Vrijheid van allerarmsten toetssteen ontwikkelingsbeleid

01-09-2006
Door: Tekst: Brechtje Paardekooper


Maar motivering voor OS draait om méér dan om de resultaten die OS-organisaties neerzetten. 'Het is heel goed uit te leggen', zo merkte NCDO-directeur Henny Helmich onlangs op, 'dat hulp onderdeel is van een complex beleid, en lang niet alles teweeg kan brengen.' Dat is het punt niet. Waar weer behoefte aan is, is niet alleen het 'wat', maar ook het 'waarom'. Juist hierin kan de OS-beweging nog wel een slagje maken - net als overigens de politiek. Twintig jaar geleden was de motivatie voor ontwikkelingswerk gegoten in over-ideologische termen als 'We moeten helpen', 'Er gebeurt hier onrecht' en, in het kader van fondsenwerving: 'Is het niet zielig?' Daarna volgde de ont-ideologisering. Maar net zoals in de politiek wordt het langzamerhand tijd voor een nieuwe ideologische benadering - alleen deze keer anders.

Niet voor niets maakte de Nobelprijswinnende econoom Amartya Sen vrijheid tot een kernpunt van zijn werk over de economische ontwikkeling van de armste landen. Sen ziet menselijke vrijheid als middel én doel van ontwikkeling. Armen moeten zich kunnen ontdoen van de beperkingen die een waardig bestaan in de weg staan. Dat is dus de beste toetssteen voor OS-beleid: zorg ervoor dat, wát je ook doet, het ten dienste staat van de vrijheid van de allerarmsten. De filosofe Martha Nussbaum, die lange tijd met Sen samenwerkte, werkte deze toetssteen verder uit: kunnen mensen niet alleen overleven, maar ook een gezond en veilig bestaan leiden en zich vrij bewegen? Kunnen ze zich geestelijk ontwikkelen, kritisch zijn - door het volgen van onderwijs - en deelnemen aan cultuur en debat? Mogen ze spelen? Kunnen ze emotioneel vrij zijn en banden aangaan met anderen? Leiden ze een bestaan vrij van vernedering? Kunnen ze leven met zorg voor en in relatie tot planten, dieren en omgeving? En ten slotte: mogen mensen zich organiseren en kunnen ze zowel politiek als economisch volwaardig participeren? Dat tezamen vormt voor Nussbaum de toetssteen voor een waardig bestaan.

Waardigheid is iets waar iedereen recht op heeft. Iedereen, ook de allerarmste, mag verwachten door medemensen, bedrijven en overheden waardig behandeld te worden. Men mag verwachten bepaalde rechten en voorzieningen te hebben waarop men zijn bestaan kan baseren. Maar waardigheid is evengoed een deel van hoe je je gedraagt. Uitstijgen boven directe behoeften en emoties, je inzetten voor de toekomst, ten behoeve van het grotere geheel: dat zijn aspecten van waardig gedrag. En daarmee hebben we ook onze kernmotivatie voor het bedrijven van ontwikkelingssamenwerking te pakken. Kunnen wij zelf een waardig bestaan leiden, als we anderen een waardig bestaan ontzeggen?

Brechtje Paardekooper is oud-ontwikkelingswerker en actief in Groen Links



Reacties