'Wie herinnert zich de Armeniërs? Nederland in ieder geval niet'

22-04-2015 Bron: OneWorld
Foto: Narek (Flickr)
Een uiterst beschamende houding van media en politiek. In de aanloop naar de 100-jarige herdenking van de Armeense genocide op 24 april, reppen zowel NOS als RTL Nieuws over een "massamoord" en refereert de regering Rutte liever aan de "Armeense kwestie". Alles om het woord “genocide” maar te vermijden. Veiligheidsexpert Dieuwertje Kuijpers vindt dit een zuivere vorm van geschiedvervalsing.
Column – 

Massamoord is de moord op meerdere personen tegelijkertijd, oftewel een bloedbad. Genocide daarentegen is het stelselmatig uitroeien van een bepaalde etnische of religieuze bevolkingsgroep. Het vooropgezette, systematische en mechanische proces is wat een genocide onderscheidt van een willekeurig bloedbad. Daarnaast is een “kwestie” een aanduiding voor een onderwerp dat nog ter discussie staat, en niet geldt als voldongen feit. Laten we de kille systematiek van een genocide eens naast de afgezwakte duidingen “massamoord” en "kwestie" leggen en kijken hoe ver we komen in het geval van de Armeniërs.

In acht stappen naar genocide
Een genocideproces kent, zo is algemeen aanvaard, acht stappen. De eerste stappen zijn het classificeren en symboliseren van groeperingen op basis van etniciteit of religie. Dit gebeurt vaak binnen de kaders van een nationalistische agenda waarin het idee ontstaat dat de samenleving moet worden ontdaan van niet-nationalistische elementen. Zoals een dikke eeuw geleden in het Ottomaanse Rijk. Het Comité voor Eenheid en Vooruitgang van de Jonge Turken, die in 1908 via een staatsgreep aan de macht kwamen, hield er een agenda van zogeheten "Turkificatie" op na. Hierbinnen bleek weinig ruimte te bestaan voor christelijke minderheden zoals Armenen, Griekse Ottomanen en Syriërs. Door Armenen continu neer te zetten als verraders - als bondgenoten van de vijand Rusland - werden deze christenen gesymboliseerd als onbetrouwbaar en daarmee als direct gevaar voor de nationale veiligheid van de Ottomaanse maatschappij.

Ontmenselijking: minder mens dan de rest
Vanaf hier was het nog maar een kleine stap richting de derde fase, dehumanisatie. Rechtsgelijkheid vond de Ottomaanse regering begin vorige eeuw allemaal prima, maar wel eerst de Ottomanen, dan de rest. Zo was het toe-eigenen van Armeens bezit toegestaan. Gemechaniseerd landbouwmaterieel zoals tractoren werden bijvoorbeeld systematisch geplunderd en vernietigd. Dergelijke plundertochten door het Ottomaanse leger of milities gingen gepaard met bloedbaden, een verschijnsel dat in Europa beter bekend staat als pogroms. Zeker in de overwegend Armeense en relatief rijke regio Adana kreeg de gemeenschap hier vanaf 1909 regelmatig mee te maken. Dit uit wraak, omdat de rijkere christelijke Armeense minderheid in de regio Adana openlijk steun had betuigd aan een coup tegen Sultan Abdul Hamid II. Deze massamoorden resulteerden uiteindelijk in tienduizenden doden. Ja, in deze fase kan men nog wel spreken van "massamoorden", maar we zijn er nog niet.

Deze pogroms werden geïnstitutionaliseerd door militaire divisies van het Ottomaanse ministerie van defensie, verantwoordelijk te maken voor de uitvoering. De hoofdtaak van deze “Speciale Organisatie” (Teşkilât-ı Mahsusa), was het onderdrukken van Arabisch separatisme en de Westerse invloeden binnen het Ottomaanse Rijk. Een voormalige Britse diplomaat in Diyarbakir schreef in een rapportage aan de Amerikaanse federale regering in 1919 over een van deze divisies die bestond uit vrijgelaten criminelen en bekend stond als het “Butcher's Battalion”.

