Voer voor beleidsmakers

01-11-2004
Door: Tekst: Johan van de Gronden


Het Journal of Human Development verschijnt drie maal per jaar. Het is, met slechts vier jaargangen achter zich, een relatief jonge loot aan de academische stam. Het novembernummer, dat bij het ter perse gaan van dit blad verscheen, wijdt artikelen aan onderwerpen als vrouwenrechten, duurzaam consumentengedrag en een feministische kijk op economie. In de zomer verscheen een themanummer over chronische armoede, maar het maartnummer van dit jaar spande de kroon: toegankelijk, relevant en alleszins leesbaar voor de geïnteresseerde professional.

Het stuk van oud UNICEF adjunct-directeur Richard Jolly is voer voor beleidsmakers. In de aanloop naar het jaar van de Millennium doelen (2005) ontkracht Jolly de gangbare opvatting dat de Verenigde Naties vooral hebben geëxcelleerd in het afkondigen van mondiale doelen, maar deze zelden hebben bereikt. Eenzelfde lot zou de millennium ontwikkelingscampagne treffen. Klopt niet, zegt Jolly. Onderzoek toont aan dat VN campagnes opmerkelijk succesvol zijn. Het merendeel van de tientallen doelen die de VN in de afgelopen 40 jaar heeft afgekondigd zijn bereikt. Er zijn ook faliekante missers aan te wijzen, zoals de hyperbole doelstelling van het bereiken van volledige werkgelegenheid in het jaar 2000, of het significant terugbrengen van kraamvrouwensterfte, analfabetisme en sterfte door malaria. Jolly trekt de nodige praktische lessen uit de campagnes, toont en passant aan dat de meeste campagnes alleszins kosteneffectief zijn gebleken en waarschuwt tegen ongefundeerde scepsis jegens de millenniumdoelen.

Infrastructuur is 'in'

Een tweetal bijdragen gebaseerd op nationale ervaringen met het uitvoeren van afgeleide millennium ontwikkelingsdoelen (in Mexico en de Phillipijnen) bevat belangrijke aanwijzingen voor beleid. De auteurs tonen glashelder het belang aan van een vertaling van geaggregeerde nationale doelstellingen naar regionaal en lokaal niveau. Beide landen boeken aanzienlijke vooruitgang op geaggregeerd niveau, maar grote verschillen blijken hardnekkig binnen provincies, gemeenschappen en bevolkingsgroepen. Er bestaat een levensgroot gevaar dat de millenniumcampagne struikelt over zijn eigen ambitieniveau indien pakkende, nationale streefcijfers niet worden vertaald naar afgeleide, lokale doelen.

Een team rond Earth Institute directeur Jeffrey Sachs bespreekt in het Journal de bijzondere ontwikkelingsproblematiek van naties die door buurlanden worden ingesloten. Een opvallend groot aantal van de minst ontwikkelde landen heeft te kampen met vergelijkbare vormen van geografisch isolement. Denk aan landen als Bhutan, Nepal en Laos in Azië of Mali, Niger en Malawi in Afrika. De ontwikkelingsachterstanden ten opzichte van naburige, aan open vaarwater gelegen landen blijken niet alleen aan transportkosten en de belemmeringen van een gebrekkige infrastructuur te wijten te zijn. Geïsoleerd liggende landen kampen structureel met een groot aantal afhankelijkheden. Niet alleen de infrastructuur van de buren is belangrijk, ook de politieke relaties, de mate van vrede en stabiliteit alsmede de kwaliteit van het openbaar bestuur. Sachs en zijn team komen met een aantal concrete beleidsaanbevelingen met een opmerkelijk krachtig pleidooi voor investeringen in zowel de civiele als de bestuurlijke infrastructuur. Het bouwen van wegen, bruggen en spoorwegen is terug van weggeweest in de aandacht van ontwikkelingseconomen.

Kleine revolutie

Er is de laatste tijd veel te doen over zogenaamde 'falende staten'. Wie genoeg heeft van het gesomber kan terecht bij James Manor. Hij concentreert zich in zijn bijdrage over democratisering juist op het potentieel van staatshervormingen. Een klassiek maar opbeurend pleidooi voor het verhogen van de weerbaarheid van kwetsbare en arme bevolkingsgroepen. Manor vergelijkt het inzicht van een vorige generatie ontwikkelingsdeskundigen dat groei zonder herverdeling geen zoden aan de dijk zet, met het toenemend besef dat democratisering zonder echte betrokkenheid van grote kwetsbare groepen weinig effect heeft. Sociaal-politieke achterstanden verhinderen grote delen van de armen bevolking om te profiteren van de pro forma democratisering. Degenen die economisch het meest kwetsbaar zijn, kampen vaak tevens met een gebrek aan zelfvertrouwen. Armen zijn vaak slecht georganiseerd, kunnen maar moeilijk uitdrukking geven aan hun zorgen, zijn vaak onbekend met politieke rechten en processen, hebben slecht toegang tot openbare voorzieningen en lijden het zwaarst onder economische tegenslag. Reden om zwaar in te zetten op politieke hervormingen op lokaal niveau, decentralisatie van bevoegdheden en middelen en het actief betrekken van kwetsbare groepen bij de inrichting van het lokaal bestuur. Dat is geen nieuw pleidooi, maar wie de daad bij het woord voegt en bijvoorbeeld, op voorspraak van Jeffrey Sachs, breekt met het dogma om sectorale budgetsteun niet langer alleen via centrale overheden te geleiden, maar ook rechtstreeks naar provincie- en districtskassen, ontketent een kleine revolutie. Een heel beschaafde welteverstaan.

Het Journal of Human Development levert ook stof tot nadenken voor niet-studiebollen.

www.tandf.co.uk/journals/online/1464-9888.asp

 



Reacties