Voorzichtige vooruitgang in strijd tegen landmijnen

17-05-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: onzeWereld

In 1997 werd na tien jaar Internationale Campagne om de Landmijnen uit te bannen (ICBL) in het Canadese Ottowa een internationaal verdrag gesloten. Sindsdien ziet de ICBL toe op de naleving van dat verdrag.

Novib, Pax Christi en Artsen zonder Grenzen organiseerden de Nederlandse campagne om de landmijnen uit te bannen. De Nederlandse regering ondersteunden hen daarbij actief.

Onafhankelijke organisaties en onderzoekers schrijven rapporten over de situatie in hun land of regio. Deze informatie wordt in september gepubliceerd in het tweede jaarverslag, het Landmine Monitor Report.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt: ‘Bij gebrek aan officieel en betrouwbaar cijfermateriaal is dit rapport het meest bruikbare boekwerk over landmijnen. Dat is van belang om de naleving van het verdrag van Ottowa te kunnen volgen.’

Volgens Buitenlandse Zaken is het bestrijden van landmijnen een ‘ontzettend moeilijke’ zaak. ‘Ook voor landen die van goede wil zijn, maar weinig tot slecht georganiseerd, is het opsporen en opruimen een gigantische taak.’ Het ministerie benadrukt dan ook dat de uitvoering en naleving van het verdrag van Ottowa ‘net begint’.

Wereldwijd liggen er zestig tot zeventig miljoen mijnen in de grond en 250 miljoen in opslagplaatsen.

Minder producenten van landmijnen
Annette Rayer van Novib stelt dat er sinds de start van de campagne tien jaar geleden én het verdrag van Ottowa positieve resultaten zijn geboekt: ‘Het aantal producenten van landmijnen is sinds 1993 gedaald van zestig naar zestien landen’.

Dat er jaarlijks tienduizend slachtoffers vallen als gevolg van landmijnen is nog steeds te veel. Maar dat aantal is sinds het verdrag wel met ongeveer de helft gedaald. De meeste slachtoffers vallen in Afghanistan, Cambodja, Bosnië, Kroatië, Eritrea, Mozambique en Somaliland.

Ruim driehonderd miljoen landmijnen kunnen wereldwijd nog veel ellende aanrichten. Het probleem is dat de belangrijkste producenten van landmijnen het verdrag tegen dit wapentuig nog steeds niet hebben ondertekend. Dat zijn China, de Verenigde Staten, Rusland, Pakistan en India.

Deze landen zijn onderdeel van de groep van zestig landen die het verdrag van Ottowa nog niet ondertekenden. Ongeveer 130 landen hebben het verdrag wel ondertekend, maar daarvan hebben veertig landen het nog niet geratificeerd. Negentig landen, waaronder Nederland, hebben het wel al ‘wettelijk’ gemaakt.
Internationale campagne is optimisme
Hoewel ICBL stelt dat er nog veel moet gebeuren, is de campagne toch optimistisch gestemd. ICBL gelooft nog steeds dat het realistisch is om alle mijnen tegen 2007 uit de wereld te hebben, zoals het verdrag bepaalt.

Landen die het verdrag ratificeren moeten binnen vier jaar beginnen met het opruimen van hun mijnvoorraden. De laatste jaren werden ongeveer negentien mijloen stuks in vijftig landen vernietigd.

Negentien verdragslanden hebben hun belofte ingelost en hun gehele voorraad (tien miljoen) vernietigd. Nog eens 26 landen zijn bezig met dit volledige destructieproces.

Ook vijf landen die het verdrag niet ondertekenden, hebben delen van hun voorraad opgeruimd, in totaal ruim vijf miljoen anti-persoonsmijnen. Dat laatste doen ze om te voldoen aan regels uit de Conventie over conventionele wapens uit 1980.

Internationale campagne tegen landmijnen

Reacties