Voedselconsortium geslaagd?

01-05-2005
Door: Tekst: Martine van der Horn


Het eindrapport geeft inzicht. Opmerkelijk is daarin het interpretatieverschil van de resultaten tussen stuurgroepleden en partners. De stuurgroepleden vonden de pilots Bolivia en Mali het meest succesvol: daar werden belangrijke lobbysuccessen geboekt. Maar juist de partners in Bolivia waren het minst positief, terwijl de partners in de 'zwakkere' pilots vol lof waren. Waarschijnlijk heeft het project hier meer impact gehad dan in de landen waar de beginsituatie gunstiger was.

Twee principes die in het project veel aandacht kregen, namelijk de 'farmer-led' aanpak en de vraaggestuurdheid, hebben in de praktijk problemen opgeleverd, meldt het rapport. Het streven naar een effectieve en duurzame samenwerking op lobbygebied tussen landbouworganisaties en ngo's is niet eenvoudig gebleken en in enkele pilots zelfs mislukt. Ook het vraaggestuurd werken was niet eenvoudig: voor veel partners was dit iets heel nieuws. Bovendien stonden de consortiumleden wel achter de vraaggestuurde aanpak, maar hadden zij in de praktijk vaak concrete ideeën over hoe die vraag eruit zou moeten zien.

De samenwerking tussen de consortiumorganisaties werd door de meeste betrokkenen als geslaagd ervaren. Niet alleen zijn de partners er beter van geworden, ook heeft het samenwerkingsverband geleid tot uitwisseling van ideeën en tot betere contacten tussen de deelnemende organisaties onderling. Dit ondanks het feit dat de consortiumorganisaties veelal met verschillende verwachtingen in het consortium waren gestapt.

En nu? In de diverse pilots is men al druk doende om met de betrokken relatiebeheerders van de consortiumorganisaties en partners in het Zuiden te bespreken hoe opvolging kan worden gegeven aan het werk dat in gang is gezet.



Reacties