Voormalig actievoerder Wolfensohn is ‘ouder en wijzer’ geworden

02-11-2000
Door: OneWorld Redactie
Bron: doris

Toen James Wolfensohn student was demonstreerde hij en zijn generatie tegen de economische dominantie van de Verenigde Staten in zijn moederland Australië. Nu lopen grote massa’s te hoop tegen het Internationaal Monetair Fonds en zijn instituut.

In Seattle waren er voor het eerst massale demonstraties tegen een internationale instelling, de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Door blokkades moesten speeches worden verschoven. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan, kon zelfs helemaal niets zeggen omdat hij de conferentiehal niet inkwam. Wolfensohn zei toen tegen WTO-baas Michael Moore dat er niet zulke massa’s in de straten van Seattle zouden zijn als diens organisatie zich werkelijk zorgen zou maken om het lot van de armste landen, ‘zoals de Wereldbank’.

In Praag, waar massaal werd gedemonstreerd tegen Wereldbank en IMF, kwam Moore naar Wolfensohn toe met de vraag: ‘Wat zei je ook al weer tegen mij in Seattle?’

In een interview met UN-Wire, de e-zine van de Verenigde Naties, zegt Wolfensohn dat hij het de demonstranten niet kwalijk neemt - hij demonstreerde destijds tenslotte zelf ook. ‘Ik ben blij dat ze geïnteresseerd zijn. Als het om een debat en echte discussie gaat, geen probleem. Maar het doet mij pijn als ze met molotov-cocktails gooien of de politie aanvallen, of de vergaderingen die juist gaan over die thema’s waar zij zich ongerust over maken, verstoren.’

Vooral de mensen die in de straten van Praag in september ‘alles en iedereen’ bekritiseerde, veroordeelt Wolfensohn. ‘Sommigen waren er alleen om dingen te vernietigen. Het is goed dat er kritische vragen worden gesteld, maar ik maak me zorgen om mensen die zonder informatie concluderen om wij (de Wereldbank, red.) definitief dicht moeten.’

Boos
Meningsverschillen verspreiden sneller dan ooit dankzij het internet. ‘Je kunt een revolutie zeer snel organiseren,’ zegt Wolfensohn, ‘maar het fenomeen dat zij (de demonstranten, red.) bekritiseren, globalisering, is een van hun sterkste wapens.’
Toch is het bekend dat Wolfensohn zich de demonstraties persoonlijk aantrekt. In interviews en gesprekken vraagt hij om meer begrip voor zijn positie en benadrukt hij voortdurend wat hij allemaal voor de armsten doet. Niet híj is de boosdoener, maar de donoren die zitting hebben in het bestuur van de Wereldbank.

Volgens Wolfensohn kan uiteindelijk alleen samenwerking tussen regeringen, multilaterale instituten, maatschappelijke organisaties en de particuliere sector armoede verminderen. Hij ontkent daarbij niet dat multinationale ondernemingen een enorme macht hebben en dus ook een enorme verantwoordelijkheid. Maar hij meent wel dat hun invloed in ontwikkelingslanden positief kan zijn.

‘De industriële revolutie in Australië werd veroorzaakt door de overheveling van kennis en technologie.’ Australië heeft zich volgens Wolfensohn juist ontwikkeld dankzij buitenlandse investeringen ‘Nu ik de wereld rondreis en praat met leiders in Afrika, Azië en Latijns Amerika willen ze allemaal dat er technologie en geld komt. Niet om mensen uit te buiten, maar om banen te creëeren.’

Over zijn protesten in Australië in de jaren 50 zegt hij nu: ‘Australië was niet echt een arm land, hoewel niet zo ontwikkeld als het nu is. Ik was destijds zo boos omdat ik dacht dat de Amerikanen kwamen om alle Australische hulpbronnen op te kopen.’ Nu hij ‘wat ouder en een beetje wijzer is’ zegt hij beter te weten.

Reacties