Het opzetten van een infrastructuur om de systematische vervolging zo efficiënt mogelijk te laten verlopen

Tegelijkertijd werd een netwerk van 25 concentratiekampen opgezet ter hoogte van de huidige Iraakse-Turkse, of de huidige Syrische grensstreek. Sommige kampen werden tijdelijk gebruikt om de lijken te dumpen. Deze massagraven, zoals Radjo, Katma, en Azaz, werden verlaten in de herfst van 1915. Andere kampen waren speciaal opgezet voor degenen die nog een levensverwachting van enkele dagen hadden, zoals Ra's al-'Ayn en Deir ez-Zor. Deze vierde fase, het opzetten van een infrastructuur om de systematische vervolging zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, heet organisatie in het genocidale stappenplan. In het verlengde hiervan wordt interactie tussen diverse groeperingen, door bijvoorbeeld onderlinge huwelijken, actief ontmoedigd of verboden.

Onthoofding van politiek leiderschap
Vervolgens begint het echte werk: voorbereiding. Stap zes. Alle Armeense militairen binnen het Ottomaanse leger werden in februari 1915 uit actieve dienst gezet, ontwapend en naar werkkampen gestuurd. Volgens de Ottomaanse regering uiteraard een zaak van nationale veiligheid, enkel om te voorkomen dat deze militairen massaal zouden overlopen naar de Russen. In deze voorbereiding is alleen de ontwapening van jonge, strijdvaardige mannen niet voldoende. Sluitstuk in de voorbereiding van genocide is het elimineren van intellectueel en politiek leiderschap om toekomstige mobilisatie en opstand te voorkomen. Dit gebeurde op 24 april 1915, toen 250 Armeense intellectuelen werden gearresteerd en gedeporteerd. Dit alles om de een na laatste fase, uitroeiing, zo vlotjes mogelijk te laten verlopen.

It is a plan to exterminate the whole Armenian people

De Armeense jonge mannen die in opstand hadden kunnen komen, zaten in werkkampen of waren al vermoord in de pogroms of de concentratiekampen. Eveneens de intellectuele elite, die het laatste restje had kunnen mobiliseren of politiek had kunnen verenigen. Daarom bestonden de zogeheten “dodenmarsen” richting de woestijn uiteindelijk voornamelijk uit ouderen, vrouwen en kinderen. De New York Times schreef daarover in augustus 1915: "Roads and the Euphrates are strewn with corpses of exiles, and those who survive are doomed to certain death. It is a plan to exterminate the whole Armenian people." Ook Duitse diplomaten spraken in hun ambtsberichten van uitroeiing van de Armeniërs, terwijl Duitsland een bondgenoot was van het Ottomaanse rijk.

De houding van de Nederlandse regering en journalistiek past bij de laatste fase van genocide: ontkenning

Niets is zo pijnlijk en zo laf als de houding van onze Nederlandse regering en journalistiek tegenover deze historisch gedocumenteerde en erkende gebeurtenissen. Het past bij de laatste fase van genocide: ontkenning. De Nederlandse regering spreekt over de “Armeense kwestie” om haar diplomatieke relatie met Turkije goed te houden en omzichtig om te gaan met de gevoelens van honderdduizenden Nederturken. De Nederlandse televisiejournalistiek gaat hier klakkeloos in mee door tegen alle feiten in te spreken van een “massamoord”. Dit geeft een bijzonder nare smaak. De “kwestie” neerzetten als een historische en juridische exercitie waarvan de uitkomst nog onderwerp van beslissing is, gaat lijnrecht in tegen al het academische onderzoek dat is gedaan op basis van getuigenverslagen, foto's en diplomatieke briefings. Deze spreken namelijk luidkeels voor zich.

Wie heeft het nog over de vernietiging van de Armenen?

Adolf Hitler sprak aan de vooravond van de Holocaust smalend: „Wer redet heute noch von der Vernichtung der Armenier?“ Wie heeft het nog over de vernietiging van de Armenen? Nederland in ieder geval niet. Die hebben de “kwestie” al lang afgedaan als “massamoord”.

Dieuwertje Kuijpers

Dieuwertje Kuijpers is promovenda op de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij...

Lees meer van deze auteur >

Reacties