Voorstellen WTO over investeringen: een ramp voor ontwikkeling

29-04-2003
Door: OneWorld Redactie
Bron: Novib, 29 april 2003

Datum: 29 april 2003

De internationale ontwikkelingsorganisatie Oxfam, waarvan Novib de Nederlandse tak is, waarschuwt de ministers van Handel en Financiën van de OESO-landen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) die vandaag bijeenkomen in Parijs. Als hun voorstel voor een WTO (Wereldhandelsorganisatie) investeringenverdrag tijdens de WTO top in Cancun, Mexico doorgang vindt, zou dat een ramp betekenen voor de ontwikkeling van arme landen. Het vandaag verschenen Oxfam rapport “De Nieuwe Kleren van de Keizer” laat zien dat de voorgestelde investeringsmaatregelen waarschijnlijk leiden tot grotere financiële instabiliteit, het bemoeilijken van industrialisatie en het schaden van ontwikkeling in de arme landen.

Oxfam stelt dat de rijke landen hun belofte breken om in de WTO handelsregels nu eindelijk rekening te houden met de belangen van ontwikkelingslanden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit hun onwil om de WTO landbouwregels te hervormen ten gunste van ontwikkelingslanden. Ondertussen zetten ze de arme landen onder druk om een WTO investeringsovereenkomst te accepteren die arme landen niet nodig hebben en niet kunnen betalen.

De Multilaterale Overeenkomst over Investeringen (MAI) van de OESO werd in 1989 ongedaan gemaakt dankzij massaal maatschappelijk protest en door onenigheid tussen de OESO-landen. De investeringsovereenkomst zoals die nu wordt voorgesteld in de WTO is in dit stadium minder ambitieus dan de verworpen MAI. Maar ook de huidige voorstellen blijven gebaseerd op de onjuiste aanname dat wat goed is voor buitenlandse investeerders ook goed is voor ontwikkelingslanden.

Buitenlandse investeringen kunnen een nuttige bijdrage aan ontwikkeling leveren, mits ze goed gereguleerd zijn. Het huidige WTO voorstel echter, gaat precies de verkeerde kant op, vindt Oxfam. Uit de praktijk van bilaterale investeringsverdragen blijkt hoe internationale regels ontwikkelingslanden kunnen schaden. Een duidelijk voorbeeld is Argentinië, nu bijna bankroet en met groeiende armoede. De Argentijnse regering nam noodmaatregelen die het land voor totale chaos moesten behoeden, zoals het verbreken van de vaste koers tussen dollar en peso. Buitenlandse bedrijven klagen dit beleid aan en vragen een economie die aan de grond zit om compensatie, omdat zij hun opbrengsten zagen slinken.

Noch binnen de WTO, noch binnen de OESO wordt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van multinationale ondernemingen in voldoende mate erkend. Zo zijn de rijke landen niet bereid de bestaande maar vrijwillige OESO richtlijnen over maatschappelijk verantwoord ondernemen een meer bindend karakter te geven, ook niet in de WTO onderhandelingen over een investeringenverdrag. Zolang binnen de WTO een evenwichtige belangenafweging niet mogelijk is, is de WTO een ongeschikt platform om afspraken te maken over investeringen, vindt Oxfam.

Oxfam roept de WTO-leden op, het voorstel voor een investeringenverdrag in Cancun te verlaten en eerdere beloftes na te komen om de wereldhandel eerlijker te maken waar het gaat om landbouw en om toegang tot medicijnen. Zaken die van levensbelang zijn voor de ontwikkelingslanden.


Beschikbare bijlagen: The Emperor’s New Clothes: why rich countries want a WTO investment agreement,
Oxfam briefing paper, april 2003, 43 p.

De WTO ministeriele top in Cancun, Mexico is van 10-14 september 2003

Reacties