‘VS versus China zal deze eeuw bepalen’

26-03-2008
Door: Frans Bieckmann

26_RobertKaplan

Illustratie: Paul van der Steen

Robert D. Kaplan spreekt, in de statige koffiekamer van zijn hotel aan een Amsterdamse gracht, met rustige, monotone stem. Kaplan is in Nederland vanwege de vertaling van zijn laatste boek, Voorbij de grenzen van het Amerikaanse imperium. Hij lijkt zich voorbereid te hebben op de zoveelste softe Europeaan, die niets moet hebben van het agressieve Amerikaanse optreden in de wereld. Hij doet zijn best zijn visie uit te leggen, maar lijkt de illusie te hebben laten varen dat hij de kloof kan overbruggen. Inderdaad heeft het lezen van zijn boek mij behoorlijk verontrust, maar ik heb mij voorgenomen zo open mogelijk het interview in te gaan.

Robert Kaplan noemt zichzelf een 'tragisch-realist', waarmee hij zich onderscheidt van de 'idealistische' neoconservatieven die onder de Amerikaanse president Bush het buitenlandbeleid van de Verenigde Staten bepaalden. Niet dat Kaplan zich verzet tegen de dominante rol van de VS in de wereld, en de manier waarop ze (ook) met militaire middelen hun wil aan die wereld opdringen. Integendeel. Voor zijn twee laatste boeken reisde hij mee met het Amerikaanse leger. Maandenlang vergezelde hij kleine en grotere eenheden, mariniers, special forces, (onder)officieren in onderzeeërs en vliegtuigen die uitzwermen over de wereld. Uit zijn gedetailleerde beschrijvingen van de dagelijkse gang van zaken blijkt een grote bewondering voor de soldaten die met het juiste soort patriottisme ten strijde trekken. Ter verdediging van de Amerikaanse (of westerse) belangen tegen terroristen, schurkenstaten en andere bedreigingen.

Voorbij de grenzen
Begin 2008 verscheen Voorbij de grenzen van het Amerikaanse imperium, de opvolger van Aan de grenzen van het Amerikaanse imperium uit 2005. In het eerder verschenen boek volgt Kaplan Amerikaanse militairen in het Midden-Oosten en omgeving, in de conflicten van het 'hier en nu'. Het huidige boek gaat juist over... Lees verder >>>
Ging zijn vorige boek nog over de huidige conflicten in vooral het Midden-Oosten, nu kijkt Kaplan vooruit naar wat volgens hem de conflicthaarden van de toekomst zijn. 'Het boek gaat over de Amerikaanse marine en luchtmacht ná Irak en Afghanistan. Ik beschrijf hoe zij opereren in de Stille Oceaan en in Azië. Het gaat over de groeiende militaire macht van China en hoe de Amerikaanse strijdkrachten zich daarop aanpassen.'  

U stelt dat er in deze eeuw een conflict zal ontstaan met China. Waarop baseert u dat?
'De Chinezen schaffen in heel hoog tempo onderzeeërs aan. Niet alleen dieselelektrische, maar ook nucleaire onderzeeërs. Dat laatste doe je alleen als je blue water imperial ambities hebt, dus als je drie of vier maanden van je thuishaven weg wilt zijn. De stillere dieselelektrische onderzeeërs voldoen uitstekend in je eigen wateren. China heeft ook een zeer agressief programma voor ballistische raketten, speciaal ontworpen om bewegende doelen op zee te treffen. En ze zijn de ruimte aan het militariseren: ze schieten bijvoorbeeld oude weersatellieten uit de lucht. Dat is belangrijk omdat de Amerikaanse marine afhankelijk is van de ruimte; zonder de gps-satellieten ligt de US Navy plat.

China wordt een serieuze militaire macht. Vooral in de Indonesische Archipel en in het grote gebied van de Indische Oceaan ontwikkelen de Chinezen een heel grote capaciteit. De militaire competitie tussen China en de VS in de 21ste eeuw wordt een van de belangrijke elementen die de eeuw gaat bepalen.'  

U noemt China een 'redelijk' regime, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Iran of Noord-Korea. Waarom denkt u dat China uit is op confrontatie?
'Dat zeg ik niet. Maar grootmachten neigen met elkaar in conflict te komen.'  

