Volgende crisis slaat in 2015 toe

27-02-2014
Door: Eva Schram
Bron: OneWorld
Na de dotcomzeepbel aan het begin van dit millennium en de financiële crisis die sinds 2008 de wereld in z’n greep hield, staat de volgende crisis alweer op ons te wachten. In 2015 zou er wel eens een nieuwe oliecrisis kunnen losbarsten, voorspelt Jeremy Leggett, sociaal ondernemer, auteur en activist, in zijn nieuwe boek “Uit de olie”. ‘Iedereen zou zich hier zorgen over moeten maken,’ zegt hij.
energie – 

In zijn nieuwe boek geeft Leggett aan dat er vijf systeemrisico’s (zie kader onderaan) zijn die de wereld zoals we die nu kennen in meer of mindere mate bedreigen, van piekolie tot klimaatverandering tot fracking. Hij was deze week in Utrecht om voor een volle zaal een lezing te geven over de risico’s die we als maatschappij door onze olieverslaving lopen.

Wat is van de vijf risico’s die je in je boek bespreekt op dit moment de belangrijkste?

‘Het grootste probleem op de lange termijn is klimaatverandering. Maar het meest acute is een nieuwe oliecrisis. In mijn boek voorspel ik dat we in 2015 al te maken gaan krijgen met het piekolie-scenario. Daarbij wordt de piek aan winbare olie bereikt. Deels omdat energiebedrijven hun winbare reserves veel te positief inschatten, en deels omdat bovengrondse factoren (zoals politieke verhoudingen) invloed hebben op hoeveel olie gewonnen wordt. Na die piek zal de olieproductie alleen nog maar afnemen, waardoor niet meer aan de vraag voldaan kan worden. Dat gaat echt de wereld op z’n kop zetten.’

Op wat voor manier?

‘Je kunt je haast niet voorstellen wat voor druk het op onze economie zal zetten als de olieprijs nog verder stijgt. Alles wat we doen is afhankelijk van olie. Dat hoeft niet zo te zijn, maar dat hebben we wel laten gebeuren. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de landbouw: bij elke stap in het landbouwproces speelt olie een rol, van het moment dat een gewas verbouwd wordt tot wij het op het bord hebben liggen.

Als de piek eenmaal bereikt wordt, zal het besef daarover snel om zich heen slaan, net als tijdens de financiële crisis het geval was toen duidelijk werd dat de subprime-hypotheken waarin gehandeld werd toch niet zo handig waren. Het zal iedereen duidelijk worden dat de informatie over oliereserves waar ze zich op baseerden gigantisch verkeerd was. En als de paniek over beschikbaarheid van olie eenmaal is losgebarsten, zullen de olieproducerende landen niet braaf doorgaan de olie te exporteren. Die denken dan: “Jemig, misschien moeten we het zelf maar houden.” Als gevolg zullen tankers niet meer aankomen, supermarkten zullen binnen enkele weken leeg zijn. De tijd van autovrije zondagen komt terug.’

Wie is Jeremy Leggett?
Jeremy Leggett  (1954) begon zijn carrière in de jaren ’80 als geoloog, die in opdracht van grote energiebedrijven als Shell en BP onderzoek deed naar de geschiedenis van de aarde. In 1989 begon hij zich zorgen te maken om klimaat-verandering en werd hij campagneleider bij Greenpeace. In 1998 begon hij zijn bedrijf Solarcentury, dat zonnepanelen produceert en verkoopt in Groot-Brittannië. Sindsdien heeft hij verschillende denktanks en lobbygroepen opgericht die waarschuwen voor de wereldwijde verslaving aan fossiele brandstoffen en welke gevolgen dat kan hebben. The Guardian noemde hem ‘Britain’s most respected green energy boss.’

In je boek vergelijk je de grote energiebedrijven met drugsdealers, die hun product blijven leveren, ongeacht de effecten die dat heeft op de verslaafde. Zijn zij de grote boosdoener?

‘Het probleem is de hele groep die er nu zit. De oliebazen, politiek, lobbyisten. Het is een cultuurprobleem. Vrijwel iedereen in deze industrie is blank, man en de gemiddelde leeftijd is 49 jaar. Ze hebben hun eigen overtuigingen en belangen, waar geen beweging in te krijgen is. En ze omringen zich met mensen die hetzelfde denken, die dezelfde belangen hebben. Dát is wat we moeten veranderen.’


Maar als zij, de energiebedrijven, de dealer zijn, zijn wij als maatschappij de verslaafde. Zijn we niet onze eigen grootste vijand?

‘We helpen niet als collectief, we zouden zoveel beter georganiseerd kunnen zijn. We hebben meer macht dan we denken. Maar veel van ons zijn te druk met ons eigen leven leiden. Niemand verdiept zich echt in de olie-industrie, daarom schreef ik dit boek. De energiebedrijven hebben hele afdelingen om hun verdraaide boodschap naar buiten te brengen, ik wil mensen voorlichten over het echte verhaal. In het Verenigd Koninkrijk wordt jaarlijks gepeild wat de meest populaire vormen van energie zijn. Zonne-energie staat altijd bovenaan, gevolgd door windenergie. Ze staan op grote afstand van andere bronnen. Toch is tachtig procent van wat je leest in de media over hernieuwbare energie negatief. Dat is geen toeval, dat is geregisseerd door de grote energiebedrijven.’

