetwatervoorraden blijven in de meeste landen in de meeste gevallen in handen van de overheid. In Europa wordt veelal met een vergunningensysteem gewerkt, waarbij uitbaters worden aangeduid om water in bepaalde gebieden te distribueren. In het Verenigd Koninkrijk is er wel sprake van een ver doorgedreven privatisering, maar daar is dan weer een streng controleorgaan actief dat ontsporingen moet tegengaan. Dit orgaan mist evenwel soms de slagkracht om het financiële wedervaren van de waterbedrijven grondig op te volgen. Maar alleen in enkele Amerikaanse staten en Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse landen kunnen watervoorraden worden opgekocht.

Oorlogskas

Naast het opkopen van waterrechten is er ook een andere manier om aan belang te winnen in de watersector. Megabanken, grote investeringsmaatschappijen en verschillende Aziatische tycoons, zoals Manuel Pangilinan uit de Filippijnen en Li Ka-shin uit Hong Kong, steken excessieve bedragen in de uitbouw van nutsvoorzieningen voor waterdistributie en de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Volgens Global Research investeerde Goldman Sachs tussen 2006 en 2012 liefst 9 miljard euro in infrastructuurwerken. The New York Times berichtte in 2008 al over een oorlogskas van meer dan 220 miljard euro waarover vijf grote investeringsmaatschappijen (waaronder Morgan Stanley en Credit Suisse) beschikken voor allerhande aan water gerelateerde projecten. Dit geld gaat naar de bouw van ontziltinginstallaties en andere infrastructuurwerken, maar ook naar de ontwikkeling van nieuwe waterzuiveringstechnologieën en irrigatietechnieken.

‘Investeringen onmisbaar’

Op grote schaal bouwen de investeringsbanken zo hun belang op in de waterindustrie, net op het moment dat de wereld op een keerpunt staat om aan haar watervoorziening te blijven voldoen. Tussen nu en 2030 zal de mondiale vraag naar drinkbaar water met maar liefst 75 procent stijgen van 4.000 naar 7.000 kubieke kilometer per jaar. Dit komt overeen met een toename ter grootte van het watervolume in het Afrikaanse Victoriameer – het tweede grootste meer ter wereld. Deze spectaculaire stijging is enerzijds te verklaren door de groeiende wereldbevolking en anderzijds door de vaststelling dat een beter ontwikkeld land per inwoner meer water vereist dan minder ontwikkelde landen.

Volgens een rapport van de Water Resources Group zullen nieuwe zoetwatervoorraden aan amper een vijfde van die toename voldoen. Nog een vijfde zal gecompenseerd kunnen worden door efficiënter watergebruik. Hoe de overige 60 procent moet worden ingevuld, is vooralsnog niet duidelijk. Juist daarom zijn de investeringen van de grootbanken zo belangrijk.

Waterstress is vooral heel lokale problematiek. Zuinig waterverbruik in Nederland en Vlaanderen lost het watertekort in Zuid-Afrika niet op

“Onderzoek naar en ontwikkeling van nieuwe technologieën voor de zuivering en behandeling van zoetwater in bedrijven en aan universiteiten is duur en tegelijkertijd ook broodnodig”, zegt Despiegelaere. “Deze instellingen, en de banken die ze van kapitaal voorzien, zijn dus onmisbaar om op termijn aan de stijgende vraag naar drinkbaar water te kunnen voldoen.”

Dat de investeerders op die manier geld verdienen aan een primaire behoefte als water, vindt hij dan ook aanvaardbaar. Despiegelaere: “Waterstress is vooral een heel lokale problematiek. Zuinig waterverbruik in Nederland of Vlaanderen lost het watertekort in Zuid-Afrika niet op. Daarom is de enige juiste oplossing dat iedereen die afhankelijk is van dezelfde watervoorraden rond tafel gaat zitten, kijkt naar wat de noden zijn en met behulp van de juiste technologieën de voorraad en distributie optimaliseert.”

Water is geen olie

Dat er in de toekomst meer waterconflicten zullen ontstaan, lijkt onvermijdelijk. Nu al ruziën Ethiopië en Egypte openlijk over de bouw van een waterkrachtcentrale op Ethiopisch grondgebied, de Grand Ethiopian Renaissance Dam, omdat Egypte vreest voor zijn eigen waterbevoorrading.

Een belangrijk verschil met olievoorraden is de korte duur van de watercyclus: via neerslag komt verdampt oppervlaktewater na verloop van tijd weer terug op aarde. De zoetwatervoorraden worden permanent vernieuwd en zullen dus ook niet uitgeput geraken, wat wel met olie het geval is.

Door efficiënt en zuinig waterverbruik enerzijds en een verbod op de verkoop van waterrechten anderzijds schieten we al een heel eind op. Via wetgeving moet ten slotte paal en perk gesteld worden aan de opkoop- en handelsactiviteiten van de waterbaronnen. 

Len Buggenhout

Len Buggenhout (1987) is een Vlaams journalist.

Lees meer van deze auteur >

Reacties