Wat is de oplossing? Een nieuwe wapenwedloop?
'Het is een academisch idee dat er een oplossing is voor elk probleem. De Chinese economie wordt de grootste ter wereld, en het is heel logisch dat zij hun strijdkrachten opbouwen. En dat er competitie ontstaat met de VS. Ik beschrijf slechts de contouren van wat er zal gaan gebeuren. De aandacht van de VS zal verschuiven van Europa naar de Stille en Indische Oceaan. Het zal veel minder een 'Atlantische' eeuw zijn. Want ook de Indiërs bouwen hun strijdkrachten op, en de Japanners. Die hebben binnenkort meer schepen dan de Britse marine.'  

CV Robert D. Kaplan
Robert Kaplan (1952, New York) ging na zijn studie Engels aan de University of Connecticut bij een regionale krant werken. Kaplan, van joodse afkomst, reisde via Tunesië naar Israel en ging daar in het leger. Hij deed verslag vanuit Oost-Europa en het Midden-Oosten, woonde een tijdje in Portugal en vervolgens in Griekenland. In 1984 berichtte hij over de Irak-Iran-oorlog en later over de guerrilla tegen de Sovjet-Unie in Afghanistan.

In 1988 verscheen zijn eerste boek: Surrender or Starve: The Wars Behind the Famine, waarin hij beschreef hoe de hongersnood niet alleen werd veroorzaakt door droogte, maar ook door het Mengistu-regime. Er zouden nog vele boeken volgen. In 1993 schreef hij Balkan Ghosts. Het boek, en daarmee Kaplan, kreeg bekendheid doordat Bill Clinton ermee zou zijn gezien toen de oorlogen in het voormalige Joegoslavië uitbraken.

Een andere publicatie waarmee hij wereldwijd faam - en afkeer - verwierf, was 'The Coming Anarchy'. Dat artikel werd in februari 1994 gepubliceerd in zijn lijfblad Atlantic Monthly. De euforie na het einde van de Koude Oorlog was in die periode nog niet helemaal getaand, maar Kaplan beschreef hoe bevolkingsaanwas, verstedelijking en een tekort aan grondstoffen overal in ontwikkelingslanden de zwakke regeringen ondermijnden. Dat zou leiden tot een onbeheersbare toestand in de wereld. Hier, en ook in zijn andere boeken, spreidt Kaplan een pessimisme ten toon, dat naar zijn mening nodig is om een tegenwicht te bieden aan het naïeve optimisme dat veel politici en intellectuelen drijft tot onverantwoorde keuzes op buitenlands politiek terrein.

Kaplan kreeg helemaal de wind mee na 11 september 2001, toen zijn duistere blik op de wereld ineens leek te worden bevestigd. Toch zijn een aantal van de toonaangevende denkers en politici achter de Amerikaanse War on Terror die volgde, het maar zeer ten dele met Kaplan eens. Kaplan kreeg zowel grote lof als harde kritiek over zich heen, niet alleen ideologisch, maar ook vanwege de onnauwkeurigheid waarmee hij in zijn boeken de feiten weergaf.
Welke rol speelt Europa in dit geheel?
'In de Europese landen is er een heel slechte civiel-militaire relatie. De Europese regeringen kunnen van hun burgers geen opofferingen vragen. Hun burgers respecteren hun militairen niet, behalve voor humanitaire missies. Maar militairen zijn designed to kill. In de VS hebben de mensen daar geen problemen mee, net als de Chinese bevolking. Ook de Japanners zijn nu het pacifisme voorbij en veel nationalistischer geworden. Alleen Europa ontkent de essentiële rol van de militairen. Zelfs als je het over vredesmissies hebt. Daarbij gaat het om het monopoliseren van de militaire macht in een specifiek gebied. Als je niet wilt doden, kun je de vrede niet bewaren. Daarom faalde de VN-missie in Bosnië - niet alleen in Srebrenica maar op veel grotere schaal - en slaagde de NAVO-missie.  

