Vrede en ontwikkeling

01-03-2006
Door: Tekst: Carolien Hovenier


Militairen en ontwikkelingswerkers. Twee verschillende beroepen en culturen. Elk land zoekt naar de beste manier om wederopbouw en veiligheid te combineren. 'Zonder vrede heeft wederopbouw geen zin. En alleen zorgen voor vrede leidt niet tot een stabiele situatie', zegt luitenant-kolonel Jan van der Woerdt, hoofd civiel-militaire samenwerking. 'Dat betekent dat het leger ngo's nodig heeft voor de uitvoering van activiteiten voor wederopbouw. Wij hebben geen verstand van dat vak.'

Assessment

Daarom steekt Van der Woerdt veel tijd in het opbouwen van een partnership met ontwikkelingsorganisaties. 'De ad hoc activiteiten uit het verleden maken nu plaats voor het besef dat wederopbouw effectiever is als deze wordt opgenomen in het missieplan. OS-organisaties hier van het begin af aan bij betrekken, is een noodzaak. Zij moeten het werk tenslotte uitvoeren.'

Onlangs richtten BuZa en Defensie het Afghanistan Platform op, waarin diverse OS-clubs onder meer aangeven welke activiteiten ze in Uruzgan willen uitvoeren in het kader van de wederopbouw. Een onderzoek naar de civiele omstandigheden vormt hiervoor de basis. 'Ontwikkelingsdeskundigen maken nu onder leiding van de ambassade in Afghanistan een inschatting van de mogelijkheden voor wederopbouw. Hoe liggen de machtsverhoudingen? Wat wil de lokale bevolking? Zulke vragen komen aan de orde. De conclusies van dit assessment bespreken we in het Platform. Vervolgens onderzoeken we hoe leger en ontwikkelingsorganisaties elkaar in Uruzgan kunnen versterken.'

Dat overleg is mooi, maar verloopt de samenwerking in de praktijk ook goed? 'De leidinggevenden van de provinciale reconstructieteams zijn aanwezig bij het overleg met de ngo's. Daarnaast komt er eenontwikkelingsdeskundige die in het veld fungeert als contactpersoon tussen de ngo's en de militairen.'

Vertrouwen

Tips voor wederzijds begrip:

  • 'Maak eens een praatje met militairen. Ze vallen best mee. En investeer in kennis. Militairen krijgen tijdens hun opleiding les van ngo's. Het zou leuk zijn als wij ook eens over de vloer mogen komen bij cursussen voor ontwikkelingswerkers.'
  • Benoem knelpunten. 'We begrijpen dat ngo's niet altijd met ons kunnen samenwerken. En er is geen standaardrecept. Een gesprek vanuit die achtergrond levert vaak meer op dan je denkt.'

De vraag rijst of de missie met deze aanpak slaagt. Want het gaat niet alleen om een verandering in de manier van samenwerken. De verhouding tussen leger en ontwikkelingsorganisaties is niet altijd vanzelfsprekend. Soms willen ngo's niet samenwerken met militairen, omdat ze bijvoorbeeld neutraal willen blijven. Hoe gaat het leger om met dat spanningsveld? 'Door begrip te tonen en geen starre definitie van samenwerken te hanteren. We verwachten niet dat álle ngo's met ons samenwerken. In het Platform Afghanistan zijn bijvoorbeeld ook ngo's vertegenwoordigd die wederopbouwactiviteiten te ver vinden gaan, maar wel zijn geïnteresseerd in de informatie-uitwisseling over Afghanistan. Dat alleen al is heel waardevol. Hoe meer wij weten over de lokale omstandigheden, hoe beter we ons werk kunnen doen. Omgekeerd informeren wij ontwikkelingswerkers graag over veiligheid. Zo kun je elkaar versterken.'

En hoe zit het met dat andere pijnpunt? Dat het leger het werk van ngo's doorkruist door zelf ontwikkelingsactiviteiten uit te voeren? 'We leggen ngo's uit dat we er niet op uit zijn hun werk te doen. Natuurlijk is er in het verleden wel eens iets gebeurd wat niet zo slim was. Die beeldvorming komt ergens vandaan. We moeten dus ook de hand in eigen boezem steken. Kijk, wij hebben voor onze eigen veiligheid een medisch team in het veld. Als die dokters niets te doen hebben, is het logisch om hun capaciteit in te zetten voor de lokale bevolking. De valkuil is dat de boel in elkaar klapt als we weggaan. Daar hebben we van geleerd. We vinden nog steeds dat het goed is iets te doen met onze capaciteit, maar we vragen nu wel advies aan ontwikkelingsorganisaties. Dat geldt ook voor de uitvoering van kleine projecten in Uruzgan, zoals het bouwen van een bruggetje, het repareren van een weg en het aanleggen van een watervoorziening. We willen dit doen om de bevolking te laten zien dat er wat gebeurt. Dergelijke draagvlakondersteunende projecten zijn iets anders dan wederopbouw. Dat is een zaak van lange adem. Maar ook deze projecten willen we uitvoeren in goed overleg met de OS-organisaties. Zodat ze goed aansluiten op hun wederopbouwactiviteiten.'

Kan Nederland trots zijn op zijn aanpak van vrede en ontwikkeling? 'Ja, hoewel we er nog niet zijn. Twee uiteenlopende beroepen met elkaar in contact brengen kost nu eenmaal tijd. Maar met vertrouwen en respect komen we er wel.'



Reacties