Wantrouwen bij wederopbouw

10-04-2007
Door: Evelijne Bruning

29_150207049_pt2
Foto: Jeroen van der Meyde    

De spannend klinkende codenaam voor de expertmeeting, '3D', staat voor een samenwerkingsverband tussen 'defense, diplomacy and development'. En dus lunchten militairen in rijk gedecoreerde uniforms met balken en sterren met Soedanezen in wapperende gewaden, knapte een Haïtiaanse diplomaat met jarenlange conferentie-ervaring een uiltje in een rustig hoekje onder de kapstok en maakten ngo-medewerkers in strakke pakken posterpresentaties in overleg met Afghaanse ambtenaren in vrolijke vestjes.

Dat ze half februari in een conferentiefabriek in Noordwijkerhout met elkaar praatten was al heel nieuw. Maar kwamen ze écht nader tot elkaar? Daarvoor waren de lokale situaties toch heus te verschillend, concludeerden de deelnemers. Want er is helemaal niet zoiets als 'De Juiste Benadering' van het vredesvraagstuk. Wat werkt in Afghanistan, en wat niet, is niet per se van toepassing op Ambon of Midden-Amerika. Bovendien waren ook de meningen te zeer uiteenlopend. Voorstanders van civiel-militaire samenwerking voerden vooral plenair het woord, maar in de deelsessies lieten nogal wat tegenstanders met verhalen uit de praktijk van zich horen.

Vertrouwen
Wetenschapper Bart Tromp van de Universiteit van Amsterdam betoogde op de bijeenkomst dat militairen en hulpverleners meer en beter moeten samenwerken. Hij stelde dat wederzijds wantrouwen en de financieringsstructuur daarbij in de weg staat. [Meer over dit onderwerp in het achtergrondstuk op de volgende pagina's, red.] Ook zijn de bestedingsregels die donoren opleggen volgens Tromp veel te strak. En de meeste betrokkenen vertrekken naar zijn mening te snel uit postconflictgebieden, terwijl ze er eigenlijk járen zouden moeten blijven om effectief te zijn. Ook Cordaid-directeur Liliane Ploumen ziet heil in meer samenwerking, waar dat mogelijk is. Zij stelde dat er voor effectieve wederopbouw voor álle actoren een rol moet zijn - dus ook voor het maatschappelijk middenveld. Dat gaat verder, meende Ploumen, dan vreedzaam naast elkaar werken met de militairen. En verder dan het delen van informatie.

Maar Kanishka Nawabi van de Afghaanse ngo Co-operation for Peace and Unity heeft een hard hoofd in samenwerking met het leger. 'De Navo', zo stelde hij, 'vernietigt op dit moment alles wat wij in vijftien jaar voorzichtig hebben opgebouwd. Met de beste bedoelingen, zonder twijfel. Maar toch. Afghaanse, lokale vredesinitiatieven worden als irrelevant terzijde geschoven. Soldaten zijn geen vredesopbouwers. De bevolking vertrouwt ze niet.'

Wolfgang Heinrich van de Duitse Evangelischer Entwicklungsdienst had ook wat moeite met het concept. 'In Europa vinden we dat het leger essentieel is voor de veiligheid. Maar we negeren de politie en maatschappelijke organisaties. Die kunnen ook een grote rol spelen, zoals bij de Nuba, in Somaliland en in Noord-Kenia. Er zijn talloze voorbeelden waar niet-militaire actoren ook goede resultaten hebben bereikt. In veel landen is het leger al generaties lang een bron van onveiligheid voor de bevolking. Waarom zouden ze het leger dan nu ineens moeten vertrouwen als basis voor hun veiligheid?'

Concrete fte's
Toch lijkt samenwerking onontkoombaar. Kanishka Nawabi: 'Soldaten bouwen nu schooltjes bij ons. Dat lijkt misschien aardig, maar het is niet wat we écht nodig hebben. We hebben veel meer behoefte aan een sterke politiemacht en een eigen leger. Met hun opbouwwerk hebben de soldaten de grenzen vervaagd tussen hen en ons. Wij worden nu automatisch met die soldaten geassocieerd. Dus nu móeten we wel samenwerken. Maar prettig is dat niet.'

Moet de internationale troepenmacht uit Afghanistan dan weg? 'Nee, dat kan nu niet meer.' Ook andere deelnemers van de conferentie dachten langs dergelijke lijnen. Als het nu eenmaal móet, dat samenwerken, dan maar zo goed mogelijk. En dus pleitten ze voor een serieuze tijdsinvestering in de vorm van 'concrete fte's' (banen) om de dialoog tussen leger en ngo's werkelijk te kunnen voeren.

Weer andere deelnemers benadrukten het belang van lokale structuren, zoals een 'Afrikaanse Raad van Wijzen' die, mits die internationaal voldoende gesteund zou worden, ook een grote rol zou kunnen spelen bij de vredesopbouw op dat continent.

Er is, zo luidde de conclusie voordat iedereen tevreden naar huis terugkeerde, nog veel meer analyse en dialoog nodig voordat er werkelijk een gedeelde agenda kan komen. 'Geen van de actoren zou deze agenda moeten kapen', betoogde René Grotenhuis van Cordaid. 'Oplossingen op maat en veel geduld: dat is het enige bruikbare recept.' Het leukst was eigenlijk nog de jonge DGIS-beleidsmedewerker die trots vertelde dat hij voor het 'Ministry of Foreign Defense' werkte. Wenstaal, zullen we maar zeggen. Maar nog lang niet voor iedereen.

Reacties