Wapenstilstand voor Atjeh is zwak lichtpuntje

17-05-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

Met de ondertekening op 12 mei in Geneve van een staakt-het-vuren van drie maanden tussen de regering en opstandelingen, lijkt een eerste stap te zijn gezet naar de beëindiging van het bloedige conflict in de meest noord-westelijke provincie van Indonesië.

Een conflict dat de laatste tien jaar aan zeker 5000 mensen het leven heeft gekost. Vooral het leger is schuldig bevonden aan grove mensenrechtenschendingen en de dood en marteling van duizenden burgers. Ook na de val van Suharto is het geweld doorgegaan. Dit jaar zijn rond de 350 slachtoffers door geweld om het leven gekomen.

Politieke moed
`Een echte daad van politieke moed van beide kanten.’ Aldus betitelde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, de ondertekening tijdens een ontmoeting op 15 mei met haar Indonesische collega Alwi Shihab.

‘De beste kans sinds 24 jaar om een conflict te beëindigen dat diep lijden heeft teweeggebracht en duizenden het leven heeft gekost’. Albright kondigde in Washington aan dat de VS humanitaire hulp zal schenken aan de provincie Atjeh. Zij drong er bij andere donorlanden op aan eveneens hulp te bieden ‘zodat we een omgeving kunnen scheppen waarin deze humanitaire pauze in blijvende vrede verandert’.

Maar de vraag is of vrede binnen afzienbare tijd echt in zicht is.

Veelbetekend is dat president Wahid het akkoord van Geneve geen wapenstilstand wenste te noemen omdat dat ‘een gelijkwaardige status voor beide kanten zou inhouden’. Beide partijen hebben uiteenlopende oogmerken. De regering in Jakarta blijft er op hameren dat ze het gas- en olierijke Atjeh als onlosmakelijk onderdeel van Indonesië blijft zien.
Wantrouwen tegen Jakarta
Vrij algemeen heerst in Atjeh het – terechte - gevoel dat de opbrengsten van zijn bodemschatten nooit ten goede zijn gekomen aan Atjeh, een van de armste provincies van de archipel. Wel is zeer onlangs een regeling getekend waarbij diverse provincies, waaronder Atjeh, meer autonomie krijgen en meer zeggenschap over hun bodemschatten.

Anderzijds laten de leiders van de GAM, die al een kwart eeuw strijdt voor afscheiding, het ideaal van een onafhankelijk Atjeh niet zomaar los.

Ook als beide partijen zich aan de afspraak van een ‘staakt-het-vuren’ houden, blijft altijd de mogelijkheid dat afgescheiden splintergroeperingen binnen de GAM korte metten maken met het bestand.

Volgens Amnesty International zal bovendien `elk vredesinitiatief beoordeeld worden op het feit of er een einde komt aan de de dagelijkse moordpartijen, ‘verdwijningen’, marteling en willekeurige arrestatie van gewone burgers in Atjeh. Daar zijn beide partijen voor verantwoordelijk,’ aldus de mensenrechtenorganisatie.

Hoewel stopzetting van het geweld de allereerste prioriteit is, heeft een dialoog alleen kans op succes als ook gekeken wordt naar voortgaande schendingen van mensenrechten. Vooral die bedreven zijn door de speciale veiligheidstroepen als – in mindere mate – die van leden van GAM.

Dat is nog nauwelijks gebeurd. Wel bood de toenmalige opperbevelhebber Wiranto na de val van Suharto zijn excuses aan voor de door veiligheidstroepen gepleegde gewelddaden tijdens de zogeheten DOM. Atjeh was van van 1990 tot 1998 tot Daerah Operasi Militer (DOM), militair operatieterrein, verklaard.

Van groot belang is de veroordeling van 24 Indonesische militairen en een burger woensdag wegens de moord op 56 leerlingen en een volwassene in de provincie Atjeh. Zij moeten acht tot tien jaar de cel in. Dat mensenrechtenschendingen niet ongestraft blijven zal de burgers op Atjeh hoop geven. Maar voldoende is het niet.

De wonden zijn de afgelopen tien jaar zo diep geslagen, de weduwen en wezen zo talrijk dat alleen een grootschalige berechting van de verantwoordelijke militairen aan de top – en niet alleen soldaten – dat algehele gevoel van wantrouwen tegen Jakarta kan wegnemen.

Meer lezen over Atjeh

Reacties