Wat moet er gedaan worden om om te schakelen naar een meer duurzame maatschappij?

‘Het allerbelangrijkste is niet zonne- of windenergie, maar het omlaag brengen van de energieconsumptie. Landen als de onze zouden een nationale kruistocht moeten beginnen om elk gebouw in elke straat van het land zo energie-efficiënt mogelijk te maken, als een soort Green New Deal. Dat levert banen op en tegelijkertijd beperk je de nationale energierekening in enkele jaren tot een minimum. Maar daarnaast moeten we natuurlijk omschakelen naar energieproductie uit hernieuwbare bronnen. En het is niet alsof we vanaf nul moeten beginnen. Als je kijkt naar Duitsland, waar een kwart van de elektriciteit al uit hernieuwbare bronnen geproduceerd wordt, dan stemt dat positief. Je kunt de toekomst al ruiken.’

Ondertussen wordt er in de VS groot ingezet op schaliegas en –olie, en wil ook de Britse regering die kant op.

‘Schaliegas en –olie is een hype, niet iets waar we op moeten vertrouwen. Wat betreft schalie-olie zijn alle sweet spots al aangeboord, en van de schaliegasinstallaties is die in Pennsylvania de enige waarvan de productie nog altijd toeneemt, de rest is al over de piek heen. In Groot-Brittannië gaat het nooit gebeuren. Denk je echt dat de conservatieve Britten op het platteland het laten gebeuren dat hun landschap eruit komt te zien als zo’n volledig verwoest terrein in North Dakota of Texas?’

Over Texas gesproken. De directeur van Exxon Mobile (Amerika’s grootste schaliegasproducent), Rex Tillerson, heeft vorige week een zaak aangespannen om een groot frackingproject in de buurt van zijn ranch in Texas plat te leggen. Hij is bang voor geluidsoverlast en landschapsverwoesting.

Leggett lacht hardop en zegt: ‘Oh, that is priceless. Ik denk dat zijn collega-directeur van Gaz de France Suez jaloers op hem zou zijn. Die wil dolgraag fracking in zijn achtertuin, maar in Frankrijk is het verboden. Maar goed ook. Schaliegas en –olie is een gevaarlijke mythe, waar we niet in moeten trappen.’

In zijn boek “Uit de olie” bespreekt Jeremy Leggett vijf risico’s die aan het huidige energiebeleid kleven.

  1. Het piekolie-scenario. De olieproductie bereikt een piek en neemt daarna alleen nog maar af. Daardoor kan niet meer aan de wereldwijde vraag voldaan worden. Energiebedrijven doen ons geloven dat er nog voor decennia aan olie in de grond zit, maar critici als Leggett wagen dat te betwijfelen. Zij wijzen erop dat energiebedrijven er belang bij hebben hun reserves groter te doen voorkomen, dat levert hen immers meer geld op. Daarnaast kunnen ook geopolitieke oorzaken bijdragen aan een verminderde olieproductie.
  2. Klimaatverandering. Het effect van broeikasgasemissies is nog veel groter dan klimaatwetenschappers enkele jaren terug voorspelden. Een gedestabiliseerd klimaat kunnen grote economische rampen tot gevolg hebben, bijvoorbeeld door de ontwrichting van de mondiale voedsel- en drinkwatervoorziening.  
  3. Een nieuwe financiële crisis. “Als we er niet in slagen in de nasleep van de financiële crash van 2008 de financiële sector aan banden te leggen”, schrijft Leggett, “is een tweede crash nagenoeg onvermijdelijk.”
  4. De koolstofzeepbel. Veel landen hebben een plafond gesteld aan de het percentage waarmee de CO2-emissies mogen stijgen. Om die grens niet te breken, kan er maar een beperkt deel van de olie- en gasreserves gewonnen en verstookt worden. Maar als investeerders geld steken in energiebedrijven, steken zij geld in de gehele reserve die het energiebedrijf zegt te hebben. Als je je als land houdt aan de gemaakte afspraken over CO2-emissies, ga je een groot deel van die investeringen nooit terugzien. In Nederland is de koolstofzeepbal een reëel probleem, omdat veel pensioenfondsen in Shell geïnvesteerd hebben. ‘De koolstofbubbel is een relatief nieuw begrip dat in 2013 een enorme vlucht heeft genomen,’ zegt Leggett. ‘Logisch. Het gaat om financiële risico’s, dat spreekt mensen altijd meer aan dan klimaatrisico’s.’
  5.  De schalieschok. De explosieve groei van Amerikaanse schaliegaswinning lijkt heel wat, maar is in feite gebakken lucht. De voorvechters van de oliecratie staan op de banken om het gospel van het schaliegas over de wereld te verspreiden, maar zij juichen te vroeg, vindt Leggett. De schaliegasproductie in de VS neemt alweer af. Europese landen, zoals Groot-Brittannië, die nu fors willen investeren in fracking, komen bedrogen uit als de gevonden schaliereserves niet voldoen aan de idioot hoge verwachtingen.

Uit de olie, Jeremy Leggett, Uitgeverij Jan van Arkel.

Eva Schram

Eva Schram (1988) werkte als onderzoeksredacteur bij OneWorld en vertrok in...

Lees meer van deze auteur >

Reacties