Nederlandse troepen zaten in Srebrenica. Nu zitten ze in Afghanistan. Nederland zou daar volgens eigen zeggen een andere aanpak, de 'Dutch Approach', hanteren dan bijvoorbeeld de Amerikanen. Nederland zou veel meer focussen op wederopbouwprojecten en het winnen van de 'hearts and minds' van de mensen. Ziet u dat ook zo?
'Ten eerste: er is niets origineels aan die benadering. Het is counter-insurgency. Die tactiek bestaat al honderd jaar. Ten tweede: de Amerikanen doen ook veel aan ontwikkelingsprojecten in Afghanistan, net als de Canadezen en de Australiërs. Dat haalt alleen het nieuws niet.'  

Dus volgens u is er geen verschil tussen de jacht op terroristen van de Amerikanen in het kader van Operation Enduring Freedom en de aanpak van Nederland en andere landen in de ISAF-missie in Afghanistan?
'De VS doen in Afghanistan veel aan wederopbouw. Ze werken met mensen, maar ze vechten ook. En dat doet de VS ook in de zuidelijke Filippijnen. En in heel Afrika. Ik ben <i>embedded<i> geweest in VS-missies in Mali, Mauritanië, Niger, Ethiopië, Kenia, ga maar door. Overal hadden de VS-strijdkrachten humanitaire programma's.'  

Op welke manier?
'De Amerikaanse luchtmacht geeft bijvoorbeeld veel inentingen tegen ziektes. Speciale teams gaan daarvoor de wereld rond. Bij traditionele opstandbestrijding verschaf je twee dingen aan de bevolking: veiligheid, 24 uur per dag, inclusief de wil te doden; en vooruitgang voor de mensen, dus humanitaire hulp en ontwikkelingsprojecten. Het gaat erom de mensen te scheiden van de opstandelingen, de prikkels weg te nemen om de opstandelingen te steunen.'  

U houdt zich in uw boeken niet bezig met de oorzaken van conflicten. Maar behalve binnenlandse oorzaken, kan ook juist het buitenlandse beleid van de VS, net als andere geopolitiek, tot conflicten leiden. Het duidelijkste voorbeeld is Osama bin Laden. Door de VS gesteund in de strijd tegen de Sovjet-bezetting van Afghanistan, nu een van de belangrijkste vijanden. Maar ook in de rest van de wereld worden vaak regeringen en gewapende groepen gesteund die eerder onveiligheid dan veiligheid bevorderen. Is juist dit nastreven van het eigenbelang op korte termijn niet een belangrijke oorzaak van conflict in de wereld?
'Dus omdat bepaalde handelingen onvoorziene gevolgen hebben, moeten we maar niets doen?'  

Maar moet je daarvoor lokale schurken gebruiken?
'Officieel heet dat: leveraging local forces. In Pakistan, Afghanistan en veel Afrikaanse landen heb je niet de luxe om een ideale macht eruit te pikken. De VS is de grootste macht ter wereld en moet werken met het materiaal dat voor handen is. Ze zijn genoodzaakt imperfecte keuzes te maken.'  

U was vóór een invasie in Irak. Daar bent u later van teruggekomen. Hoe staat u er nu in?
'In de laatste tien maanden, sinds mei 2007, is de situatie drastisch verbeterd. Het aantal doden onder burgers en Amerikaanse militairen en het aantal gewelddadige incidenten in Irak is enorm gedaald.

Maar toch. De invasie heeft zo'n triljoen dollar gekost en vierduizend Amerikaanse doden. En een veel groter aantal Iraakse burgers, laten we 100 duizend doden zeggen. Je hebt dus een sterk verhaal als je zegt dat de oorlog nooit had moeten worden gevochten, dat ik en vele anderen het verkeerd zagen. Je kunt ook zeggen: het afzetten van Saddam Hoessein was goed, maar het is erg verkeerd uitgevoerd. Iedereen is het erover eens dat er zeer incompetent gehandeld is na de invasie. Bijna alles ging fout. Mijn motto is: hoe pessimistischer je eraan begint, hoe positiever de uitkomst. De bezetting werd ingegaan met groot optimisme en leidde tot zeer negatieve resultaten.'  

Welke lessen trekt u daaruit? Bent u voorstander van andere invasies? Neem als voorbeeld Darfur. Zou de VS, of de VN, daar moeten binnenvallen?
'Ik denk dat Darfur laat zien wat ook al bleek in Bosnië en Kosovo: als de Amerikanen niet de leiding nemen, gebeurt het niet. Ik herinner me het debat in Europa na de val van de Muur, 1990 en 1991. De Europeanen vonden dat de VS uit Europa weg moest, dat de Europeanen het zelf wel konden. En toen kwam Bosnië, wat een totale ramp was. Toen bleek dat Europa de VS nog steeds nodig had. Als de VS niet zo weggezogen werd door Irak, zou het waarschijnlijk veel duidelijker de leiding hebben genomen in Darfur.'  

De huidige 'hybride' missie van de VN en de Afrikaanse Unie in Darfur is in uw ogen dus 'second-best'. Maar is het wel een optie?
'De VN is een zeer gebrekkige optie. Zij heeft geen serieuze militaire kracht, geen sterk esprit de corps, geen wil om te vechten en om te doden. Kijk naar VN-interventies in Sierra Leone, Bosnië, Kosovo en elders. Je ziet dat VN-interventies alleen werken als beide zijden in het conflict ermee instemmen. De VN kan de vrede niet afdwingen, alleen bewaken als die uitbreekt.'  

Heeft het zin te proberen de VN-machinerie te hervormen?
'Absoluut. De Veiligheidsraad moet worden uitgebreid met landen als India en Brazilië. De VN moet ook meer militaire kracht krijgen. Je moet een organisatie als de VN niet zomaar schrappen, maar zorgen dat zij beter werkt. Het neemt de druk weg van de VS. De VN kan veel goeds doen en het is zeker in het belang van de VS om de VN op te bouwen en te hervormen.'  

Maakt het voor het Amerikaanse buitenlandbeleid verschil wie de volgende president van de VS wordt?
'Jazeker. Zelfs een Republikein aan de macht, zoals McCain, zal heel anders zijn dan Bush. Maar met een Democraat zal het verschil nog groter zijn. Dan zullen de relaties met Europa veel beter zijn. Daardoor zal de publieke opinie in Europa, die nu sterk anti-VS is, omslaan. En dat heeft invloed op het beleid in Europa en de VS.'  

Maar wat is nu het echte verschil in het VS-beleid door de jaren heen? Er is toch veel meer continuïteit dan verschil tussen Bush en ex-president Clinton, bijvoorbeeld?
'Dat is absoluut waar. Er is heel veel continuïteit, maar daar berichten de media niet over. Alle Amerikaanse presidenten hebben eenzelfde beleid ten aanzien van China gehad, sinds Nixon in de jaren zeventig naar China ging. Wat betreft Irak verwacht ik ook continuïteit. Wat je daar van de Democratische kandidaten in de voorverkiezingen over hoort moet vooral de linkse kiezers aanspreken. Er is minder consensus tussen Republikeinen en Democraten over Afrika. De Democraten hebben zich daar altijd actiever opgesteld. Onder een Democraat zal er ook een andere pr-strategie komen naar de Arabische wereld. Hij of zij zal overbrengen: wij zijn niet jullie vijand. Overigens is ook het neoconservatieve buitenlandbeleid in de afgelopen anderhalf jaar iets realistischer geworden.'  

Zijn de 'neocons' dan niet realistisch?
'Neocons zijn extreem idealistisch. Het is liberaal-internationalisme op steroïden. Intellectuelen houden van idealisme, en neocons zijn zeer intellectueel. Ze willen de democratie verbreiden, in sommige gevallen met militaire actie.'  

U spreekt en schrijft alleen over militaire macht, in het jargon wel eens 'hard power' genoemd. Daartegenover staat 'soft power', waarbij het gaat om overtuiging, uitstraling, het goede voorbeeld, geleidelijke verandering, samenwerking, partnerschap. In Europa gaan stemmen op om die waarden veel dieper in het buitenlandbeleid te verankeren. Lijkt u dat een goed idee?
'In de negentiende en begin twintigste eeuw, toen Europa de dominante macht was in de wereld, hielden Europeanen van hard power. Woodrow Wilson, president van de VS van 1913 tot 1921, noemde Europa in die tijd cynisch. De VS moesten zachte macht gebruiken, dus via overtuigingskracht proberen dingen te veranderen. Nu is het omgedraaid. De Europeanen doen nu erg cynisch over hard power. Maar de VS heeft geen andere optie. Als je de dominante macht in de wereld bent, worden er dingen van je verwacht. Dan moet je de leiding nemen in noodsituaties. En in sommige daarvan moet je geweld gebruiken.'  

Reacties